woensdag 1 april 2020

Coronamijmeringen…


Nu we omwille van de coronalockdownmaatregelen (dat is nogal eens een woord!) dagelijks meermaals overladen worden met sterftecijfers, ben ik me plots terug veel bewuster van mijn eigen sterfelijkheid. Toen mijn mama kanker had, was het feit dat we niet onsterfelijk zijn ook al iets prominenter in mijn leven aanwezig.

Zo ook nu… Aan huis gekluisterd om de eigen gezondheid en die van anderen te beschermen tegen het killervirus COVID-19, dwalen mijn gedachten meer dan ooit af naar het leven dat ik tot nu toe gehad heb. Bijna 46 ben ik ondertussen… Steeds vaker begin ik zoals de oudjes te mijmeren over “de tijd van toen”! Mijn kindertijd, mijn jeugdjaren. Kortom, de film van mijn leven passeerde de afgelopen paar weken meer dan eens door mijn gedachten.

Ik ben nooit iemand geweest met een spectaculaire “bucket list”, een verlanglijstje van “must do’s” voordat ik de pijp aan Maarten geef. Geen spectaculaire wensen dus! Ik heb de behoefte niet om de Himalaya te beklimmen, met een camper Canada te verkennen, met de rugzak door Azië te trekken of een sabbatjaar in Australië door te brengen, noch heb ik er nood aan om uit een vliegtuig te springen of ondersteboven aan een elastiek van een brug te springen. Op dat vlak heb ik dus geen onvervulde wensen, geen zaken die ik nog per se gedaan wil hebben.

Genieten van de kleine dingen in het leven, dat is meer mijn ding! De zon op mijn huid, genieten van de bloei van de bloesems, de tulpen of rozen en met de wagen door mooie berg- of zeelandschappen rijden (lees: gereden worden) in de ons omringende landen, bij voorkeur met een glas cava of andere bubbels in de hand. En, dat heb ik gedaan! Ik heb zoveel mooie momenten mogen beleven, die stuk voor stuk als onvergetelijke herinneringen in mijn ziel gegrift staan.

Als ik de film van mijn leven zo herbekijk, dan ben ik echt wel 100% gelukkig! 

Ik heb liefde gekend. En, ook in die liefde ben ik iemand die liefde vindt in de kleine dingen. Liefde van en voor mijn ouders en zus, van en voor mijn kinderen (én pluskinderen, neefjes, nichtjes, enz.), van en voor mannen, van en voor vrienden en vriendinnen. Mijn leven is er tot nu toe eentje geweest van veel liefde, in veel vormen, gegoten in een berg onuitwisbare herinneringen. Ik ruik nog het grasveld en zomerzweet van toen ik als prille puber met mijn lief in de wei lag, ik voel nog de zomerse stortregen van toen ik die ene keer als jonge studente met enkel een jeanshemd aan mijn lief in de gietende regen kuste toen die terug naar huis ging. En, ik proef nog altijd de heerlijke spaghetti van de 13 jaar en 13 dagen oudere kunstenaar voor wie ik mijn Oostenrijkvakantie met enkele weken verlengde, dik tegen de zin van mijn moeder. En zo zijn er nog ontelbare gevoelsherinneringen, die vaak slechts één blik of één enkele aanraking omvatten.

Mijn leven is gezegend met zoveel liefdevolle momenten en er hebben zoveel prachtige mensen mijn pad gekruist en mijn hart veroverd. De meesten, op een enkeling na, om er nog altijd te zitten, diepgeworteld in dank voor de herinneringen die ze nalieten en de vriendschap die ze me nog steeds schenken. 

Ik ben allicht een melige over-emotionele nostalgische trees (en die corona doet daar écht geen goed aan!), maar ben écht oprecht dankbaar voor zoveel liefde in mijn leven. Als er dus iemand de stekker uittrekt en het zou voortijdig gedaan met me zijn, weet dan dat ik als een perfect gelukkig mens terugkijk op bijna 46 jaar Cora-zijn!

De film van mijn leven is hopelijk nog niet gauw afgelopen, want ik kijk eerlijk gezegd toch wel uit naar nog een paar seizoenen liefdevolle vervolgafleveringen, zonder teveel drama.


maandag 30 maart 2020

Bang…


Ja, ik geef het grif toe: ik ben bang!


Een griepje.

Toen corona een week of 3-4 nog vergeleken werd met een “griepje”, kon ik het allemaal nog relativeren, haalde ik de algemene jaarlijkse overlijdensstatistieken erbij om mezelf met beide voeten op de grond te houden en besliste ik voor mezelf dat er zoveel andere reële doodsoorzaken zijn en dat het allemaal dus zo een vaart wel niet zou lopen. De kans om overreden te worden voor mijn eigen huisdeur leek me nog steeds groter, dan dat zo’n virusje uit Azië me zou vellen.

Ook al omdat mijn “levensplan” er eentje is van minstens 102 te worden en dan plots dood te vallen, omdat er ergens een kanker over het hoofd gezien werd. Want, daar ben ik dan weer wél altijd van overtuigd geweest: dat ik ooit kanker ga krijgen! Allicht omdat mijn mama, haar nicht en haar beste vriendin eraan gestorven is én gewoon omdat de statistieken dat zo een beetje voorspellen… Ja, ik zag het allemaal voor me: kanker en Alzheimer, maar kranig genoeg om de 100 te halen en alle dagen te blijven lachen.


Het nieuws.

Dat lachen, dat is me ondertussen deels al vergaan. Ja, af en toe baant er zich zelfs een traan haar weg over mijn wang. Want, ik ben bang! Het nieuws, daar keek ik bewust al jaren niet meer naar, kwestie van me te beschermen tegen alle negativiteit in de wereld. Alleen in crisistijden, tijdens de aanslagen bijvoorbeeld. (Vreemd toch hoe je kan schrijven “tijdens de aanslagen” en iedereen weet wat je bedoelt…) Alleszins, ik ben geen nieuwskijker (meer)! Ik luister naar de radio en lees de titels in de krant wel, kwestie van een beetje “mee” te zijn.

Sinds een week of 2 kijk ik dus weer naar het nieuws, alle dagen 3 keer: ik lunch om 13 uur voor TV, eet mijn diner om 19 uur met het nieuws en ga pas na het late journaal van 23 uur slapen. Met elk nieuwsbericht dat ik kijk, zakt de moed me meer in de schoenen. Want, ik ken mensen met corona! Ouders van vrienden, kinderen van vrienden, goede kennissen, ex-collega’s. Dat me dat aan het denken zet, is een understatement.


Thuis.

Neen, ik vind het niet erg om thuis te zitten, heb er geen probleem mee dat ik geen terrasjes kan gaan doen (deed ik vroeger trouwens ook al veel te weinig), kan gaan shoppen (dat kan online ook en ik je hebt ook bitter weinig nodig als je thuis zit). En, ik behoor tot niet tot de menigte die nu plots het wandelen en fietsen herontdekte en massaal de straten op gaat om buiten te komen. Ik ben al altijd een beetje een “binnenzitter” geweest. Als ik niet getrouwd was en geen kinderen had, dan kwam ik allicht zeer weinig buiten. Ik vind het spijtig dat de tuincentra gesloten zijn, dat wel. Want, net in zulke tijden fleur je op van een bloemetje en een plantje en geeft het hoop om iets te zien groeien in de tuin (of in mijn geval: op het terras).

Bang ben ik! Bang dat mijn kinderen, ikzelf en/of mijn man het gaan krijgen. Bang dat ik onze 6 kinderen en mijn jongens hun broertje misschien niet meer kan zien opgroeien als dat vieze virusbeest me zou aanvallen. Bang dat ik misschien nooit mijn kleinkinderen ga ontmoeten, bang om mijn huis in chaos achter te laten, zodat ik als een bezetene aan het opruimen en poetsen geslagen ben. Bang dat ik niet alleen deze lentestart moet missen, maar dat het dus gewoon plots allemaal gedaan kan zijn. Die confrontatie met de eindigheid van ons bestaan, die sinds enkele weken zoveel duidelijker op de voorgrond staat wereldwijd, is een confrontatie die me vaak teveel wordt.


Afleiding.

Gelukkig ben ik iemand die afleiding vindt in de kleine dingen. En, ik heb een garage en een kast vol “onafgewerkte projecten”: ik ben aan het breien (een sjaal, want ik kan alleen recht breien), overweeg het om wat decoraties in elkaar te stikken (de naaimachine staat al 5 jaar in de kast; voordien kort les gevolgd dus mijn “skills” zijn quasi nihil), heb enkele houten panelen die ik moet afschuren en in mijn hoofd zijn er nog wel wat dingen aan het rijpen. Ik kan dus nog wel enkele weken thuis blijven zonder last te krijgen van enige verveling… (Goh, ben ik blij dat ik laatst niet al mijn “knutselgerief”, stofjes en spulletjes gedoneerd heb, omdat ik er toch de tijd niet voor heb…)


Wat nu?

Ja, ik ben ook bang wat het allemaal gaat geven als deze vreemde tijd achter de rug is: op vlak van politiek, economie, welvaart, ecologisch denken, enz. Ik ben bang dat de wereld die we kenden verleden tijd is… Onnoemelijk nietig, klein en machteloos voel ik me! Maar, hopelijk sterk genoeg om niet aan dit ellendige “killervirus” ten onder te gaan…


Stay safe! Stay healthy! Stay at home!



zaterdag 11 januari 2020

Familiefeest…




Ik heb dat als kind nooit gekend, familiefeesten. 

Niet dat we geen familie hadden! Integendeel zelfs. We behoorden tot de weinigen, die maar liefst 3 paar grootouders hadden, diverse ooms en alles wat daar dan nog zo bijkwam: tantes, neven, nichten. En er was zelfs nog contact met ooms, tantes, neven en nichten van mijn ouders. Best een hele bende.

Maaaaaaaaar, zij woonden in Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk, terwijl we de enigste “Belgen” in ons gezin waren. Nu ja, échte Belgen waren we niet en zullen we allicht ook nooit worden, maar we hadden het als buitenlanders niet slecht, op af en toe eens een schuine opmerking over onze afkomst na. (Als kind word je niet graag afgesnauwd als “die van den Duits!”)

Dus, mijn mama was een Duitse, een West-Berlijnse om precies te zijn. (Dat verschil was belangrijk toen, of je uit het Oosten of Westen kwam.) Mijn papa kwam dan weer uit het Zuid-Oosten van Oostenrijk. Niet dat de geografische ligging daar van enig onderliggend (politiek) belang is, maar het geeft wel aan dat hij eerder uit de richting van toenmalig Joegoslavië kwam, dan van de kant die tegen pakweg Zwitserland of Duitsland aanleunt. Mijn papa had op zijn beurt dan weer wel een pak familie in Tirol, waar mijn overgrootouders begraven liggen in het mooie Kitzbühel. Mijn overgrootvader was er postbode, als ik me niet vergis. Ik heb daar zelfs nog achternichten zitten, die me dankzij Facebook en Instagram een blik gunnen in hun leven aldaar.

In Berlijn hebben we geen familie meer. Mijn mama had er alleen haar eigen moeder en een broer. Haar tantes, ooms, neven en nichten woonden elders. Toen mama 20 was en haar broer 21 besliste mijn oma om haar jongvolwassen kinderen in Berlijn “achter te laten” en naar 300 kilometer verderop te verhuizen. Het was in Berlijn dat mijn mama uiteindelijk mijn papa ontmoette. Mijn oom, mama's enige broer,  ging in Frankrijk wonen, eerst in de Elzas en nu woont hij al enkele decennia in de buurt van Cannes in het Zuiden.

Mijn papa hield op zijn beurt het katholiek bekrompen Oostenrijk in de jaren '60 van de vorige eeuw al vrij snel voor bekeken. Hij ging op zijn 17de naar het leger en trok dan de wijde wereld in. Hij woonde eerst enige tijd in Londen (en overreed er ooit op een haar na Paul Mc Cartney voor de muziekstudio en had zo de muziekgeschiedenis kunnen bepalen, maar dan was ik er allicht nooit gekomen) en trok dan naar Oost-Duitsland om ergens eind jaren '60 in West-Berlijn te gaan rondhangen en daar mijn mama tegen te komen. In '70 trouwden ze in het Stadhuis van Berlijn-Tegel (althans dat denk ik). 

Ze verkasten naar het Zwarte Woud. papa ging in Zwitserland werken, mama kreeg 2 miskramen. Het werk deed hen naar België verhuizen, waar ze een jaar of 2 in Tremelo in een huurhuis woonden, om dan in Grasheide een oude langgevelhoeve van meer dan 100 jaar oud te kopen en op te knappen. In '74 kwam ik, in '77 mijn zusje. Met z’n 4-en waren we! Onze “familiefeesten” zouden tot aan mijn huwelijk en dat van mijn zus en onze eigen gezinsuitbreidingen nooit meer dan 4 personen tellen. In een dorp als Grasheide kon iedereen wel op de ene of andere manier familiaal aan elkaar gelinkt worden. Familiefeesten vonden er in de parochiezaal plaats, waar dan gelijk het ganse dorp aanwezig was. Ik vond het soms sneu dat wij “alleen” waren en was best jaloers op al die Vlaamse kinderen uit het dorp, die allemaal 1 leuke familie leken.

Onze vakanties bestonden in die tijd, toen onze vriendjes naar de zee of de Ardennen op verlof gingen, dan weer wel uit (voor die tijd verre) reizen naar Duitsland, Oostenrijk of Frankrijk om de gemiste familiefeesten gefragmenteerd in te halen. Gezellige onderonsjes (met veel en goed eten en sloten drank) bij de oma’s, opa’s, grootooms, achternichten en andere verwanten waren als kind niet altijd even spannend, maar achteraf bekeken was het wel leuk. Ik hoorde van mijn nicht dat net die afstand maakt dat wij (de Belgische tak van de familie) met de meeste familieleden contact hebben en houden. Terwijl zij in Oostenrijk allemaal in hetzelfde dorp wonen, weet de ene er vaak niet wat er bij de andere gebeurt. Zij vinden het niet zo speciaal, omdat zij het gegeven van een grote familie van verschillende generaties gewend zijn.

Ik ben daar een pak emotioneler in. Ik kende als kind Allerheiligen niet in de praktijk, want wij hadden niemand op het kerkhof liggen. Ik wist niet hoe het voelde om met iemand in de klas te zitten, die je neef of nicht is. Ik kende oma’s alleen als mensen die hééééééél ver weg wonen en die pakjes sturen voor verjaardagen, Kerst of Pasen. “Grootouderdagen” op school waren vreemd voor me, want ik had geen oma’s en opa’s in de buurt die gauw even konden langskomen op school. Ook "communiefeesten" (of in ons geval "lentefeesten", gezien we niet katholiek zijn) kenden we niet: we gingen met mama en papa uit eten.


Je had nog geen Whatsapp en Facetime of andere technische mogelijkheden om dagelijks contact te houden, telefoneren naar het buitenland was heel erg duur en ik herinner me nog goed hoe boos mijn vader werd als hij weer eens een veel te hoge telefoonrekening kreeg als mijn mama urenlang naar Duitsland had gebeld om bij te praten met haar moeder of haar Duitse vriendinnen.

Oh ja, nog even over die oma’s en opa’s. Ik had dus 3 paar van elk! Aan de basis daarvan ligt mijn vaders moeder, die maar liefst 3 keer getrouwd was. Een eerste keer scheidde ze in 1950 ongeveer, ze hertrouwde om enkele jaren nadien opnieuw te scheiden en uiteindelijk te hertrouwen met de man waar ze tot aan haar dood pakweg meer dan 40 jaar mee samen was. Mijn opa, papa’s papa, hertrouwde ook. Mijn vader, die nu 75 is, groeide dus toen al op met een stiefmoeder, stiefvader(s) en 4 halfbroers. Voor ons allemaal even liefdevolle opa’s en oma’s, los van bloedband.

Tijden zijn veranderd: ik heb ondertussen een heel groot gezin met 4 eigen kinderen, 2 pluskinderen en onze leuke peuter, het broertje van mijn jongens bij hun papa en plusmama, die ook deel uitmaken van ons mooie grote gezin. Mijn zus heeft ook een geweldig gezin met 2 kinderen én omdat liefde sterker is dan bloed, maken de door mijn zus gekozen en door mijn ouders én ons allen gekoesterde broer en zijn man hier ook deel van uit. Kortom: onze familiefeesten zijn nu al gro(o)t(s)er dan ik ooit gedacht had! Mijn eigen kinderen kennen familiefeesten met neven, nichten, ooms, tantes, oma's en opa's. Ze hadden grootouders op de grootouderdagen op school en groeien op met een mega-grote familie Belgen, zich vaak onbewust van de heel grote familie die ze nog in het buitenland hebben.

En tegen dat er kleinkinderen zijn, moeten ook wij allicht onze toevlucht gaan zoeken tot een parochiezaal om er iedereen in onder te brengen voor nog meer heerlijke familiefeesten.

En onze papa, die reist nog steeds en pendelt het ganse jaar door tussen Frankrijk, Hamburg en Kuringen J


Ter nagedachtenis van mijn laatste oma, papa zijn stiefmama, die op bijna 96-jarige leeftijd deze week overleden is en me zo grootouderloos achterlaat. 

Voor mijn kinderen, die hun roots in België hebben.


dinsdag 10 december 2019

De lente van 2009...


Als er iemand in je omgeving overlijdt, dan ga je terug naar je herinneringen met die persoon, mijmert er wat op los. Dat is allicht een deel van het afscheid nemen van een persoon…

Zo ook toen ik zondagmiddag het nieuws van mijn man te horen kreeg – ik lag nog in bed – dat “er iets met je aan de hand moest zijn”, omdat hij op Facebook verontrustende berichten had zien passeren. Ik checkte en concludeerde – helaas terecht – dat je zelf besloten had dat het goed geweest was, dat je er een einde aan had gemaakt.

Bam! Ik werd dadelijk iets meer dan 10 jaar terug de tijd in gekatapulteerd, naar de lente van 2009.

Ik “kende” jou al bijna 2 jaar als onderdeel van een (heel erg mooi en populair) koppel, dat al 5 jaar samen was en door iedereen graag gezien werd. We kwamen elkaar sporadisch eens tegen op café, in de weekends, jij met je vriendin en ik met een vriend. We hingen op dezelfde plaatsen rond, maar we kenden elkaar niet écht, ook al had ik al vaker leuke gesprekken gehad met je vriendin. 

Zelf zat ik in die tijd in een heel turbulente fase van mijn leven: ik had mijn huwelijk zien stranden na 13 jaar samen en woonde ondertussen gescheiden in een huurhuis met mijn 4 jonge kinderen. Mijn scheiding was de maand ervoor maar pas voor de rechtbank bezegeld, ook al waren we al anderhalf jaar uit elkaar. Ik was 34 en had die herfst en winter verstrikt gezeten in een “love triangle”, die tot gevolg had dat ik in een wisselende aan-af-relatie zat tussen 2 mannen.

Begin mei van 2009, meer dan 10 jaar geleden,  kwam ik je dan tegen, op café, alleen. Jij en je vriendin hadden jullie relatie na 5 jaar beëindigd bijna 4 maanden ervoor, ergens na Nieuwjaar, in februari. En ik had in mijn liefdesdriehoek na maanden van twijfels en vallen en opstaan de maand ervoor de pauzeknop op beide fronten ingedrukt om wat tot rust te komen, terwijl beide mannen zich elders vermaakten. 

We raakten aan de praat, jij en ik,  en bleven langere tijd bij elkaar hangen die avond. Toen pas viel me op wat een mooie ogen en ontwapenende lach je had. Voorheen had ik daar nooit zo op gelet. Je vroeg mijn nummer en of je me eens mocht bellen om iets te gaan eten.

JE VROEG MIJN NUMMER! Ik herinner me dit historische feit alsof het gisteren was. Want, je was de eerste én enige die ooit mijn nummer gevraagd had om met me “op date” te gaan. Ik stond perplex en wist niet wat me overkwam!

Ik gaf je mijn nummer. Maar, ik was ook wat terughoudend, omdat ik jullie als koppel had leren kennen en dus ook je (ex-)vriendin kende en heel erg sympathiek vond. Pas toen ik iets later vernam dat zij een nieuwe relatie had aangeknoopt, pikte ik in op je vraag om met je te gaan eten. Ik vond dat ik daarmee de spelregels gerespecteerd had: zij was gelukkig met iemand anders, jij was al enkele maanden single en had mij uitgevraagd. Ik zag er dus geen graten in. Bovendien leefde ik op dat moment tegen 100 per uur en was afwachten niet echt aan mij besteed toen (en nu nog niet): veni, vidi, vici was de leuze én carpe diem!

Eind mei, een 2 à 3-tal weken nadat ik je mijn nummer had gegeven, nodigde je me uit om op een terras iets te gaan eten op zondagavond. Ik wilde die “date” discreet houden om je ex-vriendin niet nodeloos te kwetsen, want ik had haar graag. Slechts 2 van mijn vriendinnen wisten ervan. Je kwam me thuis ophalen en ik was best wel zenuwachtig, want zo goed kende ik je eigenlijk niet, besefte ik toen. En, het concept “daten” was me compleet vreemd. De conversatie liep wel, ook al praatten we beiden enorm veel over onze relationele troubles van de maanden ervoor en over onze exen. (Eigenlijk een absolute “faux pas” op een eerste date!)

Je had je ex-vriendin in de week ervoor nog gezien en zij had toen je even naar het toilet was in je telefoon gekeken en opgemerkt dat wij hadden afgesproken, althans zo heb je het me verteld. Volgens jou had ze furieus gereageerd, je tot bloedens toe geslagen, je autosleutels uit het venster van de 6de verdieping op straat gegooid, je bedreigd en meer fraais. Ook had ze enkele van mijn vrienden opgebeld om hen in te lichten over het feit dat ik met haar ex had afgesproken en dat je zoiets niet doet, nog voordat jij en ik een concrete datum hadden afgesproken of ooit met elkaar gebeld hadden (we hadden alleen maar heel erg praktisch ge-sms't mbt onze dinerafspraak).

Dat zette al een aardige domper op de sfeer, toen je me dat vertelde, en ik vroeg me toen al af of dit een situatie was waarin ik verzeild wilde geraken. Anderzijds was het euvel nu toch al geschied: we zaten samen op dat terras te eten/daten. En, je was nog steeds de allereerste en enige man ooit die mijn telefoonnummer had gevraagd om me uit eten te nemen. (Na een huwelijk van 11 jaar – we waren 13 jaren samen geweest - was ik op het vlak van daten niet echt mee: ik kende dat niet, had mijn ex-man op de hogeschool ontmoet, nog voordat GSM’s bestonden en voordat we überhaupt geld hadden om uit eten te gaan, maar dit geheel terzijde.)

Als je in een kleine stad woont en op restaurant gaat op een straat verwijderd van je stamcafé, dan is de kans om gezien te worden vrij groot, zeker als je op het terras gaat zitten. En wij werden er natuurlijk gezien! Je ex werd gebrieft. Nog geen 5 minuten later kregen zowel jij als ik een sms van haar. We gingen nog voor een afterdrink naar een café, waar we normaalgezien niet kwamen, kwestie van de geruchtenmolen niet nog meer op gang te trekken. En we praatten, vooral over je ex. Nadien zette je me thuis voor de deur terug af en er volgden nog een paar beleefde sms’jes die avond. Verder was er niks gebeurd: uit eten en wat drankjes.

Amper 2 dagen erop, dinsdag, besliste ik om voor je te koken, als bedankje voor het uit eten gaan die zondag. Ik nodigde je bij me thuis uit, had in die tijd als alleenstaande moeder van 4 het geld ook niet om buitenshuis te gaan eten. (Ik denk zelfs dat ik nog weet wat ik gemaakt had: als voorgerecht een slaatje met roze pompelmoes en krab, als hoofdgerecht zelfgemaakte saltimboca met mals kalfsvlees en pasta met een heerlijke pittige saus van verse tomaten en kruiden uit mijn tuin en als dessert allicht één of andere mousse met vers fruit afgewerkt in een hoog steelglas, maar daar ben ik niet meer heel zeker van…) Het was alleszins mooi weer en we aten buiten in de tuin van mijn huurhuis dat ik enkele weken later zou inruilen tegen het helaas tuinloze huis waar ik nu nog steeds woon.

Na het eten werd het snel fris en gingen we naar binnen, naar de woonkamer. Ik weet nog waar je zat en hoe je zat en wat je allemaal vertelde. Neen, niet de details, maar de grote lijnen. We praatten alleszins veel minder over je ex en vooral over jou. Over je dochter, die toevallig middelbare school liep in de school, waar ik als kind 15 jaar lang mijn broek had gesleten, in Keerbergen, op 65 kilometer van hier. Over hoe trots je als vader was als je met je dochter buitenkwam. Dat je het enerzijds vleiend vond, maar ook vervelend, als mensen je aanschouwden als je dochter’s vriendje en niet als haar vader (je was vrij jong vader geworden en zag er ook nog heel jong uit). Je vertelde over je roots, over je achternaam die uit het Luikse kwam, over een vioolbouwer (maar ik herinner me de familiale context niet meer) en over je ouders, maar ook daar ben ik de details van kwijt. Het werd laat die avond, heel erg laat, maar ook heel fijn en gezellig. Zo herinner ik me die avond toch. We begonnen elkaar écht te leren kennen. Uiteindelijk ging je ook die keer braafjes naar huis en gebeurde er niks; de dag erop was woensdag, een werkdag.

Het was fijn om na 7 maanden emotionele rollercoaster te genieten van een frisse lentebries en ik genoot er met volle teugen van, ook al hadden we jouw ex en mijn 2 exen die ons nauwgezet in de gaten hielden.

Uit oud mailverkeer met anderen leid ik af dat je me enkele dagen later erbij wilde hebben toen je met kameraden uit eten was en dat je me daags erop bij je thuis – je woonde toen bij vrienden - uitgenodigd hebt voor een grootse barbecue bij je thuis. Ik maakte tzatziki en een gigantische schotel Griekse salade en bracht die mee, maar bleef niet lang op je feestje. Jij was omringd door al je vrienden en ik voelde me er teveel, overbodig. Ik was niet je vriendin, voelde me “een scharrel”, een indringer. Het leek voor me alsof iedereen zijn oordeel over me klaar had (beïnvloed door de geruchtenmolen, die je ex aanzwengelde) en ik paste er gewoon niet. Ik wilde stilletjes verdwijnen, maar toen ik naar huis wilde glippen en net de auto wilde instappen, kwam je me achterna en kuste me en gaf me een ietwat houterige knuffel, alsof je me wilde laten weten dat mijn indruk een foute was. Alsof je me wilde zeggen dat er meer was dan niets, ook al voelde het minder dan iets.

Jij had ondertussen ook al duidelijk meegegeven dat je met je leven vooruit wilde, maar dat je er nog niet aan toe was om opnieuw in een relatie te duiken. Je genoot van je vrijheid, zat in de weekends vaak in Keulen, waar je ook iemand zag. Je ging vaak op stap, naar clubs en dance feestjes. Niet mijn wereld! Ik was meer een gezelligheidsstapper, die op café zat voor de sociale babbel en de schele zever en die genoot van occasionele live-optredens.

Er werd me toegefluisterd dat je op die feestjes en als je met je vrienden samen was ook minder legale dingen innam. Ik sprak je erover aan, jij zei me dat dat iets uit het verleden was, waar vooral je ex zich aan bezondigde, maar dat jij zo niet was. 

We hadden geen relatie en ik had op dat moment enerzijds nood aan rust, maar ook aan emotionele binding en een gevoel van samenhorigheid. Ik had 13 jaar niet anders gekend dan dat ik “een koppel” was. Ik was een emotionele mailer, een schrijver, jij niet. Ik was actief op sociale media, jij niet. Je verdween soms dagenlang naar Keulen of elders zonder veel uitleg, maar dook telkens opnieuw op, stuurde me af en toe wat sms-jes, want je was geen grote mailer. Ik was altijd heel erg “outgoing”, een behoorlijk emotioneel open boek, terwijl jij veel binnen hield. Je was geen grote prater en had het ook redelijk moeilijk met het uiten van gevoelens, terwijl ik – zeker in die periode – één en al gedreven door extreme emoties was, in een reactie op het mislukken van mijn huwelijk.

We hadden geen relatie, dus die verschillen waren niet zo heel erg relevant op dat moment, ook al begonnen ze na een maand toch wel meer en meer duidelijk te worden.

Doordat je zo vaak weg was en de emotionele band er (nog) niet was, verwaterde het contact gaandeweg ook een beetje en gingen we beiden zowat onze eigen gang.

En toen was er die ene avond op café. Het was er heel erg druk. Zo druk dat mensen heel dicht tegen elkaar stonden, wat wel vaker het geval was in het weekend. Ik draaide me om en daar stond je! Op minder dan 2 meter rondom mij stonden mijn 2 exen (want zo gaat dat als je op dezelfde plaats uitgaat). In die drukte passeerde je me en je nam mijn hand vast. Het was alsof ik door 1000 volt geraakt werd, zo intens kwam die ene kleine aanraking binnen. Je keek me in de ogen en liet mijn hand niet meer los. We bleven naar elkaar kijken, tot ik naar buiten ging. Ik sms’te je dat ik naar huis zou gaan, want ik werd ongemakkelijk van de aanwezigheid van mijn 2 controlerende exen én jou in zo’n claustrofobische context. Een half uur later volgde je me naar huis en bleef je slapen, de eerste en enige keer.

Ergens in die maand samen gingen we op een maandag naar de film. Het was de eerste keer dat ik naar de kleine dorpsbioscoop zou gaan (ik had 2 tickets gewonnen met een wedstrijd van de krant), waar ik nog steeds om de andere week ga, sinds toen.  Welke film we zagen, weet ik niet meer. Ik dacht “No Country for Old Men”, maar die is uit 2007 en verscheen hier allicht in 2008, dus allicht dat mijn geheugen me hier in de maling neemt. Het was alleszins een vreemde ervaring: we wisten niet dat het een arthouse film met een (vrij lange) inleiding was, we zaten heel onromantisch redelijk vooraan in de zaal… én je had me gezegd dat je de indruk had dat je de wagen van je ex had zien rijden, terwijl we ons op een 25 kilometer van thuis bevonden. Je zette me na de film thuis af.

In die week besliste ik om na een maand een punt te zetten aan iets wat nog niet goed begonnen was. Jouw ex, die ons niet alleen zwartmaakte, maar op dat moment ook een heel impulsief/explosief karakter had, was maar één van de redenen. Haar stalking was iets waar ik mijn kinderen tegen wilde beschermen. Ook al keurde ik het gedrag van je ex niet goed, ik had ooit naar haar opgekeken en vond haar altijd een heel erg mooie en bewonderenswaardige vrijgevochten vrouw. Hoe kon ik als moeder van 4 daaraan tippen? Ik voelde me daar niet tegen opgewassen.
En dan was er het gevoel dat ik nooit in jouw wereld zou passen als moeder van 4. De vrienden waar je mee optrok, het clubben en dan de drugsvraag. Op zich een verstandige/verstandelijke beslissing om ermee te kappen, ook al stapte ik nadien terug naïef en volkomen blind in de liefdesdriehoek waar ik zo graag vanaf wilde en die me nog lange tijd na jou veel turbulenties zou opleveren.

Jij en ik… we hadden geen “liedje” dat ons verbond, we hadden geen diepzinnige emotionele momenten, we waren zelfs geen échte “jij en ik”, maar we hadden een maand samen. 
(Als je weet dat ik al ongeveer 541 maanden op deze aardkloot vertoef, dan lijkt die maand zo onnoemelijk nietig, een “faits divers”, een kleine kanttekening in een veel groter verhaal.)

Wat mij bijblijft aan jou - en daar gaat het uiteindelijk om in een “elegy”, een treurdicht of lijkrede (Elegy, een prachtige film die ik voor het eerst zou zien de week dat ik een punt zette achter onze maand), is die ene aanraking in een overvol café: dat ene moment, waarop het leek alsof de wereld heel even bleef stilstaan en alleen jij en ik bestonden en, in een fractie van een seconde, verbonden leken door iets kosmisch.


"Time passes when you're not looking"
- uit de film Elegy
En, ja, de bioscoop, waar ik per toeval voor het eerst jou mee naartoe nam en die een vaste waarde in mijn leven geworden is. Ook die doet me soms aan jou denken… en de vraag welke film we toen gingen zien.

We zagen elkaar nadien, in de 10 jaren die volgden, nog sporadisch om de zoveel maanden eens als er ergens iets te doen was. Jij met je vriendin, ik met mijn man. Als we elkaar kruisten,  keek je naar me, lachte je naar me en ik lachte terug. Alsof we beiden zagen dat het goed was, zoals het was. Alsof we beiden blij waren te zien dat de ander gelukkig was. Althans zo leek het altijd en zo wil ik het graag onthouden.

En dan is er de Harley, dat prachtig zware ding, dat jou zo goed stond. Op 1 september 2011 werd bij wet bepaald hoe correcte kledij op de motor er diende uit te zien: lange broek, handschoenen, schoenen tot boven de enkels, enz. Diezelfde maand zag ik je op de Harley door de stad cruisen, met een open pothelm aan, een zonnebril, een short, t-shirt en sneakers, zonder handschoenen. En het leek alsof je lachte met die brede glimlach van je en met een fonkel in je ogen dacht “kus toch gewoon allemaal mijn ***”


Mijn oprecht medeleven aan iedereen die van je hield zoals je was. Mijn gedachten zijn bij hen en vooral bij je dochter, die nu zonder papa verder moet. Het ga je goed! Wie weet kom ik je binnen 60 jaar nog eens tegen na dit leven en zegt je blik dat het zo goed was.

maandag 19 november 2018

Axelle Red - Si tu savais


Voor Walter en onze kinderen.







Si tu savais
comme tu es spéciale
spéciale pour moi
je te garderais
facilement tout près
de moi

Eternellement te couver
tellement fusionnel, que je pourrais
même t'étouffer
Sous mes ailes tu te sens protégée
Tu as du mal à t'imaginer
un jour tu vas t'en aller

Et je veux te voir voler
libre dans le ciel
toucher les étoiles
savoir que tu es belle
Je ne peux que t'apprendre
m'apprendre à te lâcher
Aimer c'est aussi un peu ça

Si tu savais
l'histoire de cette fille
fragile comme tu l'es
C'est ma maman
qui me la racontait
J'avais ton âge à peu près

Non, je ne voulais pas l'écouter
Dehors le monde m'attendait, oh j'étais
plus que pressée
Toi qui es née du bon côté
ta vie est magnifique, elle l'est
Laisse-moi juste te préserver


Je veux te voir voler
libre dans le ciel
toucher les étoiles
savoir que tu es belle
Je ne peux que t'apprendre
tout ce que je sais
Dehors il peut aussi faire froid

Si tu savais...
Si tu savais...

Je veux te voir voler
libre dans le ciel
toucher les étoiles
Tu es belle Janelle
Je ne peux que t'apprendre
Mais couvre-toi, tu sais
Dehors il peut aussi faire froid...
Si tu savais

De lente van 1994...

Op dinsdag 5 april 1994 overleed Kurt Cobain, legendarische frontzanger van Nirvana op 27-jarige leeftijd. Die vrijdag (8 april 1994) vond elektricien Gary Smith zijn levenloze lichaam. De grunge vierde hoogtij en was die dag plots één van haar iconen kwijt.

Ik reed met de wagen van mijn moeder jullie oprit in de Vlieghavenlaan op rond 19 uur, want het nieuws stond al op. Ik was net terug van het internaat in Hasselt en had allicht dadelijk de auto genomen om van Grasheide ("de Geshaa") naar Keerbergen te karren. Vrijdags-vrolijk kwam ik binnengewaaid en begon in het wilde weg te tateren, blij je te zien na een weekje school. Jij was er, Ivan en misschien nog wel iemand, maar dat herinner ik me niet meer zo helder nu bijna 25 jaar later. Ik denk dat jullie die vrijdagavond repetitie gepland hadden. "Ssssssssssssst, we kijken het nieuws." Allicht antwoordde ik toen iets in de trend van "En dan?", want ik was me er niet van bewust dat die dag nadien voor altijd in mijn geheugen zou gegrift staan als "de dag waarop bekend werd dat Kurt Cobain overleden was."

Jij was bijna 26 (ook al vind ik nu dat je op de foto jonger lijkt dan dat je in mijn herinnering was), ik moest die herfst nog 20 worden. Ik zat (nadat ik mijn lagere school in Keerbergen had afgerond) in mijn 2de bachelorjaar in Hasselt (op internaat), had er in de winter Ivan ontmoet op een vrijdag op de trein naar huis en zo ook jou iets later. Sibylle kende ik wel vanop het K.A.K., maar jou niet omwille van het leeftijdsverschil. Ivan heeft me eens meegenomen naar een repetitie, zodat ik je bij jullie thuis  voor het eerst bewust ontmoette.

Vreemd, nu ik op je herdenkingswebsite het filmpje van Beowulf op Rock Geshaa zag (inderdaad een retestrak stukje drumwerk!) besef ik plots dat ik je toen ook al moet gezien hebben in 1987... En, nog vreemder, "A Forest" van The Cure, dat jullie toen zo knap neerzetten op dat podium bij ons in het dorp, dat is altijd mijn absolute lievelingsnummer geweest en is dat nog steeds. In mijn digitale wilsbeschikking staat het zelfs als allereerste nummer vermeld dat op mijn eigen uitvaart gedraaid moet worden. (Ja, ik ben daar mee bezig, met mijn eigen sterfelijkheid, omdat mijn mama al van haar 46ste kanker had en er uiteindelijk aan overleden is.)

Ik herinner me de (vrijdag- of zaterdag-) avonden in de Que Pasa, de avonden ergens in Keerbergen aan een toog (ik ken de namen van de cafés en de mensen niet meer, ben er al te lang weg). En, ja, ik herinner me ook die keer dat je ouders op weekend waren en jullie 3 een "sleep-over" hadden bij jullie thuis en jij doodsbenauwd was dat je ouders zouden te weten komen dat er iemand was blijven slapen.

Die lente was van ons, ook al kruisten onze levens zich op een moment dat we beiden in heel verschillende werelden leefden en niet verschillender konden zijn: jij werkte al, ik studeerde nog, jij in Keerbergen, ik in Hasselt, ik nog zo jong en onbezonnen, jij 6 jaar ouder, ik feestte in de week en snakte in het weekend naar rust en geborgenheid, jij werkte in de week en wilde in het weekend muziek maken en bij je vrienden zijn. Dat ik je moest delen met je muziek en je maten was uiteindelijk een doorslaggevende factor om terug elk onze eigen weg te gaan. Ondanks de "mismatch" heb ik altijd mooie herinneringen gekoesterd aan ons samen-zijn. Jij was een man om naar op te kijken, mooi vanbinnen en vanbuiten.

Enkele jaren later, ik denk rond 1997-1998 kwam ik Valérie nog eens tegen in Hasselt - waar ik ondertussen permanent was blijven hangen (en nog steeds woon) - tijdens een nachtje stappen in de Ritz en vroeg haar hoe het met je ging. Je stelde het goed en dat was fijn om te horen. Want, mensen die ik ooit graag gezien heb, daar wil ik dat het goed mee gaat. Ik wens hen het ultieme geluk en elke dag een warme glimlach op hun gezicht en voorspoed in alles wat ze doen.

Dat jij dat mooie gezinsgeluk gevonden hebt met iemand die - naar de foto's te oordelen - een mooie lach op je gezicht en een fonkeling in je ogen toverde en met wie je 3 prachtige kinderen hebt (goh, wat lijken ze op je!), dat is enerzijds zoooo mooi en anderzijds zo bitter, dat jij hen nu op deze manier moet achterlaten. Met zelf 4+2 kinderen en de liefde-van-mijn-leven aan mijn zijde beangstigt deze confrontatie met de broosheid en vergankelijkheid van het bestaan me enorm. Ik ben daar niet goed in, in het afscheid nemen en in het besef dat aan alles en iedereen een einde komt. Vanuit mijn hooggevoelige wezen kan ik daar niet mee om, omdat het teveel pijn doet. Ik heb dan ook mijn man en mijn kinderen gisteren nog eens extra gezegd hoeveel ik van hen hou, toen ik vernam dat je er niet meer bent. Mijn hart bloedt pijnlijke tranen om je vrouw, je kinderen, je zussen, je ouders, je vrienden en iedereen die nu zonder jou verder moet. Ik denk aan hen en hoop dat ze een manier vinden om dit grote gemis een plaats te geven.

Bedankt voor die lente in 1994.

En elke keer als het Kurt Cobain's sterfdag is of ik hoor Nirvana op de radio, dan denk ik aan jou. En dat al sinds 1994.

(Op donderdag 6 september 2018 overleed David Declercq, legendarisch op zijn manier. 20/05/1968 - 06/09/2018)

(Ik wist dat ik slechts één foto van je had, genomen in mijn kamer. Want in 1994 was het nog zo dat men geen 100 of 1000 foto's in een maand maakte. Ik heb er even naar moeten zoeken, maar uiteindelijk toch gevonden.)