vrijdag 11 maart 2011

"Gezonde" voeding?



Goh, kritisch ben ik altijd geweest. Té kritisch en rationeel volgens sommigen…



En, ja, op dit moment zit ik weer in zo’n fase. Of dat aan het grauwe weer van de laatste 3 dagen ligt weet ik niet. Of misschien ligt het wel aan de tijd van het jaar: de officiële christelijke vastentijd is deze week begonnen en de foldertjes van drogisterijen die hun sapkuren en vitaminesupplementen promoten hebben weer een weg naar mijn brievenbus gevonden. Zelfs mijn werkgever trakteert binnen 2 weken op een fruitmand in het kader van de “Week van de Groenten en het Fruit”.



Niet dat ik iets tegen een gezond leven heb. Integendeel zelfs. Ik ben zelf geen echte fruitmadame, maar voor een dagelijkse portie warme én koude groenten kan je me zeker warm krijgen. Mijn kinderen zijn dan weer gematigdere groenteneters, maar verorberen braaf 5 stuks fruit per dag. We zijn dus zeker geen junkfood-gezin, dat de waarde van verse voeding niet meer kent.



Tot daar is er dus nog niks mis. Wat me echter stilaan begint boos te maken is het feit dat we constant in de media bestookt worden met (publi-)reportages die ons nodeloos met een schuldgevoel opzadelen. Want, “de huidige maatschappij zorgt voor slechte voedingsgewoonten” en “het is onze verantwoordelijkheid om er bewuster mee om te springen”, voor onze gezondheid, ons hart, onze darmen, onze huid en god-weet-waarvoor-nog-allemaal. Overdreven, me dunkt. Ik zal niet ontkennen dat er hele bevolkingsgroepen zijn die zich met te vet voedsel volproppen en dus aan hart- en vaatziekten voortijdig bezwijken.



Sta me toe ter verdediging van mijn “je m’en fou”-houding even de geschiedenis in te duiken. Want, “gezonde voeding” is – naar mijn bescheiden mening – een modeverschijnsel van de laatste jaren, dat mensen ertoe aanzet de gekste voedingsswitchen te maken. Nog niet zo geweldig lang geleden bestonden er geen frigo’s, diepvriezers en transportmogelijkheden die ons het ganse jaar door voorzagen van de meest exotische producten op ons bord. Een mens at wat de lokale velden hem schonken en zorgde dat er conserveringsmogelijkheden waren om het één en ander te bewaren voor magere tijden. Men at het vette vlees van het varken dat over het erf wroette (weliswaar zonder hormonenbehandeling vooraf), gebruikte het vet om te bakken en braden. Cholesterol vierde toen ongetwijfeld hoogtij! Men bakte wit brood, sopte het in verse koeienmelk en at er spek met eieren bij. Voedingswaren werden gerookt en gepekeld ter bewaring of ingekookt met suiker tot jams en confituren die beter bewaarden. Zonder enige twijfel toen ook al met een verhouding van 50% suiker, op 50% fruit. Neen, deze basisvoeding stamt niet uit de Middeleeuwen, maar ken ik uit de pril na-oorlogse verhalen van mijn ouders, waarvan de één in een platgebombardeerde stad opgroeide en het dus met weinig vlees moest stellen en de ander op de buiten op een boerderij ronddolde en dus eerder toegang had tot rijkere en vettere maaltijden.



Gezonde voeding, daar lag toen allicht niemand wakker van. Nu ja, mensen waren toen ook vaak veel meer fysiek aan het werk: thuis, in de tuin en zelfs op het werk, dat niet zo geautomatiseerd was als nu. En, gezien er minder voorzieningen waren om het ’s winters overal lekker warm te stoken, zal een extra vetlaag in de wintermaanden dan ook wel meer noodzaak dan last geweest zijn. Voeding was een basisbehoefte die diende om HONGER tegen te gaan, een gevoel dat wij niet meer kennen...



Verschilpunt met nu is wel dat voedsel toen meer “vers” was (ook al heb ik daar soms mijn twijfels over, gezien de vaak gebrekkige conserveringsmogelijkheden), dat er minder gespoten werd en dat er minder chemische en kunstmatige additieven toegevoegd werden. Alles was dus allicht iets puurder dan nu het geval is. Maar, of al die vettige, zoete, zoute en zware spijzen zoveel beter waren dan nu? Ik betwijfel het.



Dat brengt me dadelijk bij de biowinkels, die ons met duurdere prijzen willen overtuigen hun ongespoten en onbehandelde waren aan te kopen. Elk stuk heeft namelijk persoonlijke aandacht gehad en werd manueel vertroeteld, wat natuurlijk meer kost. Maar… zijn die voedingsmiddelen zoveel beter? Uiteindelijk is het dezelfde (zure) regen die op de biogroenten valt en nemen ze hun voedingsstoffen op uit dezelfde vervuilde bodem en lucht als die van “de buurman”, die dus wel gretig gebruik maakt van pesticiden, kunstmatige meststoffen en een geïndustrialiseerd beheer. Ik heb dus ook mijn vragen bij het “biolabel”… wat allicht aan mijn te kritische kijk op de dingen ligt.



Maar, er is meer. Want, wist je dat bepaalde voedingsgroepen en voedingsmiddelen ervoor zorgen dat je geen kanker krijgt, dat acné een bocht rond je tere huidje maakt, dat je geen ADHD zal ontwikkelen en dat psychische problemen bij jou de kop niet zullen opsteken? Althans, dat wil men ons doen geloven. Helaas ben ik ook hier weer te kritisch om nog in sprookjes te geloven. In de tijd dat de Vlaamse huisvrouw namelijk nog fel gezouten “patatten”, in het vet badende braadworst, kolen in romige saus en rijke vleesjus serveerde waren wij al volledig thuis in het mediterraan dieet van olijfolie, knoflook, tomaten, verse kruiden en paprika. Dit werd aangevuld met Aziatische gerechten en andere uitgebalanceerde wereldkeukengerechten waar men in de verste verte bij ons op het platteland nog nooit van gehoord had. Volgens de bevindingen in menig voedingsboek kunnen wij dus onmogelijk getroffen worden door kankers, ook al bewijst mijn moeder al 18 jaar het tegendeel en zal ze aan kanker sterven.



Ze is hier geen uitzondering, dat weet ik wel. Mensen stierven vroeger allicht ook aan kanker of aan hartkwalen of aan god-weet-wat. Alleen wist men toen de oorzaken van een overlijden waarschijnlijk niet zo gedetailleerd te omschrijven en is het heden onze ambitie om allemaal kerngezond op onze 90-ste verjaardag in onze slaap te overlijden.



Ik wil hier zeker niet beweren dat voeding geen invloed heeft op je gezondheid. Verre van zelfs. Maar, het impact van voeding alleen zal ons echt niet redden voor de ondergang. De invloed van voeding en hetgeen men ons er rond verkondigt is “highly overrated”. Er zijn zoveel andere factoren die je gezondheid mee bepalen: genetische aanleg, industrialisatie, kwaliteit van lucht en water, enz.



Voor mij dus geen biokost of voedingssupplementen die vooral niet houden wat ze beloven. Ik probeer te variëren in hetgeen ik klaarmaak en hecht niet extreem veel belang aan hetgeen het voedingsetiket zegt. Want, zeg nu zelf, wie geraakt er nog wijs uit al die etiketten en samenstellingen. Beter dus om je er niet over op te jagen, terug te denken aan 1-2 generaties geleden toen aardbeien in de winter uit den boze waren en men nog nooit van een passievrucht of kiwi gehoord had in onze contreien.



Ik geniet dus van al het lekkers dat er in de winkels te krijgen is, maar hou me aan de leuze: geniet met mate en vermijd overdaad. Bij deze nodig ik dan ook de mensen in mijn omgeving (die het ongetwijfeld goed met me voorhebben) uit om me hun biologisch voedingsidee te besparen…



Als ik eens geen zin heb om mijn (gespoten en behandelde) tomaten NIET te wassen voor gebruik, dan zal ik daar heus niet van doodgaan. En, die grote steak om de andere week maakt van mij zeker geen slechter mens dan mijn veganistische medemensen. Hij helpt me mijn vitamine B12 en ijzer op peil te houden. En, de vis die ik eet, zit net zoals ALLE vis vol kwik en andere milieubelastende stoffen. En, ja, de wijn die ik drink bevat allicht ook pesticiden en pollutie, die je evenzeer in water terugvindt. Bespaar me dus al dat gezondheidsgezwam in de media en laat me a.u.b. gewoon terug genieten van het leven in al zijn aspecten, inclusief eten en drinken!

woensdag 2 maart 2011

Koffierevolutie…


Ook al worden de media gedomineerd door de stijgende olieprijzen t.g.v. de onrust in het Midden-Oosten, mijn wereld draait sinds een dikke week rond koffie!
(En, dan nog te weten dat ikzelf absoluut geen koffiedrinker ben...)


Enige kadering is misschien toch aan de orde voor wat betreft mijn werkplek…
Ik werk voor een dochtermaatschappij van een grote bankinstelling (helaas een dochtermaatschappij die momenteel in de verkoopsvitrine staat) en ben dan ook ondergebracht in één van de hoofdgebouwen van onze moedermaatschappij sinds 9 jaar. Fijne burelen op de 4de verdieping, met prachtige zonsopgangen en zicht op het achterliggende Limburgs groen en voorzien van behoorlijk wat “inhouse”-faciliteiten. Onze burelen worden – tesamen met de rest van het gebouw – onderhouden door een extern poetsbedrijf, er is een firma die de ramen doet, een bedrijf dat het kantoorgroen op regelmatige tijdstippen komt gieten (iets waar wij enkel in de gemeenschappelijke gangen genot van hebben, maar toch), een firma die het openlucht-groen en de gazons onderhoudt, 2 grote vergaderzalen op dezelfde verdieping en koffieservice als we voor onze kantoorhouders enkele malen per maand gebruik maken van de volledig functioneel ingerichte vergaderruimtes van onze moedermaatschappij, die dan ook nog eens "op onze verdieping", vlak tegenover mijn burelen liggen.


Maar, aan die koffieservice komt een einde, vernam ik vorige week. Neen, niet dat wij als "dochter-in-de-vitrine" plots droog gezet worden... Het betreft eerder een beslissing die genomen werd voor de GANSE bankgroep en binnen 8 weken van kracht gaat in ALLE gebouwen van de groep. Geen (Poolse) “Madame Arabelle” meer die met haar kar door de gangen host en de vergader- en opleidingslokalen komt voorzien van enkele thermossen verse koffie, die dan zelf geschonken kan worden in standaard witte kopjes hotelporselein. En, als extraatje zijn er dan nog echte lepeltjes om de koffiemelk onder het bruine goedje te roeren of de suiker wat beter te verdelen – allemaal gedaan!


Maar, we mogen als alternatief gratis gebruik maken van de beschikbare koffieautomaten in het gebouw! Dadelijk werp ik een eerste probleem in de groep, richting “decision makers”, die zich in Leuven en Brussel bevinden en dus deze nieuwe regel voor de ganse Groep beslist hebben: “Op onze vergaderetage staat geen koffieautomaat. Zal er daar dan eentje bijgeplaatst worden?”
Want, je kan toch moeilijk de cursisten uit 2 vergaderzalen (met toch een capaciteit van 20 en 70 personen) met 2 liften naar een hoger of lager gelegen verdieping sturen om daar te gaan aanschuiven voor koffie (in plastic bekertjes met plastic roerstaafjes en melkpoeder ipv koffieroom!)
Negatief antwoord gekregen: er worden nergens toestellen bijgeplaatst! "Volgens een studie zouden de beschikbare automaten voldoen om de vraag te dekken." Of dat in ons specifiek geval wel praktisch en handig is, staat nergens in hun cijferstudie vermeld, uiteraard.


Men wist me along the way wel nog te zeggen dat de vrijgekomen uren van Madame Arabelle dan geïnvesteerd konden worden in extra schoonmaak. Een behoorlijke luxe, gezien de schoonmaak in het gebouw de laatste jaren beperkt werd tot 2 korte avondbezoekjes van amper een half uurtje door een onderhoudsdame, zodat het hier nu al jaren smerig, vuil en stoffig is en ik vaak zelf al de natte doek en de spuitbus ter hand neem om ongewenste verontreinigingen weg te werken en muffe geuren camoufleer met het strategisch opstellen van geurverfrissers. En, de schimmel in de Senseo-toestellen probeer ik zelf voor te zijn door op geregelde tijdstippen de hele handel in de vaatswasmachine te duwen en bij hoge temperaturen zuiver te krijgen. Nog te zwijgen van de kevertjes die hier rondlopen en de laatste uitspraak van mijn baas, een week geleden: "Mijn vuilbak ziet eruit alsof er dadelijk een hand komt uitgekropen en ik overweeg een champignonnenkwekerij op mijn bureau aan te leggen!". Maar, de nationaal beoogde besparing van -30% op de schoonmaak, die onze “Moeder” oplegde is in hun ogen alvast een succes… En, ikzelf weiger om bij het centrale meldpunt te gaan "klagen", omdat de 2,5 beschikbare poetsdames - Madame Arabelle en haar schoondochter en een bijkomende parttime-kracht, die echt wel hun best doen om op 2 uren tijd het hele 5-verdiepingen tellende gebouw onder handen te nemen - anders toch weer de dupe worden van mijn klacht en nog harder achter hun veren gezeten worden. Gezien het personeelsverloop bij de externe firma en de aanhoudende depressies bij de werknemers die hier al allemaal de revue gepasseerd zijn geen al te beste keuze...


Tja, dan ben ik dus ook maar bij mijn eigen werkgever voor mijn eigen cursisten een oplossing gaan zoeken voor het nakende “koffieprobleem”. Het eerste idee om met een bijkomend “huishoudtoestel” koffie te zetten heb ik verworpen. Want, in een kan van 1,3 liter koffie zetten voor 30 personen betekent voor mij ’s morgens een half uur eerder komen werken, de kinderen die dag in de ochtendopvang droppen en de ganse dag heen- en weer lopen met thermossen, wat ik totaal niet zie zitten! Beter was dan het idee van het semi-professionele toestel, waarmee ik vlot 3 grote thermossen ga kunnen vullen. De hotelporseleinen kopjes en echte lepeltjes zijn ook besteld, zodat we ons vanaf 1 april (oh, sweet irony!) zelf gaan kunnen behelpen voor wat onze cursisten (toch allemaal bankkantoorhouders) betreft.


Tja, onze Moeder heeft zo geen creatieve oplossing en hun directiesecretaresse is minstens even “pissed” als ikzelf, gezien ook zij zich de volksverhuizingen, de bezette liften en de morsvlekken in de liften en gangen levendig kan voorstellen als ze eraan denkt hoe “haar mensen” vanaf dan het gebouw gaan moeten afspeuren op zoek naar een koffieautomaat voor een kopje caffeïne tijdens de breaks.

Erger nog is de situatie van onze Poolse Madame Arabelle, die een contract heeft bij de externe firma die zorgt voor de poets binnen het gebouw. Zij zat er niks mee in om koffie rond te rijden; zij stond ’s middags stralend lachend en sympathiek achter de toonbank van de cafetaria het eten uit te delen, nadien de tafels af te ruimen en te poetsen… en, dat allemaal met een vriendelijke Poolse glimlach.
Ik kwam haar tegen op de gang daarnet, onze koffiedame Liesbeth (zoals ze in’t echt heet)… met rood doorlopen ogen van het huilen sinds enkele dagen. Want, per 1 april wordt haar contract niet meer verlengd, gezien de koffiedienst afgeschaft wordt. Wie er dan de cafetaria gaat doen en de poets die ze daarnaast nog doet weet ze zelf niet. Of ze een ander contract gaat krijgen (met focus op poetsactiviteiten) omwille van haar nieuwe taakomschrijving weet ze niet. Ze weet niet hoe het verder zal gaan… Zegt dat ze begrijpt dat de vorige koffiedame al 4 jaar thuis zit met een depressie… Voelt zich buitengezet met de lege melkroomcups…


Vraag is dus of dit niet weeral de zoveelste besparingsmaatregel is die uitgedragen wordt op de kop van de onderste en minst weerbare schakel, dan wel een noodzakelijke herschikking van prioriteiten? Mijn kantoorhouders zullen alvast geholpen worden en verder kunnen rekenen op een "warm" kopje koffie dat door mensenhand gezet werd… niet door Madame Arabelle, maar door mezelf, gewapend met thermossen en hotelporselein, de lepels in de aanslag…


Nooit gedacht dat ik ooit een koffierevolutie zou moeten gaan tegenhouden!

maandag 28 februari 2011


De samenwoonvraag… Ja, de laatste paar weken krijg ik ze steeds vaker gesteld. Logisch ook als je al enige tijd in een stabiele en liefdevolle relatie zit waar alles snor loopt en je buiten de verplichte werkuren steeds samen bent.

En, allicht is voor de meeste koppels het officiële en effectieve samenwonen dan ook dé bekroning van een goed lopende relatie. Waarschijnlijk ben ik “een moeilijke” op dat vlak, deels door mijn karakter en ook wel door eerdere teleurstellingen op dat vlak, gezien mijn ex-man en ik eigenlijk ook al niet samenwoon-compatibel waren. Een samenwoonrelatie heeft in mijn ogen nu eenmaal een vervlakking van de relatie tot gevolg, door het gedeelde woonidee. Alles delen is in mijn “ideale relatie” dan ook geen noodzaak. Ik ben gesteld op mijn eigen nest, dat ik ondertussen volledig ingericht heb naar mijn eigen smaak: het is er gezellig, staat bomvol en elk stuk heeft er zijn vaste plekje. Als gewoontedier heb ik ook zo mijn vaste rituelen en minutieuze onhebbelijkheden, die moeilijk combineerbaar zijn met de eventuele nonchalance van een partner. Ja, langdurig verblijf van een medemens op “mijn terrein” is in mijn wereld een inbreuk tegen mijn territorialiteit en een stap te ver in mijn privacy.

Niet dat ik een asociaal wezen ben dat geen sociaal contact in eigen huis kan verdragen. Integendeel zelfs. Maar, dat verblijf dient dan wel in tijd beperkt te zijn. Of, zoals mijn moeder – die vaak gasten thuis logeerde - al altijd zei: “Bezoek is als vis en dus niet meer genietbaar na 7 dagen”.

Natuurlijk, samenwonen is een behoorlijke besparing op de kosten: lening, verzekeringen, stroom, gas, internetaansluiting, digitale TV enz. betaal je maar 1x en niet dubbel. Maar, weegt die “besparing” op tegen de eventuele relationele nadelen? (Ik kan namelijk niet veel voordelen zien in het samenwonen, ook al ben ik normaalgezien een absolute optimist die alles van de positieve kant bekijkt…)

Neen, ik hou absoluut niet minder van mijn partner als we apart blijven wonen. Integendeel zelfs… Ik kan op momenten dat hij niet bij me thuis rondloopt genieten van het alleen-zijn en ernaar verlangen dat hij thuis binnengewaaid komt en met zijn vrolijke snoet mijn dag kleur geeft. Ik kan me – terwijl hij bij zich thuis na het werk wat terugtrekt om even op adem te komen na zijn dag – op het koken gooien en mezelf opknappen om er dan zelf ontspannen bij te lopen als hij langskomt om samen met me aan tafel aan te schuiven met een goed glas wijn. Kortom: ik reken erop om de sleur slim af te zijn, door het samenwonen als sleurverhogende factor uit te schakelen en zo enkel en alleen ruimte te laten voor de fijne momenten en het leuke aan een relatie. “In goede en in slechte dagen” werkt voor mij niet, gezien ik alleen de goede momenten wil en de slechte momenten in mijn eentje wil laten voorbij kabbelen.

ALLES delen werkt relatiedodend, daar ben en blijf ik van overtuigd.

De verschillen tussen man- en vrouw-zijn worden me na 13 jaar, als enigste vrouw uitsluitend tussen de mannen op de werkvloer, gewoon veel te duidelijk en lijken me hoe langer hoe meer niet-combineerbaar. Neen, ik ben zeker niet “manonvriendelijk”, verre van zelfs. Maar, ik denk dat ik een te goed inzicht heb in de verschillen - die er nu eenmaal zijn - en die het samenleven tot een hel en ware bron van dagelijkse ergernis kunnen maken, zowel voor de mannelijke als voor de vrouwelijke helft van een koppel.

Bovendien is het zo dat ik nog geen enkele man gevonden heb die zich 100% kan vinden in mijn vrouwelijke interieurvisie van “roosjes en engeltjes” en andere frivoliteiten. Mijn partner houdt van echte jaren 60 en 70 retro, strakke en no-nonsense mannelijke interieurs, terwijl ik de voorkeur geef aan romantische kringloopinterieurs en nostalgie-puur in mijn leefomgeving. Hoe combineer je dat in godsnaam in één huis? Onmogelijk toch.

Misschien is het “de schuld” van mijn ouders, die me als kind al de vrijheid gegund hebben van een “eigen rijk” incl. ruime zithoek met stereo en telefoon, bureel, quasi apart slaapgedeelte. Onze oude hoeve leende zich er toevallig toe dat dat een mogelijkheid was. En, ik herinner me nog steeds de mooie momenten aan die kamer, die 1/3de van de bovenverdieping in beslag nam en dan nog eens uit verschillende “subniveaus” bestond.

Het was een paradijs, mijn paradijs… net zoals mijn huis dat nu voor me is. Mijn 4 jongens hebben de bovenste verdieping van het huis ter beschikking en al de rest is van mij! En, ik doe daar volledig mijn ding, zonder compromissen! Dit vaak tot wanhoop van de mensen die vinden dat ik het “zus of zo” zou moeten aanpakken, terwijl ik dat – koppig als ik ben - succesvol weiger :-)

Ja, die koppigheid… Ze laat inderdaad weinig ruimte voor letterlijk “samenleven”. En, heel eerlijk: ik denk ook niet dat ik als partner met mezelf zou kunnen of willen samenleven. Samenzijn wel… op bepaalde momenten… maar zeker niet altijd ;-)

Ik kijk er dus naar uit dat mijn man zijn stek weldra helemaal verbouwd en intrekkensklaar is. Verheug me om bij hem thuis te gaan eten, daar mijn voeten onder tafel te steken na het werk, in zijn tuin te zitten, in zijn bed te slapen en bij hem op bezoek te gaan en hem te zeggen hoe geweldig ik hem vind. Want, dat is hij ook: geweldig! Omdat hij me neemt zoals ik ben incl. al mijn onhebbelijkheden en mijn koppigheid…

donderdag 17 februari 2011

Minding my own business

Daklozen in Hasselt… Ze zijn allicht met niet zovelen als pakweg in Brussel of Antwerpen. En, ze zijn ook minder “zichtbaar” aanwezig. Maar, ze zijn er. Ze storen niemand, bedelen niet, vallen geen passanten lastig en zitten er gewoon te zitten…

Zelf kom ik niet zo frequent in de binnenstad, maar tijdens de eindejaarsperiode zag ik ze aan de uitgang van de parkeergarage, uit de gure winterwind, aan de trappen, tegen de etalage van de Wibra gezeten. Ze waren met 4-5 man.

En, ja, ik moet er eerlijk in zijn: ik zag hen… maar toch ook weer niet. Want, staren, dat doe je niet. Omdat het onbeleefd is en ook omdat het te confronterend is van te kijken én te zien. Het is comfortabeler om je hoofd af te wenden, strak voor je uit te kijken en langs hen heen te lopen “minding your own business”, in dat geval kerstshoppen voor mijn 4 kinderen. Ze hebben me allicht ook gezien… een uur later, volgepakt met zware winkelzakken, kleurige kerstpakjes zeulen en langs hen heen terug naar de parkeergarage afdalen.

Wat zij niet zien is dat ik er ook een heel moeilijke tijd heb opzitten. Neen, ik mag niet klagen, heb steeds een (veel te duur) dak boven m’n hoofd gehad, ook al stond de schimmel er op de muren en tochtte het er zo fel dat ik 2 winters geleden een gans maandloon verstookt heb om mijn kinderen warm te houden. Maar, die tijd is voorbij voor mij. En, op zich waren de financiële problemen, die me op dat moment wakker hielden peanuts vergeleken met het leven dat sommige van deze mensen er al hebben opzitten. Ik had het geluk van bij vrienden en familie wat geld te kunnen lenen, als er aan het einde van mijn loon nog een stuk maand over was en de frigo leger dan leeg was. Ik ben er dus uiteindelijk uitgeraakt, uit de put. En, kan ondertussen in mijn eentje een schuldenvrij leven leiden en zie het allemaal best wel zitten.

Gisteren dan, één van de eerste zonovergoten middagen met behoorlijk aangename lenteachtige temperaturen, moest ik nog eens de stad in, cadeautjes kopen voor een kinderfeestje waar mijn 4 jongens zaterdag naartoe gaan. Ze – de Hasseltse daklozen – waren ondertussen ook verkast van hun windvrije schuilplaats aan de trappen naar het nabijgelegen plein en zaten op een bankje in het zonnetje te praten. Behoorlijk luid, dat wel. Ik kon er dus niet aan doen dat ik bij het langshaasten (gezien mijn middagpauze al een beetje overschreden was) gespreksflarden oppikte. Neen, ook nu keek ik hen niet aan. Een vrouw die bij het voornamelijk mannelijk gezelschap zat had het over het feit dat ze graag een pintje drinkt. Maar, dat ze eten en haar sigaretten toch wel belangrijker vindt. En, dat als het eens niet lukte, ze dan wel de pintjes liet staan om zich van eten en wat sigaretten te voorzien. Een behoorlijk verantwoorde keuze, die toch wel tegen het cliché indruist dat daklozen hun laatste cent aan de drank geven. De drank verzacht en verdooft allicht, maar de basisbehoefte eten en het genot van een sigaretje (een behoefte die ik als roker volledig kan begrijpen) staan toch bovenaan het verlanglijstje.

Het doet me denken aan die keer, nu alweer enkele jaren geleden, toen er iemand aan de deur belde. Een vrij jonge man, nog geen 40, die me beleefd vroeg of ik iets te eten had, gezien hij zonder zat. Ik liet hem binnen, gaf hem een kop koffie en vroeg hem of hij in de mogelijkheid was eten op te warmen. Hij zag er drugsverslaafd uit, vertelde me dat hij door zijn vriendin buitengegooid was en nu tijdelijk bij ene kameraad een onderkomen had gevonden. Ik gaf hem een pakje miracoli-spaghetti mee, een pak eierwafels en wat koekjes, gezien ikzelf amper wat in huis had. Ik zag hem een jaar later nog eens van deur tot deur gaan, in een andere wijk. En, een jaar of 2 geleden kwam ie nog eens thuis in de buurt “zijn ronde” doen. Hij was enorm afgevallen en ook niet meer in de mogelijkheid eten op te warmen, zat dus op straat. Ik gaf hem mee wat ik missen kon. Hij bedankte vriendelijk en zei dat ie zich me nog herinnerde van enkele jaren terug, toen ik nog in dat andere huis woonde. Sinds toen heb ik’m niet meer gezien.

Sinds gisteren spookt het door mijn hoofd dat ik me bij een volgende ontmoeting met het kliekje daklozen in de binnenstad misschien eens moet ontdoen van mijn blindheid, me er (gewapend met enkele blikjes bier, een zak koffiekoeken en een pak sigaretten) misschien eens moet gaan bijzetten, op hun bankje. Om een praatje te maken, te zien en te horen wie ze zijn, wat ze zijn en waarom ze zijn. De confrontatie is allicht moeilijker dan het negeren, maar ik denk dat ik het toch eens ga doen… Bij een volgende gelegenheid.

dinsdag 8 februari 2011

Absurdistan...


Ik, geboren als Cora Tatiana Meier, loop al 36 jaar rond met die naam… en met de Oostenrijkse nationaliteit, beiden verkregen toen ik het levenslicht zag in België, als dochter van een Oostenrijker en een Duitse. De naam, een origineel cadeautje van mijn ouders. De nationaliteit, een cadeau van mijn vader. Het Duits is dan ook nog steeds de taal die in de familie het meest gebruikt wordt en we houden ook wel vast aan enkele tradities, al was het maar de wekelijkse schnitzel met aardappelsalade.


Ondertussen ben ik - 36 jaar later - een afgesloten huwelijk en 4 kinderen verder. De Oostenrijkse nationaliteit heeft me tot een anderhalf jaar geleden slechts uitzonderlijk “last” bezorgd (vroeger, voordat Oostenrijk EU-lidstaat was, had ik al eens problemen op luchthavens en werd er via een aparte checkpoint eens wat dieper in mijn ogen gekeken, maar verder dan dat gingen de nadelen ervan niet) en was vaak een zegen: geen stemplicht, noch in België, noch in Oostenrijk, zodat ik op mijn 36ste nog nooit ben gaan “kiezen” en geen benul heb hoe dat allemaal werkt.


Tja, anderhalf jaar geleden dan… Het “London-incident”… De Britse autoriteiten wilden me in Brussel niet op de Eurostar laten omdat ik geen reispas bij me had. Op dat moment (ik had voorheen niet zo vaak gereisd en nam meestal de auto om op vakantie te gaan) besefte ik dat ik dus geen Belg ben en dat hetgeen ik voor een identiteitskaart had gehouden en er exact zo uitziet slechts een “Document ter Staving van Duurzaam Verblijf” is en dus niet geldig is in het buitenland. Het is dus geen identiteitskaart, maar de vroegere verblijfsvergunning, kwestie van me te onderscheiden van de illegale asielzoekers, die ons land frequenteren.


Geen London-reis dus, maar wel een zoektocht naar mijn reispas, ergens weggeborgen (nog nooit eerder nodig gehad, laat staan bekeken) in een vergeten lade, maar schijnbaar nog 4 jaar geldig! Groot was mijn verbazing toen ik de reispas (voor het eerst) opende en de naam zag die erop stond: Cora Schuurmans! O.K., Schuurmans heten is geen ramp, mijn kinderen dragen die naam al sinds hun geboorte dus daar is zeker niks mis mee. En, ik ben 11 jaar met een Schuurmans getrouwd geweest, wat al bij al ook wel meeviel.


Nu ik stilaan plannen koester om in de komende zomermaanden er eens op uit te trekken, bij voorkeur misschien zelfs eens met het vliegtuig, kwam het idee bij me op een nieuwe reispas aan te vragen, gezien ik ondertussen gescheiden ben en de reispas dus niet meer correct is. Me richtend tot de ambassade van Oostenrijk kaartte ik dan ook het probleem aan van de “verkeerde” naam op mijn pas en dat ik deze misschien maar beter kan vervangen, ook al is ie nog tot 2013 goed?



“Guten Morgen! Sie haben sich bei uns informiert für einen Reisepass auf den
Namen Cora Meier. Es tut uns leid, aber den können wir Ihnen nicht ausstellen, da Ihr Name Cora Schuurmans ist und Sie erst eine Namensänderung beantragen
müssen.“


Ik ben dus mijn naam kwijt… en dat schijnbaar al sinds 1998! Tja… Bij deze weet ik nu dus wel dat mijn reispas perfect in orde is en ik hem nog kan/mag/moet opgebruiken tot 2013, gezien er geen foutieve gegevens opstaan, die men me zou kunnen verwijten. De naam op de pas is wel degelijk de naam die ik officieel draag volgens mijn land van herkomst: Cora Schuurmans, gezien ik door te huwen mijn eigen naam compleet kwijtgespeeld ben... en je je meisjesnaam niet zomaar terugkrijgt na scheiding.


Concreet draag ik dus nu voor de Belgische staat de Oostenrijkse naam Cora Meier en voor de Oostenrijkse staat de Vlaamse naam Cora Schuurmans. En, sterker nog...


Stel dat ik, Cora Schuurmans, een Oostenrijker tegenkom met wie ik wil trouwen… dan krijgen we de keuze of we de naam van de man of van de vrouw willen dragen, zodat ik mijn nieuwe Oostenrijkse man de naam Schuurmans kan geven bij huwelijk en onze Oostenrijkse kinderen dan ook Schuurmans zouden heten, net zoals hun Belgische halfbroers! En, als we dan zouden scheiden, dan zou die Oostenrijkse Schuurmans zijn naam (zijnde mijn naam… of eigenlijk de naam van mijn ex-man) kunnen verder geven aan zijn nieuwe vrouw! En, jawel, die kan dan weer scheiden en op haar beurt de naam Schuurmans verderzetten. Voor je het weet zit Oostenrijk dus vol van Schuurmansen...
Of, zoals men in Genk zegt: sjiek is mich dat!

Nu, op zich is het fijn dat de Oostenrijkers je de keuze laten welke naam je bij huwelijk wil aannemen: de jouwe of die van je man. In geval één van beiden een hooggeplaatste naam heeft (adel, politiek, enz.), dan kan je die zo doorgeven en mag je partner die zelfs houden en op zijn/haar beurt ook weer verder geven. Of, als je een naam hebt die je liever niet ziet, dan kan je daar ook zo weer vanaf: trouwen en hup, weg is de naam! En, dat in principe voor altijd...
Maar, in mijn geval had het fijner geweest als men mij van die keuze op de hoogte had gebracht voordat ik getrouwd ben, 13 jaar geleden! Dan zou ik nu nog steeds Cora Meier heten…

Nu dient er dus een procedure tot naamswijziging opgestart te worden, wat me een dagje Brussel kost, 50 euro aan taksen en 3 maanden geduld, omdat één of andere rechter in mijn "thuisland" moet beslissen of dat wel mag, mijn meisjesnaam, die wel degelijk mijn Oostenrijkse geboortenaam is, terugnemen. Tot dan heet ik op alle officiële Oostenrijkse documenten dus Cora Schuurmans.


Fijn voor de nieuwe "Mevrouw Schuurmans", die in september met mijn ex-man gaat trouwen: zij houdt volgens Belgisch recht haar eigen naam… terwijl ik volgens Oostenrijks recht zijn naam draag.


Nu ja, mijn reispas is nog 2 jaar geldig. Ik heb dus nog tijd voor de naamswijziging. En, wat het reizen betreft: ik zal vanaf heden alle tickets bestellen op naam Cora Schuurmans-Meier, zodat zowel mijn identiteiskaart als reispas op één of ander vlak ook in het buitenland min of meer correct zijn, gezien ik de luxe heb van officieel 2 namen te dragen! En, in geval van nood in het buitenland zal ik vanaf nu richting Oostenrijkse ambassade rennen, terwijl mijn lief die van België mag gaan opzoeken…

En, wat de ex-man betreft: die heeft me vandaag verzekerd dat hij "royalties" gaat eisen voor het (verder)dragen van zijn naam. Ik heb hem beloofd dat ik'm bij een komende gelegenheid op een "Duvel" zal trakteren... Tja, what's in a name, anyway ;-)

P.S. Misschien is het een optie om me tot Belg te laten naturaliseren, hoewel ik daarmee ook best wacht, gezien ik anders direct mijn 1ste stembusgang voor de boeg heb ;-)
Of, trouwen met een Oostenrijker die de achternaam Meier (toch wel een veel voorkomende naam ginder) draagt en dadelijk terug scheiden, dan is het ook opgelost en ben ik terug wie ik wil zijn: CORA MEIER!
De wettelijke info kan je nalezen op: http://www.help.gv.at/Content.Node/112/Seite.1120200.html

vrijdag 21 januari 2011