vrijdag 11 mei 2012

Gebroken mensen...

 


Het was me het weekje wel... Het begon vorige zaterdag, toen ik – niet vermoedend dat mijn humeur die dag nog zo zou kunnen omslaan – ’s ochtends vroeg, om stipt 9 uur door “den Aldi” kuierde, met als enigste doel me wat leuk zomerondergoed aan te schaffen. (Tja, ik kan er ook niks aan doen, maar die pushups van “den Aldi” houden hun belofte én doen dat met een leuke print voor een aantrekkelijke prijs van maar 5,99€ - ’t is maar dat u het weet – zodat ik er 2x/jaar in alle vroegte sta aan te schuiven om mijn maat er in 5-voud uit te vissen) Neen, ik was nog niet helemaal wakker (zaterdag, 9 u, zoals ik al zei), maar, bij een 2de blik tussen de andere ochtendwinkelaars was het wel degelijk “mijn onthaalmoeder” (t.t.z. de vrouw die mijn 1ste en 2de zoon vanaf hun 3de maand heeft bijgehouden gedurende de 5 dagen per week dat ik travakken was om brood op de plank te krijgen... of andere mooiere leukere schoenen aan mijn voeten, al naargelang waar die maand de prioriteit lag, gezien ik toen nog getrouwd was en het brood met z’n 2-en verdiend werd) die daar achter haar winkelkar door de rayons tsjokte. 

Ze is er ondertussen 54. Maar, nog steeds (of beter: sinds de laatste jaren opnieuw) is ze een ongelooflijk knappe verschijning. Hoe keek ik toch naar haar op, een jaar of 12 geleden: ze had 4 zonen, een huishouden en zorgde overdag voor een hele meute baby’s en peuters en toch was ze altijd netjes opgemaakt, voorzien van leuke besierading en is was ze gewoon een raaaaaaaaaazend knappe vrouw. Een jaar of 8-9 geleden staakte ze haar onthaalmoederactiviteiten, omdat ze depressief was, gezien de echtscheiding die haar boven het hoofd hing. 

In tussentijd heeft ze een hoop miserie gekend: gescheiden, zwaar depressief, opgenomen geweest en het ging maar verder bergaf. Toen ik haar enkele jaren geleden dan nog eens zag, ook in “den Aldi” (maar wel “in de kleine Aldi van Runkst”, die toen nog zusterlijk naast “de grote aldi” coëxisteerde, op nog geen kilometer van elkaar) was ze een hoopje ellende, amper 40 kilo en een dode blik in de ogen, klaar om in haar eigen graf te vallen als ze de kracht zou gehad hebben om er zelf een einde aan te maken. De vrouw die ik afgelopen zaterdag zag was bijna helemaal terug de oude: opgemaakt, terug levenslust in de ogen, een prachtvrouw van 54 jaar. Nadat ik haar spontaan rond de nek gevlogen ben (tja, what can I say... That’s me!) vroeg ik hoe het met haar ging en ze straalde toen ze me zei dat ze voor de 1ste keer oma zou worden dit jaar. 

Ervan uitgaande dat haar oudste zoon of haar 2de oudste zoon haar een kleinkind zouden schenken barstte ze in tranen uit toen ik vroeg wie de gelukkige vader was en vertelde me dat haar oudste zoon, op de leeftijd van 30, vorig jaar een einde gemaakt had aan zijn leven. De tranen schoten me in de ogen, omdat ik wist dat hij heel veel voor haar betekend had in tijden dat ze het zelf niet meer zag zitten en hij uiteindelijk, na een mislukte relatie van 5-6 jaar terug bij haar ingetrokken was. Ik nam haar in mijn armen en we huilden samen, in den Aldi, tussen de mayonnaise en de ketchup, terwijl ik op weg was naar het kattenvoer. Ze drukte me een afscheidsprentje van hem in mijn handen en samen aan de kassa praatten we nog verder en ook buiten stonden we nog enige tijd na te praten. (En, voor de zoveelste keer vroeg ik me af waarom er in godsnaam geen café naast den aldi is, waar je zulke momenten met een glas in gezelligheid kan verderzetten.)

De ontmoeting met haar heeft me enorm aangeslagen. Een gebroken vrouw die haar kleinkind nu als lichtpunt heeft.

Amper 48 uur later (maandagochtend, rond 07.15 u) werp ik een snelle blik op mijn mailbox alvorens me in werkparaatheid te brengen en zie ik een mail met als onderwerp “overlijdensbericht”. *slik* Mijn 3de zoon is de enige die een niet-familielid als peter heeft. Een trouwe goede vriend die een pracht van een peter is voor onze jongen. De man heeft een geweldige vrouw en 2 schatten van dochters. Zijn vrouw is er zo eentje die altijd vrolijk is, altijd lacht en het leven van de optimistische kant ziet. Een leuk koppel. Het overlijdensbericht was van haar papa, 64 jaar. Toen ik al mijn moed bij elkaar raapte en haar die ochtend belde om haar eventueel hulp aan te bieden (in deze kindvrije week had ik best wel wat inkopen kunnen doen of op hun kindjes letten of god-weet-wat) kreeg ik een gebroken vrouw aan de lijn, die met doffe stem snikte dat hij dood was, gestorven op de 3de verjaardag van haar jongste dochter... Compleet onverwacht. Achteraf vernam ik dat een longontsteking hem fataal geworden was die dag, terwijl hij eigenlijk nog volop gezond in het leven stond en niemand ook maar kon vermoeden dat hen dit te wachten stond. Gisterenavond in het funerarium had ik het dan ook moeilijk: alle vrolijkheid was weggezogen uit haar rooddoorlopen ogen en die van haar man. Vreselijk om mensen die ik graag heb zo te moeten zien lijden!

Diezelfde maandag op het werk was er een collega afwezig. Leuke meid van 26, die volop in de weer is voor de communie van haar dochtertje binnen 7 dagen. Toen ik op haar dienst navraag deed of ze erg ziek was, gezien er sprake van was dat ze de ganse week afwezig zou zijn, zei men me stilletjes dat haar broer van 30 overleden was, verdronken... in Thailand, waar hij woonde. Daar sta je dan, wederom sprakeloos. Toen ik die avond haar broer googlede kwam ik op een filmpje uit dat hij gemaakt had en dat ik een jaar of iets geleden al eens gedeeld had met vrienden omdat het zo knap was. En, op foto’s zag ik hem met de bewoners van het kraakpand hier op de hoek. Hij zag er een toffe gast, jong, zachtaardig, idealistisch, iets van een wereldverbeteraar in zijn ogen. Woensdag kwam ze dan even op het werk langs, gesteund door haar man, om even kort met de baas te praten over haar afwezigheid. Ik kon het niet laten en ging naar haar toe en gaf haar een dikke knuffel (tja, what can I say... That’s me!) en toen ze vertrok ging ik even mee, buiten een sigaretje roken en nog even met haar praten. Ze was compleet afwezig, in shock, de ogen een beetje mee gestorven met haar verdronken broer, die pas volgende week zou “thuiskomen”, zodat de week van de communie van haar dochter ook de week van het laatste afscheid zou worden. Hoeveel verdriet kan een mens verdragen?

Neen, hoor, we hebben het nog niet gehad! Een overlijdensbericht op de FB-pagina van een kameraad uit de Vlaanders trok mijn aandacht. Neen, de gast is geen goede vriend en op Facebook na zien we elkaar misschien 1-2x/jaar als er in Limburg “iets te doen is” en hij afkomt. Maar, hij is een lollige pee, een leuke kerel. Het overlijdensbericht bleek van zijn nichtje, 15 jaar jong. *slik* Je doet wat je op zo’n moment doet en wenst via het sociale netwerk veel sterkte. Wat kan je anders doen? Een dag later komt er een sms, met dank voor de steun via FB, dat het verdriet groot is en de tranen bijna op. Dan doe je wat je kan doen en belt! (Jaja, ooit deden mensen dat, voordat al die I-dinges en prikborden er waren) Een gebroken man... Zijn nichtje had diabetes en heeft ’s nachts een fatale hypo gekregen, lag ’s ochtend dood in haar bed. Man man man... Sprakeloos van zoveel onrechtvaardigheid word je dan. Gaat de dood dan écht zo willekeurig tekeer?

Op 4 dagen tijd heb ik de dood vanuit elke familiale hoek vanop de zijlijn aan het werk gezien: ik zag een gebroken moeder, een gebroken dochter, een gebroken zus en een gebroken oom. Zij moeten afscheid nemen of hebben al afscheid genomen van een zoon van 30, een vader van 64, een broer van 30 en een nichtje van 15. Je voelt hun pijn, maar bent ook dankbaar, omdat je je eigen grootouders nog niet zo lang kwijt bent en een leeftijd van tussen de 80 en 90 echt wel O.K. is om te vertrekken. En, je vraagt je ook af of je moeder gelijk had: is het omdat ik zoveel (teveel) mensen ken dat er elke week wel ergens iemand sterft. Of, is dat gewoon het leven en wen je er na enige tijd aan, hoe ouder je wordt, dat er steeds meer mensen richting Walhalla vertrekken? Ik weet het niet...

De dankbaarheid voor het leven dat ik heb en degenen die me na staan is in zulke weken groter dan anders... evenals het besef van de eindigheid en de concrete angst geliefden te moeten zien sterven. Want, hoe vaak kan je iemand breken vooraleer alle levenslust verdwijnt? Ook dat weet ik niet en hoop ik nooit te moeten ervaren...

Carpe diem, to all my beloved ones.

vrijdag 4 mei 2012

Mijn vader heeft een lief!



Ja, écht. Voor het eerst in 43 jaar heeft de man (nu toch al bijna 68) voor het eerst terug een officieel lief. Laten we er niet al te naïef in zijn: hij had de afgelopen 43 jaar wel vaker een vriendin, gezien mijn ouders hun huwelijkspad eerder over doornen dan over rozen liep. Neen, het valt niet goed te praten dat de man een Fremdgänger was en het niet zo nauw nam met de huwelijkse trouw. Maar, dat zijn gelukkig mijn zaken niet.

In september vorig jaar werd ik half-wees en hij op slag terug “single”. We doen daar thuis niet lullig over (ik althans niet) en staan met beide voeten in het leven, gezien dat toch al zo kort is, wat mama ons wederom bewezen heeft: hij was dus terug vrijgezel, een vrijgezel met de trieste volgepakte rugzak van 18 jaar kankerstrijd, die zijn wederhelft verloren heeft. Best wel wat bagage dus... Maar, papa en ik zijn niet van de soort die bij de pakken blijft zitten. Want, rouwen kan je ook terwijl je leven verdergaat. Tijd is een constante in je leven, zeker als je er 67 bent en weet dat de tijd die je voor je hebt veel korter is dan de tijd die je al gehad hebt.

Hij had zijn verdriet en was daarenboven alleen... Niet gemakkelijk voor iemand die het alleen-zijn niet meer gewend is en het gemis in elke hoek van zijn lege huis voelt. Hij heeft vrij snel beslist dat op café hangen in de hoop een leuke dame te ontmoeten allicht niet het beste plan is. Een verrassende openbaring die getuigt van een enorme zelfkennis, daar mijn vader het niet alleen met “de vrouwen” niet zo nauw nam, maar daarenboven graag en veel op café zat om nadien dronken thuis binnegewaggeld te komen. (Maar, ook dat zijn mijn zaken niet meer, sinds ik het ouderlijk huis verlaten heb op mijn 21ste). Hij had dus geen echt plan, maar wist vooral hoe hij het niet zag: hij wilde eigenlijk geen relatie, wilde zeker niemand uit de buurt, ze moest haar eigen boontjes doppen en zelfstandig zijn, geen behoefte hebben te gaan samenwonen of trouwen en vooral zin hebben om te genieten van het leven. En, ja, ze moest ietwat van zijn leeftijd zijn, want (veel) jongere vrouwen heeft hij altijd een ziekelijk gegeven gevonden bij mannen op leeftijd. Hij had op dat vlak altijd zijn principes. Belangrijk was dat ze een positieve ingesteldheid heeft en dat ze graag nog dingen wil doen, zien, beleven. Reisjes, uitstappen, cultuur... Al die dingen die de laatste jaren wat op een laag pitje stonden omdat het met mama niet goed ging, wilde hij nu doen. Want, de tijd vliegt en gezondheid is op die leeftijd geen zekerheid meer.

Gelukkig is er het internet en kwam hij – geheel zelfstandig – uit op een Duits-Oostenrijkse datingsite voor hoogopgeleiden. Een betalende site, die bij mij vooral mijn wenkbrauwen dubieus deed fronsen, maar hij had er het volste vertrouwen in. 

Nog niet genoeg dat hij zich als single terug op de markt gooide, hij heeft ook een volledige medische checkup ondergaan om te kijken in hoeverre hij terug kan gaan sporten na jaren van inactiviteit. En, ook dat plan heeft hij heel gauw hard gemaakt: hij sport, heeft het huishouden onder controle, heeft het één en ander thuis heringericht, kookt voor zichzelf en voorziet zichzelf wekelijks van een groot boeket verse bloemen. Ja, stijl heeft ie wel, dat moet ik toegeven.

De datingsite dus... Papa is een aimabele man, groot, behoorlijk struis en hij heeft al wat jaren op de teller en komt dus niet meer over als pakweg een Johnny Depp of zo, zodat het me dan ook verbaasde dat hij binnen de kortste keren maar liefst 3 single dames had waarmee hij chatte, mailde en belde, die allen afgegaan waren op zijn foto en profielomschrijving. Voor iemand die voorheen absoluut geen voorkennis had van sociale netwerken, datingsites en meer van dies vond ik dat toch al een enorm succes. Vrij snel heeft hij dan ook besloten om de dames, quasi allemaal uit zijn geboorteland Oostenrijk, te gaan bezoeken of met hen in België af te spreken. Als hoogopgeleiden zijn ze werelds en kapitaalkrachtig genoeg voor een weekendje België met het vliegtuig, dadelijk ook een bewijs van hun zelfredzaamheid, die papa zo belangrijk vond.

We hebben in die tijd bizarre gesprekken had. Want, geloof me, ouders doen het niet, deden het niet en horen het ook niet te doen! En, posthuwelijkse datingverhalen van een single-parent (je eigen ouder in dit geval!) zijn al helemaal bizar en zo nu en dan werd er door mij dan ook een halt toegeroepen als er teveel info op me dreigde af te komen, als mijn papa in vol enthousiasme zijn hart kwam luchten bij zijn meest close vertrouwelinge, die met beide voeten op de grond staat en er geen probleem mee heeft dat hij zijn leven opnieuw aan het inrichten is. Maar, trop is teveel en ik blijf zijn dochter, die écht niet alles weten wil!

Maar, het was ook vertederend en mooi om te zien hoe hij opfleurde, hoe hij ’s avonds tijdig naar huis moest omdat hij nog een telefoontje verwachtte van één van zijn datingsitevriendinnen. Als moeder van een bijna-puber was dit een beetje een repetitie in het loslaten en vertrouwen van iemand die in rechte lijn je bloedverwant is, ook al betreft het je vader. En, ja, ook de ongerustheid over mogelijke mislukkingen, liefdesverdriet, enz.

In januari kreeg hij dan bezoek van één van zijn vriendinnen. Uiteraard wilde ik haar ontmoeten en weten met wie mijn vader nu al weken belt en mailt. Want, loslaten is wel goed, maar een beetje controle van hogerhand moet er toch zijn, ook al was het maar om goedkeurend te knikken en te zien dat het goed is. We spraken af op neutraal terrein, tijdens de laatste dagen van Winterland. Ze was eerst nog wat stil en het was ook de bedoeling haar druppelsgewijs te laten kennismaken met ons bizar gezin, dat bestaat uit 2 dochters, waarvan de ene nog steeds gelukkig getrouwd en met 2 kinderen en de andere gelukkig gescheiden met 4 kinderen, een ex-man en zijn vrouw en nog meer sociale aanhang die erbij hoort. Wist ik veel dat mijn ex-man en zijn vrouw net die dag gekozen had om met onze kinderen ook te gaan genieten van Winterland? Arme Eva kreeg dus dadelijk mijn voltallige helft van de clan op haar dak, onaangekondigd en geheel onverwacht. Een vuurdoop die verzacht werd met enkele jenevers, zodat ze ineens wist welk vlees ze in de kuip had.

Ondertussen zijn we 4 maanden verder en werkt de relatie papa-in-België en Eva-in-Oostenrijk wonderwel! Hij is vaak ginds, zij is soms 3-4 weken op rij hier en tussendoor cruisen ze door Europa en gaan mama’s broer in Frankrijk bezoeken, trekken naar Italië en rijden met papa’s cabrio de lente- en zomerzon tegemoet, genietend van hun vrijetijd.

Tja, ik heb het nooit gehad op datingsites, vond het voorheen allemaal een hoop opgeblazen zever voor mannen die een buitenhuwelijks verzetje zoeken of vrouwen die niet van straat geraken, maar moet toegeven dat ze uitzonderlijk toch succesvol zijn in hetgeen waarvoor ze ontworpen zijn: matchmaking!

De draad terug oppikken



Mijn fans, ik moet jullie dankbaar zijn. Ja, ik bedoel jullie alle 3! :-) Nadat vandaag de 3de en laatste in rij me er attent op maakte dat het de laatste maanden wel héél erg stil geworden is, ben ik dan toch gezwicht en heb ik het toetsenbord bij de hand genomen.

Niet dat er geen ideeën waren, hoor. Maar, zoals zo vaak, heb ik de laatste maanden vooral “in mijn hoofd” geschreven. Hilarische stukken, ontroerende, sarcastische. Neen, de Hunkerman en zijn intrede in mijn leven liggen niet aan de oorzaak van mijn gebrek aan schrijven, of toch niet helemaal. Ook al moet het gezegd – en dat zal elke schrijvende medemens alleen maar kunnen beamen – dat happiness niet echt bevorderlijk is voor het schrijven! Schrijven gaat nu eenmaal zoveel beter met een iets van kwaadheid, geäggiteerdheid of woede in je of een zweem verdriet, afgekruid met enige bitterheid. Gezien de laatste maanden van een roze-wolk-soort waren, kwam er dan ook niet veel zinnigs uit, op schrijfvlak. Mijn andere passie, het fotograferen, lukt dan weer zoveel beter als je vrolijk, uitgelaten en tevree bent. Je ziet alles door een roze bril en het lelijkste ding kan plots zoveel schoonheid bevatten, dat je je lens er niet van kan afhouden. De laatste maanden waren er dan ook vooral van niet-geschreven verbale expressie, maar eerder van beelden, mooie beelden. En, ja, het deed deugd het fototoestel nog eens ter hand te kunnen nemen, gezien het al maanden wat lag in te stoffen omdat ik een photographer’s block had naar aanleiding van het veel te vroege overlijden van mijn mama. Plots deed het vastleggen van momenten er niet meer zoveel toe...

Maar, nogmaals, het samenzijn met de Hunkerman is eerder NIET de oorzaak, dan wel. De jobswitch zit er dan weer wel voor iets tussen. Op mijn vorige werk spendeerde ik al eens 40 minuten middagpauze aan schrijven en waren er soms die halve uurtjes voor het naar huis gaan, die niet zinvol genoeg professioneel ingevuld geraakten en die ik dan benutte om te schrijven, in de stilte van mijn kantoor, helemaal alleen, met een prachtig uitzicht op de boomtoppen van Godske. Mijn huidige job is er eentje van permanent alert zijn, van leren, fouten maken, vallen en opstaan... 40 uren per week, van 8 tot 16.30 u, met slechts een half uurtje om boterhammen naar binnen te spelen en een sigaretje op te steken, terwijl ik op de personeelsparking wat uitwaai vooraleer er terug in te vliegen. Tja, de tijden zijn veranderd. ’s Avonds ben ik dan vaak te uitgeput om nog iets zinnigs te doen en valt plots alles stil en is de kracht er niet meer om onzin de wereld in te sturen en beperk ik me tot een Facebook-postje zo nu en dan, omdat ook daar verontruste berichten kwamen dat het plots zo stil geworden was en mijn immer sarcastische ironie gemist werd.

Nu, er zijn momenten geweest waarop ik niet liever had gedaan dan te schrijven, omdat dat nu eenmaal mijn manier van uiten is. Helaas zijn er meer introverte mensen in mijn directe omgeving die er niet altijd om kunnen lachen als ik mijn leven met de hele wereld deel via een medium als internet, ook al begrijpt mijn extraverte open-boek-persoonlijkheid dit zelden of niet. 

Tja, en zoals zo vaak: als je stilvalt is het moeilijk de draad weer op te nemen. Dat is zoals met het sporten. In de 3 weken tussen mijn oude en huidige job had ik de luxe van tijdelijk thuis te zitten en heb ik die tijd vooral benut om te sporten: 3-4x per week. Afgetraind als nooit tevoren, strak in’t lijf, slank en gespierd. Maar, na het nieuwe jaar en met de start van de nieuwe job ben ik stilgevallen. 

“Tijdelijk”, zoals ik zo vaak zeg. Nu, 4 maanden later, ga ik ook op dat vlak de draad terug oppikken. Ik wil me niet gewonnen geven aan de ziekte van deze tijd – tijdsgebrek – en probeer dus om draden terug op te nemen. Van draden gesproken: hier ligt ook al 4 jaar een begonnen breiwerkje, een wintersjaal, die ik elke winter opnieuw zal afmaken en waar ik niet verder kom dan enkele rijen. Tegen dat die sjaal klaar is, is ie allicht al tot op de draad versleten!

Anyway, ik ben terug... en hoop dat ook te blijven. Niet alleen voor jullie, mijn 3 fans, maar ook voor mezelf. Omdat het is wie ik ben, omdat het me ontspant en omdat het gewoon leuk is, of het nu gelezen wordt of niet.

Ik beloof bij deze dus plechtig dat ik terug vaker van me laat horen, via dit medium en niet alleen via dat andere en niet alleen met beelden. Want, geloof me, na 4 maanden stilte is er zoveeeeeeeeeel te vertellen, zoveel dat nog ongeschreven ergens wacht om eruit gelaten te worden. Ja, zoveel zelfs dat ik niet weet waarmee te beginnen. Alle begin is moeilijk, draden oppikken ook, maar ik denk dat ik bij deze alvast een begin heb gemaakt voor een nieuwe start.

To be continued... :-)

dinsdag 17 januari 2012

De Hunkerman


Zo’n avondje uit met vriendinnen is bijna altijd een hilarische bedoening, waarbij je de dag erop nog buikpijn hebt van het lachen. Dat was afgelopen weekend niet anders! Ik denk dat we (4 vrouwen en één “hoe-moet-ik-het-noemen-zonder-politiek-al-té-incorrect-te-zijn” man die ook 100% voor de mannenliefde gaat) op amper een uurtje tijd met ons collectief schaterlachen zowat de ganse eettent “leeggespeeld” hebben en uiteindelijk als laatsten der Mohikanen dan toch ook maar verkozen ons oorlogspad verder te zetten en elders neer te strijken.

Maar, terug naar het eethuis, de plek waar de avond begon met de andere 3 dames die eerst nog een honger te bevredigen hadden (zelf had ik er een verjaardagsfeestje van de oudste zoon opzitten en was eten het laatste waar ik op dat ogenblik zin in had) en waar ik hen gezelschap hield, in afwachting van de Gay (hij kan ertegen als ik hem zo noem!), die wat later zou komen.

(Voor het leesgemak en om hun anonimiteit wat te vrijwaren, zal ik de meiden maar de Single, de Getrouwde, de Zwangere en Mezelf noemen)

Nadat de kaart uitvoerig bestudeerd was, het eten besteld en de eerste wijntjes op tafel arriveerden, was de toon al dadelijk gezet... Neen, wij praten niet over koetjes en kalfjes, maar gaan direct over naar meer amusante thema’s! Onze single had de avond ervoor een seksuele escapade gehad met iemand waar ze geregeld eens mee afspreekt, laat ons zeggen om een honger van een iets ander kaliber te bevredigen ;-) De Zwangere, die normaalgezien geen deel uitmaakt van ons vrouwentrio hebben we geregeld van background-info voorzien, zodat ook zij volgen kon. Vrij snel kwamen we toen op het thema “Hunkerman”. Wat is een “Hunkerman”, wat doe je (of nét niet) met een hunkerman en meer gefilosofeer.

Groot was dan ook mijn verbazing dat elk van ons wel één of meer hunkermannen (gehad) heeft en het fenomeen voor niemand erg vreemd leek. Zelfs de Gay kende het maar al te goed. En, ja, zelfs de getrouwde.

Ja, ook ik moet toegeven dat ik eigenlijk mijn gans leven wel één of andere hunkerman gehad heb. Zelfs tijdens mijn huwelijk had ik jarenlang een zelfde hunkerman. Zo eentje die je hart sneller doet slaan en die in de meest ideale omstandigheden best wel je ultieme droomvent zou kunnen zijn, maar dat om één of andere reden niet is. Omdat je getrouwd bent, omdat hij gebonden is, omdat hij geen relationship-material is, omdat de timing niet lekker zit, omdat hij iets tegen je kinderen heeft, omdat hij een vriend van je man is of god-weet-welke-redenen je nog kan bedenken (duidelijk een niet-limitatief lijstje) om NIET voor die man te gaan of vice-versa. Vrij snel scande ik tijdens het gesprek zowat mijn ganse vriendenkring en kwam tot de vaststelling dat we allemaal wel een hunkerman hebben! Zelfs onze zwangere tafelgenote had er ooit één gehad in de vorm van een collega, de single had er zo ook al wel enkele de revue zien passeren en zelfs de getrouwde bleef devoot vasthouden aan haar hunkerman, ook al kan ze er ook behoorlijk over sakkeren als ze in een algehele kak-op-venten-bui is.

Onze partners – zo we die op dat moment hebben – hoeven niet altijd alles 100% tot in het detail te weten met betrekking tot die hunkerman, gezien er op zich niks aan de hand is wat niet door de beugel zou kunnen. Er is de al dan niet wederzijdse aantrekking, er is eventueel verkeer (maar dat beperkt zich tot woorden, geschreven of gesproken, maar liefst met enige afstand ertussen, dus bij voorkeur telefonisch te onderhouden), eventueel gedeelde fantasieën of ja, zelfs eens een uitstapje. Volgens de rest van het tafelgezelschap is dat thans wel de absoluut te vermijden stap: afspreken. De Gay beaamde luid en vol overtuiging “dat je dat VOORAL NOOIT mag doen” en de Getrouwde zei heel verstandig (ze doet zich soms thans graag blond-naïef voor) dat je daarmee de hunkering teniet doet, de magie om zeep helpt en de fantasie aan diggelen smijt. Een hunkerman hoort dus op een veilige afstand te blijven. En, als hij dichter zou proberen te komen, dan moet je jezelf maar van den domme houden en doen alsof je neus bloedt.

Mijn eigen impulsieve natuur in acht nemend heb ik uiteraard in het verleden wél al afgesproken met hunkermannen. Samen een uitstapje plannen, glaasje bubbels erbij, beetje samen rondkuieren en fantaseren in de wetenschap dat er die ene lijn is die je gewoon niet mag overgaan. Nu ja, in mijn huwelijk is mijn jarenlange hunkerman uitgedraaid in een (onbeantwoorde) verliefdheid die ik thuis opgebiecht heb, wat ik eigenlijk beter niet gedaan had. Maar, met mijn open-boek-kind-of-way is het nogal moeilijk om een hunkerman volledig weg te steken. Ook al omdat ik nergens ook maar een millimeter over de schreef ga van hetgeen ikzelf niet zou kunnen verdragen.

Bovendien is het hebben van een hunkerman in se niet schadelijk: hij pimpt je zelfbewustzijn en gevoel voor eigenwaarde wat, hij geeft je een warm en vrolijk gevoel vanbinnen, hij laat het een beetje vlinderen en meer is er eigenlijk niet aan de hand... Tenzij je de controle verliest en meer wil. En, daar zit’m net de kunst: in het begrenzen van het “willen” en het besef dat wat je thuis hebt echt wel helemaal O.K. is. Een hunkerman is dus in het beste geval een fijne aanvulling op een bestaande goede relatie, de sprankel en sprudel (jawel, dat laatste spreek je op z’n Duits uit ;-) ) in je leven. De relatie en de hunkerman zouden dus complementair moeten (kunnen) zijn.
In het geval van mijn huwelijkse hunkerman was dat buiten de jaloezie en het gekrenkte ego van mijn ex-man gerekend, maar voor de rest heb ik er alleen maar positieve ervaringen mee, met mijn hunkermannen. Gezien ik de kracht van de begrenzing op het vlak van het elkaar zien niet echt heb, evolueren mijn hunkermannen dan ook van hunkerman naar vriend, de volgende stap, die minstens even fijn is en die zo weer plaats maakt voor een volgende hunkerman. (The life cyclus of the “hunkerman” als het ware).

Nu in ons jolig gezelschap bevestigd werd dat elke vrouw (én gay) een hunkerman heeft, stelt zich natuurlijk de vraag of elke man ook een hunkervrouw heeft? Een vraag die ik vanuit mijn vrouw-zijn onmogelijk kan beantwoorden. Maar, ik hoop dat elke man er zo eentje heeft. En, dat hij er even verstandig en begrensd mee omspringt, zodat hunkerman en hunkervrouw een nog lang en hunkerend leven in het vooruitzicht hebben :o)

maandag 26 december 2011

’t Is the season to be jolly...


Kerstfeest… De eerste kerst zonder mijn moeder en – uitzonderlijk – ook zonder de kinderen, die dit jaar kerst in de Ardennen hebben doorgebracht om de 60ste verjaardag van hun oma te vieren. Papa’s mama had voor haar 4 kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen een huis gehuurd en ze zijn een weekend allemaal samen op “kerstvakantie” geweest. Gezien ik de kinderen traditioneel elk jaar met kerstavond bij me heb, vond ik het dan ook niet erg dat ze nu de kerstdagen eens met papa en de (ex-)schoonfamilie konden doorbrengen in de sneeuw.

Vandaag, op 2de kerstdag, was ik dan ook thuis druk bezig om hun thuiskomst (morgen, 27/12) voor te bereiden. Ik had alvast 4 champagneglazen klaarstaan voor als hun papa en zijn vrouw hen zou brengen morgen. De pakjes lagen klaar onder de boom, want de kerstman was hen niet vergeten. De zelfgebakken kerstkoekjes stonden in de koekjestrommels klaar om morgen op een kristallen bordje gelegd te worden en we zouden samen morgen klinken op de kerst. Deze namiddag zou ik dan nog inkopen gaan doen, want de koelkast is zo goed als leeg, gezien we zelf niet thuis gevierd hebben.

Plots ging de telefoon vanmiddag rond iets voor twaalven. Hun papa. Of ik de kinderen NU kon komen halen. Ik ken hem nu al 16 jaar en hoor aan zijn stem als er iets scheelt... als er iets ernstigs scheelt. Gezien het laatste half jaar getekend werd door overlijdens in de dichte familiekring (zowel aan zijn als aan mijn kant) en de laatste 2 dagen ook dubbel in onze ruime kennissenkring sloeg de paniek me om het hart en vreesde ik het ergste. “Er is ingebroken thuis – de politie is onderweg – kom je ze halen?”.

Ik snelde naar beneden, legde in het voorbijvliegen nog snel de laatste pakjes onder de boom, griste mijn handtas in de keuken mee en stopte met de wagen nog gauw aan mijn huurgarage om de pas gekregen tuinbank uit de auto te laden (iets wat ik later op de namiddag wilde doen, vlak voor het inkopen-doen) en sjeesde ik naar de kinderen hun “andere huis”. Een huis dat pas sinds eind augustus door hen betrokken wordt, een prachtige nieuwbouw met ruime kamers en voorzien van alle moderne comfort. Een pronkstuk, waar mijn man en zijn echtgenote-architecte terecht fier op zijn. Recent nog was het huis opengesteld als kijkwoningen kregen ze er geïnteresseerde bouwlustigen over de vloer en was het huis zelfs nog te zien op een TVL-reportage over ecologisch verantwoord bouwen.

Die 2,1 kilometer heb ik al vliegend afgelegd, alsof rendieren mijn auto door de lucht trokken en de groene golf me gunstig gezind was. Toen mijn auto de oprit naderde stond een verslagen ontvangstcomité al klaar: papa beteuterd, zijn vrouw in shock en in tranen, de kinderen bleek en helemaal over hun toeren. De kerstboom omgegooid, de kleren uit de kast gesleurd, de badkamer overhoop gehaald, het nieuwe keukenraam met een koevoet geforceerd met ebschadigingen van de binnenmuren tot gevolg. 50 euro van mijn oudste zoon gestolen, een laptop en harde schijf weg, wat geld... Mijn kleinste (1ste leerjaar) in tranen: “Mamaah, die boeven heven mijn nieuwjaarsbrief gestolen!” Hartverscheurend. 4 Kinderen die de wereld rondom hen niet meer begrijpen: “Waarom doet iemand zoiets?”, “Sinds oma gestorven is gebeuren er alleen nog vreselijke dingen” en “Wat een Kerst...” Ze zijn bang. Bang omdat ze alle gevoel van veiligheid kwijt zijn; hun huis en thuis, waar ze geborgenheid vinden als het leven “buiten” eens even niet meezit is bezoedeld door slijkerige voetstappen en een koevoet.

Gezien alle flatscreens en de vaste computers onaangeroerd zijn gebleven is de conlusie dat het om jeugdige delinquenten gaat die enkel uit waren op geld en wat ze dragen konden en alle te grote en zware dingen hebben laten vallen...

Zelf ben ik triest en woest! Omdat men aan mijn kinderen geraakt heeft. Omdat men hun onschuld en de kerstspirit bevuild heeft. Omdat men ze bang gemaakt heeft. Omdat men geen respect heeft voor hetgeen hun vader zelf opgebouwd heeft. Omdat men zijn vrouw – die zo’n ongelooflijke lieve schat is – met een berg professionele problemen heeft opgezadeld nu al haar werk “perdu” is. Ik hoop dat de kerstelfjes misschien toch ook een duister en rechtvaardig kantje hebben en het woord “wraak” kennen. Ik hoop dat het sporenonderzoek een dader kan aanwijzen. Ik hoop dat de dader(s) meerderjarig zijn en hun straf niet kunnen ontlopen. Ik hoop dat ze een greintje wroeging hebben voor hetgeen ze hebben aangericht...

Ondertussen joelen mijn aangeslagen kinderen hier thuis met hun kers(t)verse speelgoed door de living terwijl ze aan het ravotten zijn en toch terug iets van kerstige onschuld en onbevangen kindervreugde hebben...

vrijdag 9 december 2011

Werkjeans en sneakers



Ik ben op het werk… En ik (administratief bediende op een regionale zetel van een bank) draag jeans! Neen, niet de mooie donkerblauwe “deftige” bootlegged die zo mooi is met hakkenlaarsjes of pumps eronder en een rolkraagje en blazer erop. Neen, ook niet de strakke stretch, die ik zo graag in kniehoge laarzen wegstop en combineer met een witte blouse, wollen gillet en corduroy (a.k.a. “ribfluweel”) vestje voor een meer stijlvolle “British” tweed-look. Ik draag vandaag de “werkjeans”, een Celio-modelletje van meer dan 10 jaar geleden met grote gesloten zakken ter hoogte van de bovenbenen, waar je perfect een hamer, een schroevendraaier, je GSM én een pak sigaretten in kwijt kan. (90% Van mijn jeansbroeken zijn nu eenmaal “mannenmodellen”… omdat die me zo goed zitten en staan!)


De werkjeans dus… gecombineerd met sneakers (kwestie van ietwat stijlvol te zijn heb ik gekozen voor de donkerbruine met oudroze van Esprit en niet voor de “werksneakers” die ik thuis aandoe en die vol verf, lijm en javel hangen), een shirt met lange mouwen (van Guess Jeans ipv dat uitgewassen grijze Aldi-t-shirt dat ik thuis op de “werkjeans” zou dragen) en mijn favoriete knaloranje “hoody” van Jack & Jones ipv de groene Wibra-fleece die ik thuis aandoe als er klusjes gedaan moeten worden of ik naar het containerpark rij. Vanochtend na het douchen werkte ik het geheel af met een spritz van mijn favoriete dagelijkse parfum, die ik al 16 jaar gebruik…

Ondertussen, enkele uren later, hangt er een zweem van stof en zweet op me… en besef ik in de steeds leger wordende kantoorruimten dat ik nog 4 werkdagen voor de boeg heb. 4 werkdagen in 2011, 4 werkdagen in dit gebouw, 4 werkdagen op deze stoel, 4 werkdagen voor dit bedrijf, 4 dagen met deze collega’s, 4 dagen voor deze baas, 4 dagen met dit spectaculaire uitzicht vanop 4 hoog over het Limburgse groen en de vergelegen mijngemeenten… 4 dagen! Ik hou de moed erin door me fysiek kapot te werken hier: al 2 maanden ben ik bezig met de voorbereidingen van de verhuis, maar nu ben ik echt fysiek zwaar op het randje van mijn limiet aan het gaan. Gezien ik hier moederziel alleen zit (de rest van de collega’s/regiomanagers verkiezen momenteel al het werken vanop de baan en thuis en mijden het hier, gezien hun warme en gezellige nest al sinds enige tijd leger en leger wordt en er van de huiselijke sfeer niet veel meer overblijft. En ja, allicht ook omdat ik een weinig meegaande collega ben momenteel), zit er niks anders op dan zelf de handen uit de mouwen te steken. Tja, maandag (de eerstvolgende werkdag na vandaag, vrijdag) komt het sloopbedrijf de binnenmuren neerhalen en dan is het allicht beter dat alle achterliggende burelen leeg zijn. Loodzware bureaus, vreselijk onhandige kasten en reeds ingepakte verhuisdozen met het resterend klassement van 14 jaar (na grondige opkuis ervan) worden nog maar eens verschoven.

Een deel van het meubilair wordt straks al opgehaald, de rest volgende week donderdag na de sloopwerken. 4 dagen dus…

Ondertussen heb ik me voor de rest van dit jaar verlof gegund, gezien ik de resterende dagen maar beter kan opmaken en even kan bekomen van een turbulent jaar alvorens 2012 aan te vatten. Het thuis-zitten gaat deugd doen… Ik wil mijn sportabonnementen in die 2 weken opgebruiken (kan ik eindelijk eens overdag gaan sporten!) en zo wat fysiek herbronnen en nieuwe kracht putten om de winter goed door te komen. Maar, eerst wordt het begin volgende week nog spannend: maandagochtend (alvorens de werkjeans aan te doen toch maar eerst kiezen voor een meer stijlvolle optie) mijn contractvoorwaarden bij “Bedrijf A” gaan bespreken, nadat ik er gesprekken gehad heb en tests heb afgelegd voor een nog niet bestaande functie en dus nog niet gepubliceerde vacature, zodat ik allicht concurrentieloos en zonder zelf te solliciteren (dankzij netwerking) dit jaar nog een getekend contract op zak ga hebben (staat ongetwijfeld mooi onder de kerstboom). Dinsdag ga ik toch nog gauw bij “Bedrijf B” op 1ste gesprek, ook al zijn er redelijk wat “contra’s” verbonden aan de geafficheerde functie. Maar, praten kost niks! Dan heb ik nog kandidaturen lopen bij Bedrijf C en D, waar ik nog niet op gesprek geweest ben, maar wel iets verwacht, gezien ik door enthousiaste selectiekantoren werd voorgesteld aan deze bedrijven, die 100% achter me staan en me in die bepaalde functies zien werken én slagen. Maar, Bedrijf A zal het allicht worden, ook al hoop ik van ganser harte dat er geen onvoorziene omstandigheden alsnog roet in het eten gooien.

Volgende week ben ik nog 4 werkdagen inpakker-verhuizer en vervul ik daarnaast mijn gewone taken (helaas komen er veel last-minute opdrachten bij en ongeplande “extra’s”, gezien mijn teamleden beseffen dat mijn verhaal hier vreselijk eindig is en dat dit voorziene einde ongelooflijk snel dichtbij komt)… in werkjeans en sneakers.

maandag 28 november 2011






Vorige week zag ik de film “Lena” (Geregisseerd door Christophe Van Rompaey – de man van Aanrijding in Moskou, met Emma Levie, Niels Gomperts en Jeroen Willems). Een film over een vrij corpulente marginale half-Poolse meid van 17, die permanent op zoek is naar aandacht, om te compenseren dat ze uit een nest zonder liefde of waardering komt. (Hoe het allemaal zit met Lena, moet je zelf maar in de bioscoop uitvissen)

Het deed me terugdenken aan mijn eigen middelbare schooltijd. Een periode waar ik niet met echt veel voldoening naar terugkijk. Ik deed het goed op school, had wel enkele vriendinnen (wat me opvalt is dat ik toen al lak had aan het labellen van mensen en dat ik vrienden van divers pluimage had, ja ook in de categorie van de “underdogs” als we er dan al een etiket op willen plakken), maar voelde me er nooit echt thuis of gewaardeerd. Dat zie je ook op de foto’s uit die periode: ik zag er weinig vrolijk of opgewekt uit, terwijl ik nu eigenlijk Miss Optimista ben :-). Ik herinner me die schooltijd ook als een periode van onzekerheid, laag zelfbeeld, nog niet goed wetend waar ikzelf voor sta.

Neen, ik was niet echt het type dat gepest werd of echt zwaar buitengesloten werd, maar ik was ook niet Miss Popular en bleef tijdens de sportles (iedereen herinnert zich wel het “kiezen” van een ploeg, tijdens het balsporten) steevast als laatste (of toch voorlaatste) “over”, omdat men me liever niet in de ploeg had. Ik was weinig sportief of atletisch, dus ze hadden eigenlijk wel gelijk, ook al was het telkens opnieuw een teleurstelling als ik samen met de andere laatste, als “leftover” bij een ploeg gedropt werd, die duidelijk niet happy waren met mijn “toegevoegde waarde”. Ook was het niet echt “cool” dat ik – althans in de lagere school – behoorde tot de 4 leerlingen in mijn jaar die protestantse godsdienst volgden en niet zoals “de anderen” gewoon zedenleer of katholieke godsdienst. Ook het feit dat ik later in het 3de of 4de middelbaar bij die 7 was die Latijn-Griekse deden - daar waar het gros koos voor Latijn-Wetenschappen – maakte van me toch wel een ietwat geïsoleerd wezen, dat, net zoals Lena in de film – op zoek was naar aandacht en waardering. Sommige stukken waren dus best wel herkenbaar op een soms confronterende manier.

Wat het pesten betreft waren de tijden toen anders en ging het meestal om wat uit de hand lopende plagerijen, maar ik denk niet dat er echt “slachtoffers” gemaakt werden door mobbing en het willekeurig uitsluiten van mensen. Het zou op onze school ook niet getolereerd worden, toch wel een eliteschool die verdraagzaamheid hoog in het vaandel droeg en waar kinderen van alle (EU-)nationaliteiten samen zaten.

In het middelbaar zat je dan nog met de stijgende hormonen, puberale geldingsdrang (vooral dan bij de jongens), hier en daar wat haantjesgedrag en stoer-doenerij. Het was ook de tijd van de Delsey-koffertjes, die dienst deden als (veel te zware) boekentas, waar je quasi heel je schooltijd mee doorkwam en die dus een veel duurzamere investering waren dan de rugzakken, die de kinderen nu meezeulen. Wij hadden een “attaché case” mee naar school van Delsey of Samsonite. Want, het was ook de tijd van het snobisme (jaja, de Millets en docksides en truitjes van Donaldson), waar ik nooit aan deelgenomen heb, omdat mijn ouders daar gewoonweg niet aan meededen en ikzelf me ook niet echt kon vinden in die pseudo-uniformisering binnen een vrije schoolomgeving.

Die “boekentassen” dienden we dan weg te zetten in rekken op de speelplaats, die eigenleek meer een groot bos was, dan wat anders. De school in Keerbergen profileerde zich niet voor niks als “school in het groen”. Tijdens de speeltijd had je dan ook je spullen niet zo in de gaten als je met vrienden tussen de bomen door kuierde. Toen ik na het belsignaal dan mijn boekentas ging halen, bleek dat de sloten gesprongen waren en dat er vuile voetafdrukken op stonden. Iemand had de koffer dus platgelegd en was erop gaan springen. De tranen schoten me in de ogen, omdat ik wist hoeveel geld dat onnozele ding gekost had en gewoon omdat ik me geviseerd voelde. Eens in de klas bleek dan nog dat mijn pennenzak opengehaald was en dat mijn potje Tipp-ex doelbewust was opengeschroefd en leegegoten in de boekentas.

Stoer-doen is echter niet leuk als je er geen “reclame” rond maakt en ik wist dan ook dezelfde dag nog wie de “grappenmaker” was. Want, hij vond het onnoemelijk grappig dat hij erin geslaagd was mijn koffer open te krijgen en er voor wat Mayhem te zorgen. Hij was een jongen die al sinds de 1ste kleuterklas bij me op school zat en in het lagere onderwijs nog bij me op protestantse godsdienst had gezeten. Hij was een Keerbergse “local” en dus geen diplomatenkind van één of ander EU-ambtenaar, maar een “gewone kerel”, net zoals ik maar een gewone meid uit het landelijke boerengehucht Grasheide was, ook al had ik niet de Belgische nationaliteit en werd ik niet naar Vlaamsche traditie grootgebracht.

Ik vertelde ’s avonds thuis wat er gebeurd was. Het was een vrijdagavond. Ik zat thuis te huilen van machteloosheid, voelde me vreselijk slecht en was écht bang van die kerel. Bang om maandag terug naar school te gaan, niet wetende welke leuke aardigheid hij dan voor me in petto zou hebben. Mijn vader had het niet op emotionele uitingen van pijn en verdriet en vroeg me zakelijk kordaat wie die boekentas-ravage had aangericht (terwijl ik de opgedroogde Tipp-ex zat los te peuteren en probeerde te redden wat er nog te redden viel) en of ik wist waar die kerel woonde.

De dag erop, zaterdagochtend, stapte ik vreselijk bang bij mijn vader in de wagen. We reden naar Keerbergen. Ik moest hem het huis aanwijzen waar “hij” woont. Ik kromp in elkaar in de wagen… We stopten aan het huis en mijn vader (een grote imposante man van boven de 100 kilo met handen als schoppen) belde aan. De frêle moeder van mijn klasgenoot opende de deur. De 2 praatten enkele minuten en ik zag hoe ze haar zoon riep en iets later de deur sloot. “Zo, dat is ook weer opgelost”, zei m’n vader en vertelde me dat de moeder (die al wel het één en ander gewend was van haar zoon, die wel vaker “streken” uithaalde) haar zoon bij zich had geroepen en de wieltjes van zijn skateboard gedurende een maand had geconfisceerd.

Ik heb op school nooit meer last van hem gehad en we werden zelfs redelijk goed bevriend. Nu nog, een jaar of 23 later, zijn we bevriend op Facebook.

Zo loste je dat toen op. Er was geen ruimte voor pesterijen.

Ondertussen, in het hier en nu, moet ik vaststellen dat “zoon nr 2”, 9 jaar, de laatste weken “anders dan anders” is…
Sinds een 3-tal weken heeft hij het “moeilijk” als hij thuiskomt en ook in het Naschoolse opvang heeft hij het tegenwoordig “lastig”. Thuis is hij gesloten, soms nukkig, enorm opvliegend, misselijk, lusteloos en reageert hij zich soms “out of the blue” af op mij, zijn broers of op de begeleiders in het Naschoolse opvang. Hij praat soms helemaal niet meer, klapt compleet dicht, weigert deel te nemen aan het gezinsleven, zondert zich af, enz. zodat ik (en ook zijn vader en echtgenote) me toch wel wat zorgen maakte over hem.


Na lang aandringen en “graven” brak hij 2 weken geleden in huilen uit en vertelde ons dat hij gepest werd op school. Meer bepaald zou hij door een vriendje uitgelachen worden en zou die jongens als mijn zoon aan het spelen is met andere kameraadjes, deze overhalen mee met hem te gaan voetballen, doch wordt mijn zoon hierbij uitgesloten en blijft alleen achter en wordt uitgelachen door die jongen o.a. omwille van zijn gebrekkige voetbalvaardigheden, gezien bij die “pester” zijn leven rond voetbal draait. Dit verhaal werd ons door onze oudste zoon bevestigd en heeft “zoon nr 2” – los van elkaar - zowel bij mij thuis als bij zijn vader thuis verteld. Ik had hem 2 weken geleden al gevraagd of ik hiervan op school melding diende te maken, doch hij wilde dit niet en wenste af te wachten of het zou beteren...


Gezien ik de mama van dat schoolkameraadje goed ken (we gaan op 1ste en laatste schooldag al sinds jaren samen met enkele andere mama’s terrassen en ik heb zelfs al eens een namiddag bij haar thuis in de jacuzzi doorgebracht) heb ik haar dan ook gebeld om te vragen of:



- Zij weet heeft van enige ruzie of enigheid tussen de jongens
- Zij eens bij haar zoon kan polsen wat er juist aan de hand is, gezien de mijne weinig “lost” hierover
- Zij eens kan navragen of er sprake is van actie-reactie en mijn zoon misschien zelf iets gedaan heeft wat deze situatie veroorzaakt heeft (gezien ik altijd uitga van het feit dat elk verhaal zijn 2 kanten heeft en ik graag ook “de andere kant” eens wilde horen, daar ik niet uitga van een basishouding “eigen kind, goed kind”, maar ook zelf wil weten hoe de vork aan de steel zit en zelf ook ingrijp als mijn eigen kind enige verantwoordelijk draagt in zulke situaties)
- We dit als ouders samen met de kinderen onder ons kunnen oplossen, voor het welzijn van de kinderen


Ze zou dit met haar zoon bespreken en me terugbellen, wat ze 10 minuutjes later ook deed. Haar zoon (enig kind en toch wel behoorlijk verwend sterrenvoetballer-in-wording) was zich van geen kwaad bewust, wist niet waarover het ging (“hij speelt altijd voetbal met zijn vriendjes en heeft geen ruzie met je zoon”) en zat te huilen en “was in shock” volgens zijn mama en zij gelooft hem hierin, “gezien hij nooit oneerlijk is”.


Vervelender nog dat de vader des huizes, me vanop de achtergrond minutenlang met verheven stem extreem zwaar en aanhoudend begon “uit te kafferen” (andere woorden zijn er nu eenmaal niet voor), terwijl er op geen enkel moment beschuldigingen geuit werden of zware taal gesproken werd van mijn kant uit, maar ik dit met de moeder als 2 mama’s op een volwassen en rustige manier “intern” wilde oplossen voor het welzijn van de kinderen. Helaas denken zij daar blijkbaar anders over als ik mag afgaan op de scheldtirade die ik van de vader te verduren kreeg...


Mijn zoon heeft het sowieso sinds september moeilijk sinds het overlijden van zijn grootmoeder en is nu extra vatbaar voor zulke zaken. Het is uiteraard niet de bedoeling dat er “eieren onder hem gelegd worden”, gezien wij hem ook graag willen zien opgroeien tot een weerbaar en zelfredzaam kind, maar het kan niet de bedoeling zijn dat hij tegen zijn zin naar school gaat en liever in de klas blijft dan uit te kijken naar de speeltijden, noch dat hij er letterlijk ziek van wordt met misselijkheid, overgeven, bleekheid en angstzweet op zijn voorhoofd. Ik stelde ook vast dat hij op 2 toetsen behoorlijk zwakker had gescoord dan we van hem gewoon zijn. Allemaal behoorlijk atypisch voor hem, net zoals zijn gedrag van de afgelopen 3 weken.


In het naschoolse opvang heeft het begeleidend team me 2 weken geleden ook al apart genomen om me erop te wijzen dat hij tegen zijn gewoonte in enorm tegendraads is, niet luistert, bokkig is en “wringt”, een tegenreactie na een schooldag, waarvan de gevolgen ook thuis nog duidelijk voelbaar zijn (o.a. weigeren thuis uit de wagen te stappen en zelfs na een kwartier nog in de wagen verschanst te blijven zitten zonder een woord te zeggen over wat er scheelt en pas na lang aandringen dan in huilen uitbarst en het heeft over “pesterijen” op school).


Gezien ik momenteel geen verdere communicatie wens met die familie tot ze zich bij me verontschuldigen voor het ongehoorde gedrag van de vader (yeah, when pigs fly!), hoop ik dan ook dat men er vanop de schoolvloer op kan toezien dat deze situatie terug onder controle geraakt en dat er ingegrepen wordt, mocht er van onterechte en willekeurige pesterijen sprake zijn, van deze jongen of eender welk ander kind. Ik hoop dat ze mijn zoon zijn feel-good gehalte terug wat kunnen opkrikken en heb dan ook een uitgebreide mail naar de school gedaan…


Dit om te vermijden dat mijn zoon op zijn 17de een “Lena” wordt, om te vermijden dat hij te lang met die gevoelens moet rondlopen die ik me nog zo goed herinner uit mijn eigen schooltijd.


En, als dat niet helpt, dan stuur ik mijn ex-man erop af. Want, vroeger, toen hielp zoiets :-)