donderdag 25 augustus 2011



Als je me op eender welke willekeurige dag zou vragen “Wat deed je vorige week rond deze tijd?”, dan zou ik allicht even diep fronsen en in mijn geheugen graven om misschien vaag en zonder preciezere tijdsindicatie met zekerheid te kunnen stellen wat ik toen aan het uitspoken was.

Stel je me deze vraag vandaag, dan kan ik daar precies op antwoorden! Vorige week donderdag, 18 augustus 2011. Ik had (net zoals de dag die erop zou volgen) verlof. De avond voordien was ik op stap geweest, maar had ik het niet te laat gemaakt, zodat ik rond 9 uur opgestaan ben. Ik zag de bergen was in de badkamer staan en vond dat ik die maar beter kon beginnen wegwerken: opvouwen, strijken, mooie stapeltjes maken en sorteren per kind en kamer waar het naartoe moet. Ik had de TV opstaan en keek naar enkele oudere afleveringen van House M.D. terwijl ik behoorlijk baalde met die 4 manden strijk, gezien ik daarom Eliza Doolittle ging missen. Maar, "erst die Arbeit, dann das Vergnügen". ’s Middags kwam mijn ventje thuis eten en toen die rond 13 u vertrok vond ik het welletjes geweest met die strijk en zou ik de laatste 2 manden vrijdag- en zaterdagvoormiddag wel doen.

De rugzak moest ingepakt worden (hij stond al van de dag ervoor op de keukentafel klaar, envelop met E-ticket en E-drankbonvoucher netjes erlangs, kwestie van die zeker niet te vergeten): 3 vuilzakken om op te zitten, een 0,5 literflesje “smokkelbare” cola light, 2 pakken wafels, wat rijstkoekjes, enkele verse worteltjes in aluminiumfolie, kauwgom, snoepjes, een shirt met lange mouwen, een fleece-trui en leren festivaljekker en een wegwerp-regencape van de Wibra (een geweldige investering deze zomer!). Gauw de douche in met de muziek mega-hard, volop meebrullen, kwestie van alvast de mood te zetten voor de rest van de dag en de 2 dagen die erop zouden volgen. Fris gewassen, haren in de plooi, beetje makeup aan, geurend naar “Sunflowers” van Elisabeth Arden mijn jeanske aan, riem erin, rugvrij topje aan en boots van het type “combatshoe”, want, ’s avonds is het er koud en er zou wel eens een onweertje kunnen passeren. Ook nog gauw mijn motorhelm klaargelegd voor mijn ventje, die rond 19.00 u zou nakomen met de motor en me dan ’s avonds mee naar huis zou nemen…De volgestouwde rugzak op de schouder en met een zonnige luchtigheid richting auto, waarmee ik naar de achterzijde van het station vertrok, muziek aan, vensters open. (Ja, ik woon dan maar op een boogscheut van het station af, maar de auto is toch handig als het overdag te heet is om met die volle rugzak tot daar te lopen en ook ’s avonds heeft de wagen op die strategische plaats al eerder zijn dienst bewezen).

Aaaaah, het station: je ziet her en der al mensen rondlopen, waarvan je weet dat ze dezelfde bestemming hebben… Fijn! "Busje komt zo" en in tegenstelling tot vorig jaar spring ik dadelijk op de 1ste bus, heb zelfs een zitplaats vooraan en via de nieuwe “snelle” busstrook zijn we zó op de Grote Ring richting Kiewit. Even aanschuiven op de Kempische Steenweg is niet echt een probleem: vanuit de bus naar voetgangers turen en links en rechts al wat bekend volk zien lopen is leuk en ik begin alvast te sms-en naar enkele vrienden dat ik “onderweg ben”. Zalig zomers loopt iedereen erbij: hotpants en bikini’s, teenslippers en shorts. Ik ben duidelijk vanaf de waist down te warm aangekleed, maar haal me de avondfrisheid en de opstijgende koude van voorgaande jaren voor de geest en besef dat ik er binnen enkele uren nog blij om ga zijn dat ik die pokkehete rugzak met trui en jas erin rondzeul en hier met botten en lange jeans sta.


Het is ondertussen namiddag, een uur of 15u. Uit de bus, even aanschuiven, paspoort afgeven, bandje halen, rugzak laten nakijken (Suckers! Die 50cl cola light gaat me straks smaken :-) ) , drankvouchers inruilen en de geur van droog gras, puberzweet en frisse pinten opsnuiven. Jaaaaaaaa, hier ben ik al zo lang naar aan het uitkijken: mijn jaarlijkse “Pukkelpopvakantie”. Nog maar net de wei op loop ik al in de armen van 3 bekenden, die hier duidelijk al even vertoeven. Tijd om een pas bij te zetten richting mainstage toog links-voor. En, ja, hoor: de vaste bende is er, naar jaarlijkse traditie. Voordat ik het goed en wel besef heb ik mijn eerste drankje in de hand, sta ik wat bij te kletsen met vrienden en kameraden die ik vaak alleen maar hier tegenkom, 1x/jaar. De zon brandt, het is heet en de lucht is blauwer-dan-blauw. Man man man, wat hebben we toch veel “chance” als je bedenkt hoe vreselijk klote de zomer over het algemeen was. Maar, niet vandaag, niet dit weekend! Want, de weergoden zijn Pukkelpop de laatste jaren al altijd goed gezind geweest en zo ook nu. “Kans op een lokaal buitje of onweer is niet uitgesloten” – wat zou het toch?! Het is volop zomer!


Ik pik links en rechts alvast enkele optredens mee in het gezelschap van een vriend, spreek af met een vriendin, die voorzien is van smokkelwaar met net iets meer alcohol in dan bij mijn flesje cola light, zodat ik me samen met haar op de wei neervlij in de late namiddag en we van de meegebrachte cava drinken, in afwachting van mijn persoonlijke headliner van die dag: Skunk Anansie. De blauwe lucht wordt een beetje grijzer en ik stel vast “dat we straks toch wel wat regen gaan krijgen” –“Wat zou het toch?!”, antwoordt ze. 

Ah, Skin begint eraan. Tijd om te verkassen van achteraan in het midden op de wei naar iets meer vooraan links. Temidden van een hoop bekenden genieten we… Een kameraad vertelt me dat de buienradar om 18 u regen voorspelt. Het is 18.02 uur. Een vriendin laat een sms zien waarin ze melding krijgt dat het elders in de provincie “vies” aan het doen is. En, ja, de lucht wordt ook hier wat grijzer en er vallen druppeltjes. Wegwerpregenjasje aan en verder genieten van de muziek… Ik lach nog dat ik gelijk gekregen heb met mijn stelling “dat we straks toch wel wat regen gaan krijgen”. Even later stopt het alweer en doe ik het plastieken ding weer even uit, wegens te warm. Ik zweet me kapot onder die regencape… De lucht klaart echter niet op, maar het wordt donkerder. Een verse lading regen komt eraan, plastieken regencape terug aantrekken en verder genieten van de muziek. We zijn ook niet van suiker en een buitje kan maar verkoeling brengen. 

Skin’s “What the hell is goin’ on out there?” vanop de MainStage doet me toch mijn hoofd omdraaien. Achter de bomenrij die de weide in 2-en splitst zie ik plots een donkergroene-grijszwarte lucht en een windvlaag die bekers, flesjes, karton, takken en vanalles door de lucht kegelt alsof het pluimpjes zijn. Nog geen seconden later striemt de regen niet meer in druppels, maar in bakken uit de lucht. Richting toog wat proberen te schuilen is geen slecht idee en ik volg mijn vriendin, die zonder regenjas nu wel compleet doorweekt is. We hebben die luttele meters nog niet afgelegd of er knallen hagelbollen als grote knikkers niet recht, maar diagonaal (bijna horizontaal zelfs!) op onze hoofden. Het valt op hoe stil het is… En, hoe donker. Het is pikzwart buiten… op 18 augustus om 18.25 uur. Er is geen muziek meer, de Mainstage is leeg… Mensen op het grasplein ervoor troepen als pinguïns bij elkaar, de hoofden en lichamen dicht bij elkaar om door zo weinig mogelijk hagel geraakt te worden. Sommigen zetten zich in groepjes neer, proberen beschutting te zoeken onder plastieken zeilen die overdag nog dienst deden om erop te liggen. Er zijn al enkelen over de toog gekropen, ook al deden de medewerkers eerst teken dat dat niet mocht. Ondertussen doet toch iemand teken om ook over te toog te kruipen en zo aan de genadeloze hagelbollen te ontsnappen. Ik laat mijn vriendin voorgaan, omdat zij geen regenbescherming aan heeft en blijf zelf aan de buitenkant voor de toog staan. Een jongen achter de toog (ik denk niet dat hij een medewerker was, want ik herinner me dat hij een donker t-shirt aan had) begint kartonnen bierplateaus uit te delen om onze hoofden te beschermen tegen de hagel… Knap initiatief dat ik in dank aanvaard, terwijl mijn ogen de hele tijd kijken naar de jongen die voor me staat en die duidelijk even angstig is als ikzelf. Angst krijgt plots een gezicht.

Als de hagel wat gestopt is besluit ik dat ik mijn ventje moet bellen, want met die natte kleren en laarzen kan ik hier niet blijven voor de rest van de festivaldag. Even thuis omkleden en douchen. En, ja, misschien ook pas morgen terugkomen, ook al vond ik me op het moment dat ik dat dacht een behoorlijk watje. Want, een echte festivalganger kan wel tegen een onweertje. Ik sta nog even bij een vriendin en haar broer, die me aanmaant niet langer te wachten tot hun groep compleet is en toch maar alvast te vertrekken. Ik stap door meer dan enkelhoge “vijverplassen” richting nooduitgang en vraag beleefd aan de medewerker die er staat of de nooduitgang open is en of ik die mag gebruiken om het terrein te verlaten. “Ja, als je aan de kant blijft lopen, zodat prioritaire voertuigen doorkunnen” –“Geen probleem meneer, want op de stoep regent het toch even hard als op straat”, lach ik. Ik ga langs het hekwerk en zie rechts van me 6 “fluojasjes” met een infuus rond een man staan die op de grond ligt. Dit is niet goed. Logisch eigenlijk bij die rondvliegende takken dat er “iets” gebeurd is… Hopelijk is het niet te erg gesteld met die man? Ik ga naar de nooduitgang en slaag er nog in om mijn ventje te bellen (“Kom je me halen? Ik wil naar huis.” – “Kom naar de Walenstraat, ik pik je daar op!”), mijn zus die thuis klaarstond om naar hier te komen te verwittigen dat ik haar man gezien heb en dat die veilig is (“Wat je ook doet, blijf thuis en kom NIET. Ik bel je straks terug”) en naar mijn papa (“Ik leef nog en ben op weg naar huis” – “Euh? Ja… Fijn…”). 

Het was duidelijk dat men het impact van het gebeurde niet kon inschatten als men er niet zelf geweest was. Want, op dat moment had ikzelf – zo bleek achteraf – slechts een fractie door van wat er zich had afgespeeld… de minst erge of dramatische fractie.

De aansluiting van de Tulpinstraat en de Kempische Steenweg, waar de nooduitgang uitkomt, staat compleet blank. Ik besluit om niet de Kempische Steenweg richting Walenstraat te nemen, omdat ik ervan uitga dat van de 60.000 aanwezigen er allicht nog gaan zijn die naar huis willen of naar de camping gaan. Ik ben wat bang dat er een mensenmassa aan het verschuiven is en ga de andere richting uit, achterom, richting Putvennestraat. Een man “van onze leeftijd” lacht naar me en zegt: “maar goed dat ge van die regen niet krimpt”, waarop ik stel: “Ik heb 2 cm water in mijn botten staan en drijf in mijn schoenen. Van krimpen is hier geen sprake. We zijn gelukkig niet van suiker…” Ik draai de Putvennestraat in, waar ik me bij 2 jongere snaken van een jaar of 18 voeg. “Komt gij van Pukkelpop??” vragen ze me. “Euh, ja, ge zou het niet zeggen, maar ze laten daar zelfs oude mensen binnen”, dol ik. “Neen, neen, zo bedoelen we het niet… Waar stond gij?” – “Mainstage links. Waarom?” Ze vertellen me dat ze in de Chateau stonden en dat die ingestort is en dat er zeker één meisje dood is. Dit is hélémaal niet goed. Ze stoppen aan een huis in de straat, waar ze logeerden of alleszins onderdak hadden gevonden, terwijl ik mijn weg alleen verderzet. Een verdomd lange en eenzame weg, want er is verder helemaal niemand in die straat. Ik probeer nog wat rond te bellen, maar dat lukt me niet meer. Overal kom je dadelijk op de voicemail terecht. Ik spreek bij m’n ventje in dat ie me in de Putvennestraat mag oppikken en niet in de Walenstraat. Ik stap vlot door, heel onwezenlijk… 45 minuten… 3 vreselijk lange en eenzame kilometers helemaal alleen met mezelf en mijn gedachten… Politie, ambulances, golfkarretjes met dekens en medicatie. Ze passeren me allemaal in een rotvaart… Dit lijkt wel één of andere apocalyptische rampenfilm… Ter hoogte van de sporthal worden gewonden aangebracht. “Uit de weg! Gewooooooonden!” terwijl de "fluojasjes" de wagens tegenhouden. De slagbomen van de spoorweg zijn dicht. Er staan 2 “fluojasjes” voor die bepaalde wagens wel doorlaten… Zigzaggend over het spoor rijden ze richting sporthal. Gewonden? Het wordt me heel erg duidelijk dat de gewonde man die ik aan de nooduitgang zag liggen en het dode meisje waarvan sprake was bij de 2 jongens onmogelijk de enigen konden zijn. Ik moest naar huis! Ik doolde helemaal alleen rond, allicht in shock, en leek als een onzichtbare toeschouwer door een film te lopen.

Plots zag ik een kameraad staan langs de weg aan de spooroverweg, bij zijn auto. Hij kwam net van thuis en moest ’s nachts pas werken op Pukkelpop. We praatten over hetgeen er gebeurd was, wat er op de wei allemaal aan de hand was. Want, hij wist nog van niks. Of ik een lift wilde? Eigenlijk wel, maar ook weer niet… Mijn ventje stond allicht in de Walenstraat op me te wachten? Het zekere voor het onzekere nemen en toch ingegaan op het aanbod. “Breng me maar naar huis, ja. Ik ga wel je auto nat maken, vrees ik… Als je een blauwe Mini ziet, dan stap ik wel over” Ik stap in en via de Banneuxwijk rijden we achterom door richting Hasselt, parallel met de Kempische Steenweg. Mensen staan er op straat, één vrouw weinig flatterend in haar nachtpon. De straten staan er blank en het water komt dreigend hoog en sijpelt bijna langs de autodeuren naar binnen. Ik stel voor via de sluis in Godsheide naar de Grote Ring te rijden, want de Kempische Steenweg zou nu wel één verkeerschaos zijn, dacht ik. Bij het oversteken van de Genkersteenweg zien we het kruispunt met de Kempische Steenweg dat volledig vrij is. Raar! We nemen dan toch de Kempische brug, waar amper auto’s rijden. “Neen, ik moet niet naar huis! Mijn auto… Die staat aan het station. Zet me daar maar af.” Ik stap aan de achterkant van het station over in mijn wagen, rij naar huis. Onderweg zie ik wat takken en omgewaaide verkeersborden op de weg liggen...

In de keuken strip ik mijn kletsnatte doorweekte kleren en laarzen uit. Het is bijna 19.30 uur, een dik uur nadat de storm over Kiewit raasde. In slip en BH zet ik de computer en de TV aan en raap snel wat binnengewaaide blaadjes van de vloer op, gezien de keukendeur thuis had open gestaan. Op mijn terras staat alles nog, zie ik uit een ooghoek. De telefoon gaat. Papa. Er liggen 2 bomen in zijn tuin. Ik moet morgenvroeg langskomen om een mail op te stellen voor de verzekering. “Zal ik doen, papa. Maar, nu even niet. Ik sta hier naakt, ben net thuis. Heb net een ravage overleefd. Er zijn doden… Ik bel je morgen en kom dan wel af.” Mijn zus belt me. Iets later belt ze me nog eens, de speaker aan, met haar buurvrouw langs haar gezeten. Die vrouw is bezorgd, haar 2 zonen waren op Pukkelpop. Of ik haar even kan geruststellen. Natuurlijk! In de loop van die avond zou ik in totaal een 30-tal sms-en en berichten krijgen van vrienden, kennissen, collega’s. Meer dan ik ooit op mijn verjaardag gehad heb.

Facebook. Ik ben blijkbaar bij de eersten die thuisgekomen zijn en die via de computer bereikbaar is, omdat het GSM-netwerk het deels had begegeven. Links en rechts krijg ik berichten of ik deze of gene nog gezien heb na het onweer. Of zus of zo O.K. zijn. Of ik weet waar die of die stonden? Ik beantwoord waar ik kan. Geruchten over 7-8 doden verspreiden zich zeer snel. De TV staat aan. Ik pendel tussen computer en TV, met in de ene hand mijn GSM, in de andere mijn vast toestel. Ik zie plots tussen het kippenvel op mijn ijskoude armen een aantal rode vlekken, een gevolg van de “hagelslag”. De komende dagen zou ik ook nog hoofdpijn krijgen van die knalharde knikkers die op mijn natte korte haren dadelijk mijn hoofd raakten, zonder enige weerstand.

Ja, een onweer, dat was een mogelijkheid geweest vandaag. Een apocalyptische hel, die had niemand zien aankomen.

Ik zou die avond nog tot 2 uur ’s nachts in het gezelschap van bezorgde vrienden en mijn zus die naar me thuis gekomen zijn in shock in de zetel zitten voor TV, in slip en BH, onderkoeld en met sirenes die door mijn hoofd bleven galmen. De rest van het weekend is op één of andere manier in een roes voorbij gegaan. Slapen ging niet meer en iets zinvols doen nog veel minder. De uren gleden voorbij… Ik blijf met een verweesde kater zitten, een heel zware kater, die je zelfs met sloten drank niet had kunnen veroorzaken.

En, ik besef dat er nog 60.000 mensen (-5 doden, -7 “kritieken”, - een 100-tal gewonden) zich zo voelen, vaak een ganse generatie jonger dan ikzelf, elk met hun eigen verhaal, afhankelijk van waar ze stonden, een week geleden.

maandag 8 augustus 2011

The Circle of Life



Het snel vorderend verlies van mijn moeder – ja, verliezen is een proces – doet me de laatste tijd stilstaan bij het eigen moederschap, maar laat me ook stilstaan bij mijn eigen grootouders.

En, grootouders had ik zat! Aan moeders kant had ik een biologische oma en haar jarenlange vriend “Opa Peter” (mijn echte opa is in het na-oorlogse Berlijn tijdens de heropbouw van de stad op een landmijn terecht gekomen tijdens wegwerkzaamheden toen mijn mama 5 was, zo ergens in ‘52. Decennia lang was oma alleen, tot ze eind jaren ’70 Peter leerde kennen met wie ze samen was tot aan zijn dood.)


In Oostenrijk had ik 2 paar grootouders zitten, te danken aan het feit dat papa zijn ouders gescheiden zijn toen hij een jaar of 6 was. Oma is 2x hertrouwd (jawel, ze had er in totaal 2 scheidingen opzitten toen ze haar laatste man leerde kennen, die ik als “opa” gans mijn leven gekend heb). Papa’s vader is na zijn scheiding een 2de maal getrouwd met een andere “oma”, de enige van de bende van 6 grootouders die ik gekend heb die nu nog leeft. Want, de afgelopen 6 jaar heb ik al mijn biologische grootouders weten sterven. Mama’s moeder en papa’s vader vorig jaar nog.

Nu mijn mama aan het aftellen is besef ik dat ik mijn grootouders amper gekend heb. Wij zijn opgegroeid in België en zagen hen ongeveer 1x/jaar, als wij ben hen op bezoek gingen of zij bij ons, wat de laatste jààààààren amper nog gebeurde. Ik heb mijn grootouders sinds ik zelf kinderen heb, pakweg de laatste 10 jaar, dan ook maar een keer of 2-3 meer gezien. De afstand was te groot en de behoefte om met een auto vol kinderen er naartoe te rijden was er eigenlijk niet.

Ook mijn moeder besefte dat en wilde voor haar eigen kleinkinderen – 6 ondertussen – een “andere” oma zijn, dan hetgeen wij gehad hebben. Ze wilde dingen met hen ondernemen, een “zotte oma” zijn bij wie ze terecht konden, een oma waar ze konden logeren en die hen dingen zou vertellen over lang vervlogen tijden. Dat is ook één van de redenen dat mijn ouders in Hasselt zijn komen wonen 6 jaar geleden, ook al speelde haar achteruit gaande gezondheid ook in de verhuis mee: ze wilde dichter bij haar kinderen wonen, om ons toe te laten haar in geval van hospitalisatie toch te kunnen bezoeken.

Laatst hadden we het – zoals wel vaker – over het dood-gaan en dat ik voor haar wens dat de Dood haar snel komt halen, zodat er eindelijk een einde komt aan haar lijdensweg, maar dat ik dat egoïstischerwijze liever toch niet al te vroeg wil zien gebeuren. “Je bent toch al groot en hebt me niet meer nodig”, zei ze. Maar, ongeacht mijn leeftijd blijft het mijn mama en wíl ik haar gewoon niet afgeven. Toen pinkte ze een traantje weg, vertellend over haar kleinkinderen, voor wie ze zooooo graag méér wilde zijn. Haar taak als ouder ziet ze dus als geslaagd, maar – in haar ogen – heeft ze als grootmoeder gefaald, doordat de ziekte teveel beslag heeft gelegd op haar zijn en wezen. Onzin natuurlijk! Ze is – in die korte tijd dat mijn kinderen haar bij zich gehad hebben – een fantastische oma geweest. Zeker in vergelijking tot de grootouders-op-afstand die wij gehad hebben en waar we enkel een uitgesproken genetische band mee hadden en in veel mindere mate een emotionele. O.K., ik lijk fysiek sterk op mijn grootmoeder langs vaders kant en misschien lijk ik – als enige gescheiden familielid – karakterieel ook wel wat op haar, maar heb ik haar écht gekend?


Ja, ik heb heel veel mooie herinneringen aan al mijn grootouders: het piepkleine appartementje waar oma schnitzels stond te bakken als we na een lange reis bij hen thuis aankwamen, de liefdevol samengestelde pakjes uit Duitsland die we van mama’s moeder kregen voor onze verjaardagen en met kerst en Pasen, de frambozen en de grote notenboom bij papa’s vader thuis en de geur van versgebakken notengebak. Want, laat dat duidelijk zijn: met de grootouders an sich was er niks mis, maar de afstand belemmerde een emotionele band. En, ja, ook de voorgeschiedenis van mijn ouders en grootouders zat er allicht voor iets tussen dat andere kleinkinderen (uit de nieuwe huwelijken van mijn grootouders bvb.) die dichterbij woonden toch een streepje voor hadden. Want, ik heb slechts 1 “volwaardige” oom (broer van mama), de rest – toch wel 3 stuks – zijn halfbroers van mijn vader, ontstaan uit harmonieuzere én blijvende huwelijken, zodat hij als enige zoon uit dat eerdere korte huwelijk eerder een herinnering was aan een ver verleden, dan dat hij hun oogappel was. Nu ja, dit allemaal uit de doeken doen, brengt ons naar de jaren ’40 en doet er nu niet meer toe, wegens dood en begraven.

De laatste oma is nu dus een dik jaar geleden gestorven, mama’s moeder. En, zijzelf zal dit jaar volgen. De volgorde klopt dus wel, want mama was zo bang dat ze voor haar dementerende moeder zou sterven en dat deze laatste niet zou beseffen wat er gebeurd was. De volgorde is dus prima, maar de timing niet. Mijn moeder had verdomme nog 20 jaar mogen meegaan, voor mij, mijn zus en onze kinderen. Ze verdiende het om te bewijzen dat zij een zotte oma kon zijn, net zoals ze een zotte mama voor ons was… voordat de kanker zich meester maakte, 18 jaar geleden. Zelf heeft ze gedaan wat ze kon, gevochten, gestreden, zich verzet en volhard in het blijven leven. Maar, de kracht is er niet meer, alles is op.

Mijn kinderen zullen het dus de komende jaren moeten stellen met de goede herinneringen en de verhalen die ik hen vertel over hun super-oma, terwijl ook ik moet verderleven met het gebrek aan grootouders en het moet stellen met de verhalen die me vroeger verteld werden, omdat er op papa na niemand meer gaat overschieten om me die verhalen te vertellen…

Weldra ben ik dus (samen met mijn zusje) een halfwees, die al haar zorgen en liefde gaat storten op haar eigen kroost en haar overgebleven vader (net zoals mijn zusje) en die later een zotte oma wil zijn voor haar kleinkinderen en nu een zotte mama wil zijn voor haar eigen kroost…

dinsdag 5 juli 2011



Het is weer zover… De “Grote Vakantie” is eind vorige week van start gegaan.

Wat vooral een periode van rust en bezinning zou moeten zijn, is voor mij vooral een periode van innerlijke stress… Ik ben daar misschien een beetje autistisch in, maar ik heb nu eenmaal graag mijn vaste structuur en weet wat de dag, de week en de maand in petto heeft. Dat is allicht ook het geheim achter het succesvol combineren van 4 kids, een fulltime-job en een huishouden. Daar ik met een vast uurschema werk en daarnaast volledig afgesteld ben op de schoolperiode is de vakantieperiode voor mij eentje van verwarring en gebrek aan regelmaat.

Nu ja, ik probeer me flexibel op te stellen en open te staan voor spontane agendawijzigingen, maar dat is niet altijd even simpel, vooral de “kinderweken” spelen me daar soms parten in. De vriendjes van mijn kroost (veelal zonder broers of zussen) brengen de weekdagen door bij oma en opa of de ouders zijn zelf thuis, wat maakt dat ze dan bij mij thuis de deur platlopen om af te spreken met mijn jongens om te komen spelen of logeren. Helaas zijn mijn boyz vaak in de kinderopvang in de zomermaanden (vooral dit jaar, gezien papa het zo druk heeft met het afwerken van zijn bouw en het verhuizen, dat er geen ruimte is voor vakantie met de kids) en dit jaar gaan ze voor het eerst alle 4 op kamp gedurende 10 dagen in augustus, kwestie van wat variatie in hun zomer te brengen. Stress dus omdat “taxi mama” niet altijd kan zoals ze wil. Maar, niet alleen dat, ik vind het ook niet fijn als bvb 1 of 2 van de 4 kinderen constant uitgenodigd worden en de andere 2-3 niet… Als moeder wil je daar toch wel wat evenwicht in en moet ik af en toe op dat vlak ook eens “neen” zeggen, omdat mijn rechtvaardigheidszin niet altijd voor “ja” kan gaan…

Voor het eerst in jaren valt mijn vakantie dit jaar in de middelste 2 juli-weken – daar waar ik normaalgezien pas in augustus mijn 2 weken "verplicht jaarlijks verlof" opneem - zodat we komend weekend al richting zee gaan sjeezen voor 5-6 dagen “echte vakantie” (dit in tegenstelling tot andere jaren, waarin ik gewoon thuis bleef in de vakantieperiode). Ontspannend zal het niet worden, gezien ik deze week al de koffers van de jongens ga inpakken, de buren moet briefen over het voedingsschema van kat en vissen en wanneer ze welke bloemen moeten gieten, wil ik er na die week aan zee nog enig plezier van hebben. Puur praktisch komt daar nog bovenop dat we met 6 personen, diverse slaap- en sportzakken in één auto de weg opgaan, wat ongetwijfeld niet altijd even comfortabel zal zijn. Gelukkig is het niet al te ver...

En, dan is er nog de typisch Belgische weersonzekerheid… Een groot deel van de zomerse temperaturen hebben we helaas al gehad in de lentemaanden en net nu we er de tijd voor hebben om voluit van de warmte te genieten is het een beetje wisselvallig kwakkelweer aan het worden: de ene dag zonnig en warm, de dag erop koud, kil en herfstig, incl. een occasionele regenvlaag. Tja, en net dát hoef ik niet als ik op vakantie ben!

Eerlijk is eerlijk: ik ben me nu dus al volop aan het opjagen over het slagen van die 5-daagse aan zee met de kinderen en zit er ook al mee welk weer het gaat zijn als we terug komen, gezien we dan op 1 weekend tijd maar liefst 2 openluchtfestivals geprogrammeerd hebben (eentje met en eentje zonder kinderen), die ik liever niet in het water zie vallen.

De 2de vakantieweek is er dan eentje zonder kinderen en zonder planning, wat ik – ondanks mijn eerder aangehaalde regelmaat – toch wel zie zitten. Afhankelijk van het weer blijven we thuis en voorzien we de mogelijkheid om enkele daagjes naar Normandië te gaan. Ah, la Douce France! De kustlijn afrijden en niet weten waar we terechtkomen is oh zo heerlijk. Ik kan dan alle planmatigheid behoorlijk aan de kant schuiven en gewoon genieten van het onbekende, zonder enige stress. Met z’n 2-en is het dan ook simpel: ieder pakt zich wat spullen bij elkaar, wat geld, een volgetankte auto en de gisteren bestelde reisgidsen, die hopelijk vandaag in de brievenbus zitten… en weg zijn we. Hoe lang we erover doen maakt niet uit, waar we slapen ook niet (desnoods in de auto of in een tent), wanneer we terugkomen ook niet. Rustig van dorp naar dorp rijden, wat rondwandelen, foto’s maken, eten, drinken en vooral niet teveel nadenken. Dé ideale vakantie voor mij!

Tja, ik ben niet zo’n fervent vakantieganger, ook al heb ik een bachelor-diploma management, toerisme en recreatie op zak. “There’s no place like home” is meer mijn leuze, zodat je me maar met moeite uit mijn kot krijgt. Mijn wederhelft is op dat vlak dan weer heel anders. Tien jaar ouder heeft hij zijn portie autoreizen door Europa al gehad en was hij de laatste jaren vooral richting Azië aan het trekken, 3 weken aan één stuk: Indonesië, Vietnam, India, Bali, enz. Voor hem wordt het de eerste gezinsvakantie aan zee, gevolgd door een weekje spontaniteit in eigen land en een tussendoortje Normandië – heel anders reizen dus dan hij gewend is. Zelf baal ik vreselijk van het idee om zo’n Aziëreis te ondernemen: wachten op luchthavens, overstappen, douanecontroles, aanschuiven, jet-lags en meer van dies, gevolgd door een heet vochtig land vol “tourist traps” (waar ik ongetwijfeld zou intrappen), schrijnende armoede op sommige plaatsen en een cultuur die te ver afstaat van hetgeen ik gewoon ben. Niks voor mij dus!

Zo gezien is de vakantie nu dan ook een beetje een beproeving: hij die zich volledig moet aanpassen aan mijn ritme, want, 3 weken op vakantie gaan zonder kinderen, dat doe je niet als je kinderen hebt… en, die kinderen heb ik nog een hele tijd. Of hij tegen de tijd dat de jongens de deur uit zijn nog veel zin gaat hebben in die verre reizen, dat weet ik niet, maar zal de toekomst dus wel uitwijzen…

Anyway, ik kijk ernaar uit om binnen 3 dagen de deuren hier achter me dicht te trekken en ondanks de pre-stress toch volop te genieten van 2 weken zonder agenda…

donderdag 23 juni 2011

Time flies…



(Foto: http://janussyndicate.deviantart.com/art/Time-Flies-85400304)




Time flies when you’re having fun. Allicht. Maar, de tijd vliegt evenzeer als je zorgen hebt, heb ik ondervonden…

Traditioneel duurt het bij mij elk schooljaar opnieuw tot ongeveer Nieuwjaar eer ik besef dat de school bezig is. En, tegen het eind van elk schooljaar ben ik blij als ik op zijn minst weet hoe de kinderen hun leerkrachten heten. In welke klas ze zitten (5A, dan wel 5B, enz.) is dan weer iets wat ik nooit ga leren te onthouden, waarschijnlijk omdat deze kennis me geen enkele meerwaarde geeft in de opvoeding van mijn kinderen tot vlijtige schoolgangers.

Ook dit jaar, nu het schooljaar op zijn einde loopt en ik volgende week mijn laatste kleutertje in een reeks van 4 ga zien afzwaaien om zich op te maken voor de lagere school, besef ik plots dat er weer een jaar voorbij is. Een klein presentje voor de 5 leerkrachten ligt klaar en wacht om ingepakt te worden… en ik kijk ernaar uit op dat vlak de jongens hun boekentassen voor de komende 2 maanden op te bergen. Nu ja, opbergen is in deze context allicht eerder te interpreteren als “weggooien”, gezien ze er elk jaar opnieuw in slagen van hun boekentassen tot op de draad te verslijten… en dat al tegen oktober-november, zodat sommige van mijn kinderen al aan de 3de boekentas van dit schooljaar zitten.

Een (school)jaar is voorbijgevlogen. En, vooral dat laatste half jaar had best wel héél wat trager mogen lopen… Mijn hippe mama, die sinds november palliatieve zorgen krijgt en meer opiaten in haar lijf heeft dan een junk, is aan haar definitieve descente bezig. De voorzichtige prognose van toen (een half jaar tot een jaar) begint meer en meer op de voorgrond te komen, nu dat eerste half jaar er opzit… Ze is een zomermens en zo gezien zou het heel erg fijn zijn als we haar nog enkele maanden zon en bloemen konden schenken, maar helaas is dat niet aan ons en kunnen we alleen maar lijdzaam toezien op de aftakeling en het verval… Complete shut-down in progress…

Ik ga de zomervakantie dus in met zeer gemengde gevoelens en wou dat ik de tijd eerder “on hold” had kunnen zetten. Ook had ik mezelf willen klonen, om de ene versie van mij naar het werk te sturen, zich te bekommeren om huis en kinderen, zodat mijn andere ik gewoon dagelijks bij haar kon zitten om nog wat te lachen. Want, dat is wat we doen! We lachen… omdat huilen toch geen bal verandert en het zonde van de tijd zou zijn om ze te vullen met neerslachtigheid en verdriet. Maar, net zoals de tijd kan je ook je verdriet geen rationele halt toeroepen, omdat er toch momenten zijn waarop het de bovenhand neemt en in een coup gewoon de macht grijpt.

Gezien ik me niet kan klonen (wat misschien beter is, gezien me één Cora al meer dan voldoende lijkt) heb ik er dus een opgave van gemaakt om ervoor te zorgen dat ik het allemaal in één ik gecombineerd krijg: de verschillende dagvullende zaken die móeten (werk, huishouden, kinderen), tijd te maken voor mama in de mate van het mogelijke (gezien ze na 18 u helaas te verzwakt is om bezoek te ontvangen of uitgebreid aan de telefoon te keuvelen)… en om een positieve en optimistische houding en verdriet in hetzelfde hoofd plaats te geven. Vooral dat laatste blijkt een moeilijke: de ene dag ben ik wild-enthousiast om het verjaardagsfeest dat we binnen 4,5 weken (34 dagen om precies te zijn) voor haar in elkaar steken, terwijl ik daags erop in tranen naar de begrafenisondernemer bel om een afspraak te maken en het één en ander (in opdracht van mijn papa) alvast te bespreken en te bekijken. En, 2 seconden nadat ik van mijn vader haar laatste nieuwe bloeduitslagen heb binnengekregen (informatie die wij willen hebben, maar waar ze zelf niks mee te maken wil hebben, omdat ze zichzelf niet wil deprimeren) bel ik haar op om lachend en positief even bij te praten aan de telefoon en haar te laten weten dat ik straks na het werk even langskom… Niet lang, een half uurtje, omdat ik haar niet te zeer wil vermoeien tegen de avond.

Het moet gezegd: overdag lukt het me allemaal behoorlijk. Maar, ik ben bang voor de nachten, omdat Verdriet dan telkens weer mijn gedachten inneemt, als een gruwelijke beul, die op de loer ligt tot ik en mijn optimisme slapen. Theoretisch zouden kortere nachten langere dagen moeten maken, wat in het kader van het stopzetten van de tijd een ideaal scenario zou kunnen zijn (meer tijd), maar in de praktijk valt dat vies tegen… Sinds enkele weken ging het thans wat beter op het vlak van slapen. Maar, recent voel ik me weer moe, afgepeigerd, futloos en leeg.

“Boeit me niks” uit het hedendaagse jeugdjargon begint dan ook een beetje mijn algehele “je m’en fou”-stemming te worden. En, ja, op zich zou ik me hiervoor moeten verontschuldigen bij de vrienden in mijn omgeving die met hun zorgen en problemen tijdelijk niet bij mij terecht kunnen, gezien mijn eigen nogal harde en botte relativiteitstheorie. Ik zou op alles momenteel kunnen/willen antwoorden: “En dan? Mijn mama gaat dood. Ik heb andere zorgen.” Of “Stop met klagen, ge zijt gezond en leeft nog!” Gelukkig tempert mijn fatsoen en degelijke opvoeding me hierin en zwijg ik dus.

Ja, ik zwijg behoorlijk veel de laatste tijd, omdat ik mijn tijd (die samenhangt met de tijd die mama nog rest) niet wil verkwanselen aan belachelijke futiliteiten die mijn tijd (en dus de hare) niet waard zijn. Ik erger me nu eenmaal aan banaliteit. Heb ik altijd wel gedaan, maar nu net nog dat tikkeltje meer… Het gekke is dat ik daarin meer en meer op mijn moeder begin te lijken, die dat ook enorm fel heeft, allicht gerelateerd aan bijna 20 jaar kankerstrijd… Dan leert een mens relativeren en prioriteiten herschikken.

Ook hierin besef ik dat time flies… Het 1ste onheilspellende kankernieuws is alweer 18 jaar en een maand geleden en ik herinner het me alsof het gisteren was. Het maakt dus blijkbaar niet uit of je fun hebt of niet, de tijd gaat gewoon haar gang en het is aan ons om er het beste van te maken, van die tijdsrollercoaster die een rotvaart gaat tot je stilstaat en “einde rit” door de luidsprekers hoort galmen. Hoe graag toch zou ik die rollercoaster even willen stoppen om net iets langer en intenser te genieten van het uitzicht, de lucht rondom mij en mijn medepassagiers.

Gezien dat niet gaat onderwerp ik me aan de kracht van de tijd, geniet van de herinneringen en leef met het besef dat time flies… en we dus maar beter fun kunnen hebben, gezien ze ook zonder fun een rotvaart gaat en ze om is, voor je het goed en wel beseft.

Carpe diem…

donderdag 16 juni 2011

De afvalrace…





Neen, dik ben ik zeker niet. Maar – ik ben daar eerlijk in – 10 maanden relationele context hebben niet alleen een weerslag gehad op mijn wederhelft zijn omvang, maar laten nu ook bij mij sporen na, die ik liever kwijt dan rijk ben.

Samen eten, voor elkaar koken, gezellig voor TV knabbelen… Het is nu eenmaal zoveel fijner om dat met z’n 2-en te doen, dan wanneer je in je uppie ’s avonds je snel bij elkaar gegooide maaltijdsalade naar binnen werkt of gewoon “vergeet” te eten. De feestdagen (een mens heeft dat extra vetlaagje toch wel nodig in de winter) en Pasen dat zich net iets sneller en rijkelijker presenteert dan je dacht, de lentefeesten en communiebuffetten… neen, slanker word je er écht niet van…

Pas op, ik klaag niet, hè. Een dik jaar geleden was ik toch wel aan de behoorlijk magere kant (spijtig dat je dat telkens weer pas achteraf beseft als je jezelf op foto’s terugziet), daar waar ik nu “normaal” ben. Maak je niet dik, dus! Maar, helaas is mijn kledij niet meegegroeid van maatje 36-38 naar maat 40. Het is dus allemaal spannend… letterlijk dan!


Och ja, 5 kilo valt nog mee: elke love-handle 1 kilo, wat dus (gelukkig) slechts 2 maakt, elk been nog eens een kilo te struis en dan nog 1 kilootje dat zich her en der verspreid heeft vastgezet. Als je bedenkt dat een rookstoppoging me telkens met 7 kilo extra opzadelde, dan is het relationele overgewicht nog in balans. Maar, om niet weg te zakken in een comfortzone van onverschilligheid, heb ik besloten de koe bij de horens te vatten en magerdere tijden tegemoet te gaan… Als ik nu een gigantische snoeper was, dan wist ik wat te laten. Als ik gefrituurde dingen at, dan wist ik wat te schrappen. Maar, ik doe niks van dat en eet best wel bewust, gezond en afwisselend, ook al zou ik de hoeveelheden water kunnen opschroeven van niks naar pakweg 3 liter per dag. Water dus… Ik zou de sauzen kunnen schrappen, de aardappelen (zeker in opgebakken toestand) aan de kant kunnen schuiven en een fruitpauze kunnen inlassen. Ik zou op geregelder tijdstippen kleine porties kunnen nuttigen, ipv me 1 maal daags tegoed te doen aan culinaire overdaad.

De laatste paar weken en maanden heb ik dus vooral stilgestaan bij wat ik “zou” kunnen doen. Niet alleen op het vlak van voeding, maar uiteraard ook op het vlak van lichaamsbeweging, die hand in hand gaat met een slank en gezond lijf: ik zou dus die nieuwe loopschoenen die ik al 3 jaar thuis heb staan kunnen uithalen en effectief aandoen om het op een kort loopje te zetten, bij voorkeur dagelijks, ik zou kunnen gaan zwemmen op dinsdagavond, ik zou een abo aquamotion kunnen nemen en zou terug kunnen gaan powerplaten… Mentale voorbereiding dus… en dat eigenlijk al van in december (wat bij deze in één slag de mythe van de feestdags-, paas- en communiekilo’s ontkracht en de stelling van de relationele kilo’s bevestigt ;-) ).

Gisteren mailde ik nog eens met een jeugdvriendin van me die in Duitsland woont en die (sorry, liefste vriendin) behoorlijk overgewicht heeft en de laatste jaren echt wel zwaar gebouwd is, ook al kende ik haar als slanke tiener. Ze wil de komende 2 jaar maar liefst 40 tot 50 kilo afvallen. Wauw! Daar werd ik even stil van… Mijn 5 kilootjes zijn daar een kruimeltje peanuts tegen, daar waar zij een ganse notenboom te verzetten heeft. Spontaan vertelde ze me dat ze al 11,4 kilo “kwijtgespeeld” was, een verlies waar ze terecht geweldig trots op was. Tja, dan wil ik natuurlijk wel weten hoe (inherente vrouwelijke nieuwsgierigheid), gezien dat verlies zich manifesteerde op luttele 5 weken tijd! Een poedertje dat je in water mengt en dat als proteïnevervangmaaltijd je metabolisme helpt met vetverbranding, zonder spieraantasting. Je hebt geen honger, voelt je fit en hebt niet het gevoel te diëten, terwijl de kilo’s eraf vliegen… Als kritische mens moet ik toegeven dat ik niet in sprookjes geloof. Maar, haar oprechte getuigenis deed me eerlijk gezegd toch wel snakken naar proefondervindelijke vaststellingen, volgens de leuze “eigen lijf eerst”.

Ik heb me dus maar ineens 2 dozen besteld, gezien dat spul enkel en alleen in Duitsland te krijgen is. Op 10 juli weet ik dat ik alvast 30 euro lichter ben, gezien 1 doos zo’n 15 euro kost en ik er allicht een week mee toekom. Genoeg dus om gedurende 2 weken te kijken of die extra kilo’s die mijn broeken doen spannen spontaan gaan verdwijnen als ze mij met mijn poedertje zien afkomen…

Doelstelling is van tegen eind juli 5 kilo minder in de weegschaal te werpen en – zoals het spul belooft – vol energie supergemotiveerd te zijn en er dan blijvend werk van te maken dit gewicht te stabiliseren en te onderhouden. Geen jojoën, geen verlies aan spiermassa en hopelijk ook de energie om al de “zou’s” om te zetten in effectieve en efficiënte actie. Want, van sprookjes alleen blijf je natuurlijk niet slank.

To be continued….

Info op http://valtaf.be/dieet/861/almased en http://www.almased.de/



ALMASED VITAAL VOEDING

Dieet voor meer energie:

Het Almased®-dieet is anders dan de meeste diëten, omdat het niet tegen maar met uw lichaam meewerkt. De meeste andere methodes, die uitsluitend gericht zijn op gewichtsafname, verminderen het lichamelijke en geestelijke welbehagen. Dat is heel anders bij het Almased®-dieet. Een van de belangrijkste bouwstenen van het Almased®-dieet is Almased® Vitaal Voeding. De basisstoffen van deze unieke receptuur zijn soja, melk (probiotische yoghurt)en vloeibare honing, die rijk is aan enzymen. Een bijzonder productieproces verbindt de componenten van deze receptuur.Met de ondersteuning van Almased® Vitaal Voeding valt men tijdens het dieet niet alleen meer af dan met een dieet zonder Almased®, maar men voelt zich bovendien ook fit en vitaal.


Het Almased®-dieeteffect: stimuleert de stofwisseling, hogere vetverbranding, vitaliteit en fitheid. Dat klinkt allemaal ongeloofwaardig, maar het glansrijke succes van het Almased®-dieet is nu officieel bevestigd.


Het succes van het Almased®-dieet is wetenschappelijk bewezen.Bij een voedingswetenschappelijk onderzoek van de universiteit van Freiburg(D) zijn verschillende dieetmethodes met elkaar vergeleken. Het Almased®-dieet bleek verreweg het meeste effect te hebben.


Er werd eveneens bewezen dat het Almased®-dieet de productie van de hormonen leptine(het slankheidshormoon), cortisol(het stresshormoon) en insuline(het hormoon dat het suikergehalte in het bloed verlaagt) op positieve wijze beïnvloedt. Deze hormonen spelen onder andere een belangrijke rol bij de regeling van het verzadigingsgevoel in de hersenen en bij de vetverbranding.

Tegen het jojo-effect:

Na een dieet schiet het gewicht vaak weer omhoog, omdat de stofwisseling niet direct weer kan overschakelen op »normaal bedrijf«. Om dit gevreesde jojo-effect te voorkomen, moet u uw lichaam te slim af zijn en ervoor zorgen dat uw lichaam ondanks een verminderde toevoer van calorieën de stofwisseling volledig in stand houdt. In dit verband is het belangrijk dat de schildklier met dezelfde activiteit verder werkt, zodat de basisomzetting niet vermindert. De research van Almased® heeft bewezen dat de schildklierhormonen tijdens het Almased®-dieet met onverminderde kracht verder werken of dat hun activiteit in de fysiologisch gewenste sector zelfs wordt geoptimaliseerd.De stofwisseling blijft volop draaien


Het speciale productieproces van Almased® garandeert dat de waardevolle eiwitten uit soja en probiotische yoghurt samen met de honing die rijk is aan enzymen, worden gesplitst in eenvoudig te verwerken aminozuren. Zo zijn ze snel beschikbaar voor het lichaam, de stofwisseling blijft volop draaien en de vetvoorraden verbranden ongeveer 40% sneller dan bij gebruikelijke reductiediëten. En omdat uw lichaam krijgt, wat het nodig heeft, blijven de spieren behouden. Dat is belangrijk, want hoe meer spieren er aanwezig zijn, des te meer vet wordt er door het lichaam verbrand.


Het Almased®-dieet is in vier fasen verdeeld:


1. De startfase

Dit is de strengste fase. Op deze dagen gebruikt u naast een vloeibare maaltijd (bijv. gepureerde groentesoep) uitsluitend Almased® Vitaal Voeding. Zo wordt uw lichaam optimaal voorbereid op de aanpassing van de stofwisseling.'s morgens - 's middags - 's avondsHet is belangrijk dat er tijdens de startfase uitsluitend vloeibaar voedsel wordt geconsumeerd.


2. De reductiefase

Deze fase leidt tot een gezond, continu gewichtsverlies. In deze fase worden dagelijks twee maaltijden vervangen voor Almased® Vitaal Voeding.Tijdens de reductiefase mag geen fruit gegeten worden: ook fruitsuikers leiden tot de opslag van vet en tot vertraging van het succes van het dieet. Deze fase dient ongeveer zes weken te duren.


3. De stabiliteitsfase

Deze fase helpt het lichaam om additioneel het nieuwe gewicht duurzaam te behouden en langzaam verder gewicht te verminderen, zonder jojo-effect. Gedurende een periode van 18 weken wordt nog slechts één maaltijd per dag vervangen door Almased® Vitaal Voeding.4. De »levensfase«Houd uw stofwisseling ook buiten het dieet met Almased® actief. U zult merken dat u graag beweegt en met meer energie aan uw dagelijkse taken begint. Ook uw huid, haren en nagels zullen u dankbaar zijn. .Belangrijk! Als aanvulling veel water, dat rijk is aan minerale stoffen, drinken (ten minste 2 liter per dag).


Almased® Vitaal Voeding levert belangrijke bestanddelen van een gezonde en uitgebalanceerde voeding in een geconcentreerde en praktisch te gebruiken vorm. Het Almased®-dieet verhoogt aantoonbaar de lichamelijke power en zorgt daardoor voor optimisme en levensenergie. Daar komt nog bij dat het dieet eenvoudig is uit te voeren: men hoeft geen calorieën te tellen of gecompliceerde maaltijden te bereiden. Het Almased®-dieet leidt vanaf het begin tot een zichtbare gewichtsafname en geeft zo meer motivatie om door te gaan.

woensdag 15 juni 2011

Trippin’…

… down memory lane!

Afgelopen weekend was ik uitgenodigd op een verjaardagsfeestje. Een kameraad die 40 werd. Op zich weinig spectaculair, hoor ik u al denken. Maar, het was toch anders deze keer…

Die kameraad is een “oude” jeugdvriend, waar ik zo’n 18 jaar geleden eens een zomer mee heb doorgebracht. Neen, niet mét hem, maar wel met zijn vriendenkliekje.

Beginnen bij het begin… Ik ben dus opgegroeid in Grasheide, een gehucht dat deel uitmaakt van Putte bij Mechelen en op de grens Antwerpen-Brabant (toepasselijk Grensstraat genoemd) geprangd ligt tussen Keerbergen (mondain Brabants villadorp) en Putte (zéér landelijk Antwerps dorpje). Als buitenlanderkind in Grasheide was ik noch van katholieke oorsprong, noch was ik familie van eender wie in dat dorp, waar iedereen wel verwant met elkaar schijnt te zijn, zodat het voor mijn ouders een beter keuze leek me naar de staatsschool in Keerbergen te sturen – het Atheneum, kortweg KAK, gelegen aan het meer van Keerbergen, pal in de chique villabuurt – dan me naar het katholieke dorpsbasisschooltje te laten gaan, waar we sowieso uit de toon zouden vallen als niet-Vlaamsche-atheïsten (hoewel we toen nog protestantse godsdienst volgden, maar dat verhaal zou me te ver leiden).

Het Atheneum dus… Je ging er van je 2,5de tot je 18 werd en ging studeren… en in mijn geval dus 65 kilometer verder in Hasselt zou blijven plakken. Maar, tot het zover was zat je dus in die mondaine eliteschool (want, dat was ze toen nog) tussen kinderen van diplomaten en ander rijkeluisgespuis, die maar al te graag neerkeken op al wat niet in Keerbergen woonde… We vielen dus schijnbaar ook daar uit de boot, gezien we in boerengat Grasheide woonden.

Nu, het was niet allemaal verstotenis en kommer en kwel. We hadden er heus ook wel vrienden, vaak zelfs vrienden die ook uit Grasheide kwamen en om god-weet-welke-redenen in Keerbergen naar school gingen, ook al was dat bij velen pas het geval in het middelbare onderwijs, gezien de dorpsschool in Grasheide maar tot het 6de leerjaar ging en ze vanaf dan in Keerbergen naar Het Atheneum moesten of naar de katholieke middelbare school, die meer in de dorpskern van Keerbergen lag. Beide scholen konden elkaar niet luchten, maar ook die rivaliteit is een verhaal voor een andere keer.

Terug dus naar het Atheneum, waar best wel wat mensen van Grasheide zaten ondertussen. Ik was een jaar of 11 en had een nieuwe beste vriendin, die even oud was en toevallig één straat verder woonde, in Grasheide. Zij en haar 4 jaar oudere tweelingsbroers reden dagelijks met de fiets die 5 à 7 kilometer naar school, terwijl mijn jongere zus en ik op mama’s taxidiensten konden rekenen (we hadden nu eenmaal bezorgde ouders en mama had als geëngageerde huismoeder het “brengen en halen” van de kinderen dan ook als één van haar taken, tussen haar drukke bezigheden in huis en tuin). Het werd gauw herfst en het durfde al eens regenen ’s morgens en/of ’s avonds, zodat mama met haar groot moederhart ook mijn vriendin en sporadisch haar broers meenam met de auto.

De broers, toen rond de 15, vonden het wel leuk zo’n jongere zus en haar vriendinnen, die thuis kwamen en hun puberende hoofden zot maakten. Zo gebeurde het dan ook dat één van beiden – eerst voor de grap – liefdesbrieven naar me begon te schrijven. Na enige tijd “vroeg hij het aan” en had ik dus mijn allereerste relatie te pakken: ik 11, hij 15. De eerste innige kussen volgden al gauw, wat niet helemaal naar de zin van mijn vader was, zodat de “relatie” geen lang leven beschoren was… De vriendschap tot hun zus was ondertussen ook wat bekoeld, wegens andere interesses, zodat we gewoon schoolkameraden bleven zonder meer. De brieven van hem heb ik thans nog steeds… Dat is op zich een goed teken, want ik heb tijdens een emotionele razzia ooit eens alle brieven die me deprimeerden (van relaties waar ik een slecht gevoel aan overgehouden heb) zonder enige schroom in de vuilbak gekieperd en alleen nog die correspondentie bewaard van mensen waar ik met een blije gedachte aan kon terugdenken en waarbij ik een egoboostend gevoel kreeg als ik de brieven eens om de zoveel jaren opnieuw doornam.

Ik ging dus na mijn middelbare schooltijd in Hasselt studeren. Ik weet niet meer juist hoe of waarom, maar ik kwam de tweelingsbroer van mijn eerste vriendje terug tegen (allicht in het weekend als ik bij m’n ouders thuis was) toen ik al in Hasselt studeerde, bijna op het einde van het 1ste jaar. Hij was van zijn “high school sweetheart” vanaf en we konden het wel met elkaar vinden en werden heel erg close vrienden. Hij bezocht me eens in Hasselt en we zouden de komende paar maanden vaak samen rondhangen als ik in het weekend thuis was. Die zomer is er eentje geworden om in te kaderen… Ik moest 19 worden, was gebuisd in mijn eerste jaar (niet omdat ik te lui was of teveel feestte, maar omdat mijn mama toen voor het eerst aan kanker geopereerd werd, de week dat “de blok” begon en ik verondersteld werd te leren, maar toen plots een huishouden en puberende zus op m’n dak kreeg) en vond het maar al te leuk om met die bende kerels, die allemaal ca. 4-5 jaar ouder waren dan ik en deels al werken gingen, op te trekken. De eerste zomer dat ik thuis geen uur kreeg waarop ik moest thuis zijn en de dansvloeren van lokale discotempels Rio (Sint-Kathelijne-Waver) en La Rocca (Lier) onveilig maakte tot in de vroege uurtjes… Ook werd ik verliefd… Neen, niet op mijn best buddy (de tweelingsbroer van mijn eerste liefje), maar op één van zijn beste vrienden… Hij had de looks van Tom Cruise, het haar, de blik… en de gestalte en was dus een ganse kop kleiner dan ik, maar dat deerde me niet. We hadden een super zomer: de mannen en ik! Zo’n zomer om in te kaderen, om vast te houden, te koesteren en nooit meer los te laten… Maar, aan alle zomers komt een einde…

Ik ging terug naar Hasselt studeren, zag de weekendrelatie thuis ook niet meer zitten, begon me te ergeren aan het dwingende en beklemmende van het “gebonden zijn” (want zo heeft het altijd gevoeld voor mij). Hij kon soms nogal jaloers uit de hoek komen. Neen, niet ziekelijk, maar eerder zwijgend en fronsend… Nu, het was niet alleen dat... Ik vond het stiekem eigenlijk ook veel leuker om met mijn beste vriend op te trekken dan met mijn lief (ook al waren we meestal één leuke bende bij elkaar), ik had hem graag en zag hem graag (hij was dan ook de tweelingsbroer van…) en had al maanden een soulmate in hem gevonden. Tijd dus om de bestaande relatie te beëindigen en even te bezinnen en te laten bezinken. Want, rommelen in een vriendenkring is geen goed plan! Met pijn en verdriet in het hart liet ik “Tom Cruise” staan en ging ik naar Hasselt terug…

Mijn best buddy zou me thuis nog een keer komen ophalen, om naar het relatie-exit-verhaal te luisteren en me zijn troostende schouder aan te bieden, me te vertellen hoe het met “Tom Cruise” ging na de breuk met mij… en om me te zeggen dat hij een meisje had ontmoet. Damn, die had ik niet zien afkomen! De ganse zomer was hij vrij als een vogel geweest, hadden we plezier gemaakt met de mannen… en nu had hij plots een lief?!

Op zich had ik daar nog wel mee kunnen leren leven, want ik wilde gewoon dat ie gelukkig was. Maar, zijn vriendin bleek van het enorm jaloerse type te zijn, zodat de vriendschap tussen hem en mij heel gauw stierf. Ja, het verlies van die vriendschap heeft me eigenlijk jarenlang bezig gehouden… Ik vond het spijtig, miste hem.

Nu ja, de jaren verstreken… Tom Cruise was kort na de relatiebreuk met mij een relatie begonnen met mijn toenmalige vriendin, de zus van best buddy en ex-liefje. Een zeer succesvolle relatie, want bijna 18 jaar later zijn ze nog steeds samen, gelukkig getrouwd, 2 zonen. Best buddy is ook nog steeds bij zijn vriendin van toen (getrouwd, 3 kinderen)… en alleen ex-liefje heeft het na diverse mislukte relaties en een vrij snel gekelderd huwelijksbootje op relationeel vlak nog niet veel verder gebracht en is nu, rond zijn 40ste voor het eerst vader geworden, maar is nog steeds alleen (geen stabiele relatie of huwelijksverband dus).

Hoe ik dat allemaal weet? Want, ons scheiden niet alleen jaren, maar ook kilometers…

Wel, een 2-tal maanden geleden op I love the 90’s kwam ik in de VIP een vriend uit ons kliekje van toen tegen. Hij is nog steeds vrijgezel, geniet met volle teugen van het leven en komt dan ook eens naar Hasselt om op stap te gaan… Hij was allicht even verbaasd als ik dat we mekaar daar zouden tegenkomen, 18 jaar later. Maar, het weerzien was van een hartelijke en uitgelaten soort, wat wel eens kan gebeuren als beide partijen al sloten champagne achter de kiezen hebben (het was dan ook de VIP!)… Hij nodigde me prompt uit voor zijn 40Ste verjaardag… in Keerbergen… in het café waar ik tijdens mijn middelbare schooljaren geregeld de middagpauzes doorbracht (uiteraard zonder medeweten van mijn ouders, die veronderstelden dat we braaf op school bleven eten elke middag, wat we meestal ook wel deden).

Ik beloofde hem dat ik zou afkomen… En, als ik zoiets zeg, dan doe ik dat ook! Babysit geregeld, afgelopen zaterdagavond de auto ingesprongen (ventje mocht BOB zijn, zodat ik me kon amuseren), 65 km gereden tot Keerbergen… Het café zag er nog steeds hetzelfde uit, alleen de kleur op de muren was anders en de vloer was ondertussen vervangen. Ik werd er hartelijk en met open armen ontvangen. Na de eerste babbel riep hij naar de andere kant van de toog op iemand, een man, grijs haar, met bril. Pas toen hij vlak voor me stond had ik door dat het ex-liefje was, de man die me 25 jaar geleden voor het eerst op de mond kuste, in mijn herinnering nog steeds met zwart haar, maar duidelijk grijs nu. Een half uurtje later kwam Tom Cruise en mijn vriendin-die-nu-zijn-vrouw-is aan: hij kalend en diverse kilo's aangekomen, zij nog steeds hetzelfde, maar dan met iets minder jeugdige kledij aan… Dan krijg je de traditionele “smalltalk”: hoe het met de kinderen gaat, hoeveel het er ondertussen zijn, waar ze nu zijn, enz. Voor alle duidelijkheid: dat is niet mijn soort van cafégesprekken, maar ik pas me aan… Wel, hun 2 jongens zijn bij de oma… Ze doen dat zo eens een keer of 2 per jaar, om eens samen uit te gaan eten ’s avonds. Euh, pardon? Waar hun broer (former best buddy) is? Ah, die is thuis bij vrouw en kinderen. Euh, pardon, zijn vriend wordt vandaag 40?

Plots besefte ik dat dit café er al 18 jaar hetzelfde bij ligt, met dezelfde muziek zelfs, in een dorp dat ik 18 jaar geleden ontvlucht ben… omdat het te klein en te eng voor me werd… en nog steeds is. Ik zag de vrouwen op sportschoenen en ballerina’s aan hun spa bruis lurken en besefte plots iets. Ik besefte dat ik op mijn high heels met de sigaret in de ene hand en de cava in de andere hand nooit echt in dit plaatje van Vlaamsche kleinburgerlijkheid gepast heb en dat een trip down memory lane leuk is… voor eventjes.

Na 2 uren gaf ik het jarige feestvarken een heel dikke en welgemeende knuffel, nodigde ik hem uit om eens naar Hasselt te komen feesten (want, dat kan hij als geen ander) en wenste ik iedereen een fijne avond toe, nadat we telefoonnummers uitgewisseld hebben om dan richting Hasselt te zoeven en daar naar “mijn café” te gaan en er nog even te acclimatiseren tussen de niet gehuwden, de caféhangers, de opgemaakte vrouwen met decolletés en hakken, de vrijdenkers, de drinkers en rokers...

donderdag 19 mei 2011

Kattenkwaad

Mijn kat… Trees (de verkorte vorm van “Trezebees”) is haar naam en ze woont nu 2,5 jaar bij ons in, nadat ik haar op een kille woensdagnamiddag in december in het Dierenasiel van Sint-Truiden ben gaan halen… betaald met de 50 euro die Sinterklaas had achtergelaten, tesamen met een brief van de Sint, waarin hij ons verzocht met het geldgeschenk een kat te gaan halen.

Trees dus… In het asiel zaten die dag behoorlijk veel katten en ik mocht van de verantwoordelijke (na het invullen van een zeer uitgebreide vragenlijst voor “kandidaat-adoptanten”) een kijkje gaan nemen. Het was mijn eerste bezoek aan een asiel en los van de dieren die er voor wat kabaal en rumoer zorgden was het er enorm druk. Ik wandelde langs grote “kamers” met allemaal kittens en katten in die bij elkaar zaten en langs gangen met een heleboel kooien, waar individuele katten in zaten. De ene was al wat nieuwsgieriger als de andere, maar allemaal keken ze me met trieste vragende ogen aan. Althans, dat was mijn perceptie… Sommige katten bliezen als je langs hun kooi kwam en zagen er weinig aangename huisdieren uit.

Eentje bekeek me, maar bleef eigenlijk gewoon liggen en kwam niet klagend miauwen. Ze was mooi… Ros met zwart en ze had een “wijze” snoet. Ik was op slag verliefd, omwille van haar terughoudendheid en de toch wel lieve indruk die ze maakte. Haar moest ik hebben! Ik ging naar de verantwoordelijke en zei dat ik mijn keuze gemaakt had. “Oh, Mevrouw, die katten die apart in die kooien zitten, zijn eigenlijk ziek en mogen nog niet mee. Hebt u geen kat gevonden in de grote kamers, waar ze allemaal bij elkaar zitten?” Neen, ik wilde DIE en geen andere. Bleek dat de kat gevonden was en naar een veearts in Tongeren gebracht was, die haar dadelijk gesteriliseerd had en nu bleek ze een kwalijke verkoudheid te hebben, waardoor ze aan de antibiotica zat.

Ze moest nog 2 dagen haar pilletjes nemen en als ik beloofde dat ze die zou krijgen, dan kreeg ik haar mee.

Een uurtje later stond ik dan ook aan de kinderopvang, met de kat in een draagmand op de passagierszetel om mijn 4 jongens in de buitenschoolse opvang op te pikken, zodat we allemaal samen Trees thuis konden verwelkomen.

Echt schuw was ze niet, maar het geweld van 4 enthousiaste kinderen tussen de 3 en de 8 jaar deden haar even afwachtend kijken, vanonder de livingkast, waar ze zich verschanst had. Even later kwam ze er al onderuit en liet ze de kinderen toe haar te aaien en te borstelen. Vanaf dat eerste moment thuis zag je dat zij het naar haar zin had en waren wij blij met haar komst.
Ze bleek een rustige kat te zijn, een heel erg lieve, die eigenlijk geen kattenkwaad uithaalt en ongeveer 90% van de tijd ergens decoratief ligt, wat bij je komt liggen en gewoon lief is.

Toen ik enkele maanden later naar de veearts moest voor haar vaccinaties, bleek dat ze “ruis” op haar hart had en dat de sterilisatie niet goed was doorgevoerd, waardoor ze een breuk had, die op zich niet erg was, maar in de gaten gehouden diende te worden. De dierenarts sprak me toen al voorzichtig van de mogelijkheid te opereren, maar daar had ik eerlijk gezegd weinig zin in.

Het jaar erop was die ruis er niet meer en bleek die breuk ook stabiel. Ze kreeg haar vaccinaties en we waren er weer voor een jaar vanaf.

Bij haar vorige vaccinatie, enkele weken geleden, bleek dat ze een gezwel had achter haar voorpoot, zo groot als een halve walnoot. Het woord “opereren” viel nog maar eens… Maar, met een palliatieve moeder en heel veel zorgen en verdriet aan mijn hoofd, was dat zo ongeveer het laatste wat ik me nu nog op de nek wilde halen. “Of we niet kunnen afwachten en zien of het erger wordt?” Ja, dat zou kunnen, maar de dokter diende me erop te wijzen dat opereren een optie is. Allicht wel, gezien dat voor hem “kassa-kassa” is. (Ja, mijn beeld over alles wat medisch hoog geschoold is, is nogal negatief getint)

Ik zou dus afwachten… Tot ik deze week, slechts 2 maanden na het vorige veeartsbezoek, vaststelde dat die knobbel ondertussen de grootte van een mandarijn heeft en strak gespannen onder haar vel zit. Niet goed dus :-(

Telefoontje naar de veearts die zelf niet aanwezig was leverde me een afspraak voor een onderzoek op, ergens volgende week. Na dat onderzoek zouden we dan een afspraak maken voor een eventuele operatie, die mijns inziens onvermijdelijk is nu.

Daarnet rinkelde de telefoon. Het bleek de dierenarts te zijn, een vriendelijk man. Hij had het verslagje van zijn assistente gelezen en vond het geen goed idee om Trees een week te laten wachten en me op te zadelen met 2 verplaatsingen naar hem (zeer alert van hem, gezien Trees echt niet happig is op dat jaarlijkse bezoek aan zijn praktijk). Of ik haar morgen niet kan langsbrengen; hij zou haar dadelijk opereren.

Ondertussen maak ik me al lang niet meer druk over de eventuele kosten, die wel eens hoog zouden kunnen oplopen. Want, een kat laten afzien (ook al is ze niet “ziek”) is niet mijn ding… en haar laten inslapen omdat ze een knobbel heeft die me een pak geld gaat kosten gaat me al helemaal niet af.

Nu ben ik dus bezorgd. Heel erg zelfs… Wat als ze haar morgen “opendoen” en dan moeten vaststellen dat het veel te erg is? Wat als ze de operatie niet overleeft? Wat als er complicaties optreden? Wat als ze na een herstelperiode gaat hervallen of alsnog sterft?
Ik ben er me bewust van dat het om een dier gaat en niet om een mens. En, ik besef ook goed dat we haar ooit moeten “afgeven”. Maar, ik zou het vreselijk vinden als dat nu, na 2,5 jaar samen al het geval zou zijn. De kinderen zijn enorm aan haar gehecht, ik ben dol op die rosse pluisbol en mijn vriend is al helemaal haar lieveling (Trees heeft het nu eenmaal meer op mannen dan op vrouwen)…

En, ja, haar timing is ook niet echt ideaal - ook al heeft ze dat zelf niet in de hand – gezien ik momenteel weer met een bang hart afwacht wat mijn mama haar maandelijks nazicht in het ziekenhuis allemaal gaat opleveren aan “ongewenste verrassingen”…

Dus, Trees, doe me een lol en laat het een goedaardige cyste zijn en herstel wel na je operatie van morgen, waarbij ze dan ook ineens je breuk terug kunnen dichten. Want, wat moet ik in godsnaam tegen Sinterklaas gaan zeggen als hij je deze winter niet meer aantreft….