maandag 16 mei 2011

Finaledag Conti 4x4 Trophy






















De finaledag van de Conti 4x4 Trophy zit erop… En, neen, we zijn niet bij de 14 teams die hun koffers pakken voor Marokko en er volgende maand door de Sahara en het Atlasgebergte cruisen in Hummer H3’s.

Helaas? Bwah, ik weet het niet. De finaledag was alvast super-leuk en van A-Z netjes en mooi uitgewerkt. Aan alles was gedacht, zodat we de ganse dag voorzien waren van eten, drinken, sanitaire voorzieningen (belangrijk als je in een zandgroeve in the middle of nowhere zit), goed uitgewerkte proeven en ruime timings om deze af te leggen.

Onze dag was alleszins rijk gevuld… ’s Ochtends zijn we tijdig opgestaan om te kunnen genieten van een lange douche. Voorzien van outdoor-schoeisel, comfortabele kledij en een rugzak zijn we dan richting Chaumont-Gistoux gereden, op 65 km van Hasselt, via de “gewone” weg Sint-Truiden, Tienen, Jodoigne. Een ruim uurtje later kwamen we er aan, een half uur te vroeg, maar toch niet de eersten. Enkele Waalse teams stonden ook al aan de zandgroeve klaar om hun geluk te beproeven.

Een ontbijt stond al klaar in de grote tent en nadien konden we ons op het gemak gaan aanmelden en onze opdrachtenkaart gaan halen, waar ons dagprogramma op vermeld stond. Samen met nog een Vlaams team uit Roeselare en 2 teams uit Wallonië vormden we de “witte groep”, die de hele dag samen zou zijn om dezelfde proefvolgorde af te leggen. Met het koppel uit Roeselare klikte het direct en amuseerden we ons wel. De 2 Waalse heren waren dan weer geheel op zichzelf en het Waalse jonge koppeltje was ook niet dadelijk geweldig sociaal, ook al spraken ze prima Nederlands. Ik vermeld dit omdat de sfeer in de groep er helaas geen was van een sterk team van 8 personen, maar eerder eentje van 4 Vlaamse en 2x2 Waalse deelnemers, wat het groepsgevoel niet echt ten goede kwam, ook al stelden we (het koppeltje uit Roeselare en wij) ons heel sociaal en open op. Nu ja, de taal zal er wel voor iets tussen gezeten hebben, allicht.



De eerste proef van de dag bestond er voor onze ploeg in een bandenwissel door te voeren op een jeep die in het diepe zand stond. Gezien mijn ventje dit beroepshalve doet, als we het diepe zand even buiten beschouwing laten, waren we op 5 minuutjes klaar en is hij aan het team uit Roeselare nog wat tips gaan geven. We kregen er van de mensen van Continental nog wat tips mee over hoe je een wagen terug uit het zand krijgt als hij vastzit en er nergens iets is om hem eruit te trekken (boeiende en onverwachte dingen geleerd dus). Want, het was geenszins een “race” om zo snel mogelijk zoveel mogelijk punten te scoren, maar het is de bedoeling dat je op die finaledag wat opsteekt, dat je veiligheid boven alles plaatst en men de kans krijgt je te leren kennen om zo tot een “ideale groepssamenstelling” van 14 winnende teams te komen. Het is dus zeker geen roekeloze dag auto’s door het zand rijden en gek doen…

We kregen ook een quiz mee, waar we de ganse dag tijd voor hadden en die we mochten invullen door “hulplijnen” te gebruiken, zodat tussen de proeven in er veel teams aan het sms-en en bellen waren naar het “thuisfront” om antwoorden voor hen op te zoeken. Het moet gezegd: we waren goed voorbereid! Mijn ventje weet héél véél over auto’s en kon dus de eerste 2 bladzijden vlot invullen (autotechnische zaken, bandenkennis, 4x4-wetenswaardigheden enz.). De volgende 2 bladzijden waren dan weer een kolfje naar mijn hand, gezien ik me écht wel heel goed voorbereid had: de betekenis van Marokkaanse woorden, vragen over de streek, het land, de koning, religie, politiek, geschiedenis, demografie, geografie, enz enz. We kenden die antwoorden bijna allemaal uit het hoofd (ik had er dan ook echt 2 weken op geblokt, alsof het een schoolexamen was), hebben 2 dingen thuis laten opzoeken en voor alle zekerheid nog enkele antwoorden dubbel gecheckt aan de hand van de map met info die ik had meegenomen.



Vervolgens de on-road proef met eigen wagen: een “bolletje-pijltjes”-kaart mee en 4 checkpoints die we moesten passeren “en route”. Leuk, gezien het mooie landschap en de eindeloos lijkende veldwegen die we passeerden. Eén checkpoint stond op “de verkeerde plaats”, zodat we onze ploegmaats onderweg toch geholpen hebben om de juiste plaats te vinden, daar er écht wel een foutje op de kaart stond.

Rond de middag stond er een frietkar met hamburgers klaar en konden we genieten van de warme middagzon terwijl we de andere ploegen in de gaten hielden bij het doen van bepaalde proeven die wij pas namiddag op het programma hadden staan. Tijdens de lunch werden er dan ook tips uitgewisseld, die nog van pas konden komen.

Het motivatiegesprek was een vlotte babbel met de organisatoren over “waarom” je mee wil, welk beeld je van de trip hebt, of je past binnen het profiel dat zij zoeken en of je sociaal en cultureel open-minded bent.

Nadien een “zandparcours” geblinddoekt rijden tussen paaltjes door (neen, uiteraard niet gewoon rechtdoor!), terwijl de co-piloot aanwijzingen geeft (ik dus!) – best wel moeilijk! Nadien een achterwaarts parcours (ditmaal niet geblinddoekt) tussen paaltjes door, uiteraard nog steeds in behoorlijk mul zand met ongelijke ondergrond. Best wel moeilijk, zo bleek. Want, het was dus duidelijk niet de bedoeling zoveel mogelijk paaltjes om te rijden, maar in één vlotte beweging de Land Rover te manoeuvreren, zonder te moeten corrigeren. Leuk, dat wel. :-)

Het meest leerrijke deel van de dag waren ongetwijfeld de 5 proeven van de Land Rover Experience, hoewel “proeven” een beetje sterk uitgedrukt is. We werden wel beoordeeld op vaardigheid en “gezond verstand”, maar kregen ook de kans vragen te stellen, bepaalde zaken af te toetsen en te vergelijken met de standpunten van de experts. Het waren eigenlijk eerder 5 afzonderlijke leertrajecten, waarbij je behoorlijk wat uitleg kreeg en je tips & tricks meekreeg voor praktijksituaties, die we dan ook effectief uitgeprobeerd hebben in de zandgroeve: steile hellingen, steile afdalingen, kennis van de ondergrond, inschatten van (gevaarlijke) situaties, wagenbeheersing, stilvallen en achterwaarts vertrekken vanop een steile helling (zeer leerrijke proef, die ik nooit meer ga vergeten, omdat we daar iets geleerd hebben waarvan ik dacht dat het technisch onmogelijk was: motor uit en met achterwaartse versnelling op halverwege een steile helling starten zonder koppeling of rem!).

Voor alle duidelijkheid: ik voelde me goed in mijn rol als co-piloot en had zelf absoluut de drang NIET om ook achter het stuur te kruipen en heb mijn ventje zich dus maar laten uitleven aan het stuur van die peperdure 4x4’s, die binnenin meer van een luxe-limousine weg hebben dan van een jeep. Ik vond het prima op de achterbank om te luisteren, mee te denken en te redeneren. Dat is nu eenmaal mijn ding: theoriekennis opdoen, zonder echter alles in de praktijk te willen omzetten ;-)



De laatste test was de meest saaie, maar ook moeilijke: als dagafsluiter 45 minuten cartografie (België en Marokko)! Ja, wie herinnert zich niet de gradenboog en dingen als lengte- en breedtegraden, coördinaten, geoposities? Juist ja, geen kat die nog weet hoe dat allemaal juist in zijn werk gaat. Doe daar dan nog eens wat vermoeidheid bovenop en een broeierig warme tent waar muziek opstaat en de andere teams een tas koffie nuttigen en een stuk vlaai komen eten en dan weet je al dat dat uitmondt in een “blackout” van jewelste, gecombineerd met een gevoel van “Het is goed geweest voor vandaag!”. Ons hoofd stond echt niet naar wiskunde, regeltjes van 3, omrekenen naar graden, minuten en seconden. Na een half uur hielden we deze test dan ook voor bekeken, ook al schaamde ik me toch wel wat, gezien ik ooit 100% behaalde op cartografie… ook al is dat zo’n 19 jaar geleden.

De proeven zaten erop, in de kleine tent werd er druk gedelibereerd, terwijl de 28 teams gespannen zaten te wachten. Maar, de sfeer was goed. Er werd gelachen, onnozel gedaan om de tijd te doden en de spanning wat van ons af te lachen. Want, spannend was het wachten wel…
Tijdens het bekendmaken van de winnende teams hadden we al vrij snel door dat we er niet bij zouden zijn en stelden we ook vast dat van onze ploeg geen van de 4 teams mee naar Marokko gaat, wat maakt dat er ploegen bij waren die quasi integraal naar Marokko zullen reizen. En, ja, ook BV-deelnemer Frank Molnar en zijn vriendin zullen allicht bijna hun koffers aan het pakken zijn, gezien zij er wél bij zijn (ook al hielden die zich de ganse dag wat afzijdig en vielen ze niet echt op door teamspirit of groepsgevoel)… Maar, het is iedere deelnemer van harte gegund, ook al had ik ons dit vakantie-avontuur ook wel met plezier willen zien ondernemen.

Nu ja, uit 1.500 teams waren we bij de laatste 28, wat toch al een hele prestatie op zich is. En, de dag die we zaterdag mochten beleven was op alle vlakken een heel erg fijne, leuke en unieke ervaring. Een team professionals die je begeleiden en voorzien van de nodige kneepjes van het vak, de goede catering, toffe locatie, ongedwongen en niet echt competitieve sfeer, de zon die scheen… Het was ronduit een prachtige zaterdag… die voor herhaling vatbaar is!

Alle 14 "afvallers" kregen zaterdag dan ook te horen dat ze zich zeker opnieuw moesten inschrijven, gezien sommigen pas na de 2de of 3de finale effectief naar Marokko gaan. We zijn dus opnieuw ingeschreven… en hopen dat we alsnog in november dit jaar of volgend jaar in juni naar Marokko mogen…

Wil je ons steunen?
Word dan “fan” van team “Eatthissis” op
http://www.conti-trophy.be/nl/ via Facebook

donderdag 12 mei 2011

Regeltjes...




Mijn ouders - mama een West-Berlijnse en papa uit het Zuid-Oosten van Oostenrijk afkomstig – zijn redelijk vroeg het nest ontvlucht. Papa op zijn 17de al en mama rond haar 19de of zo. Hij trok de wijde wereld in, werkte in Zwitserland, Londen en Berlijn om uiteindelijk, als getrouwd man, samen met haar in België te stranden, nu alweer een jaar of 40 geleden.

België was toen nog een land dat in de verste verte niet leek op regeltjesland Duitsland. In België mocht veel en kon eigenlijk alles, toen. In het dorpscafé zat de lokale politiemacht samen met je aan de toog en maande je aan toch maar voorzichtig naar huis te rijden als je teveel gedronken had. In tijden van verkiezingscampagnes werd de aanleg van stoepen vaak uitgebreid naar meer private opritten en struikelde er ook niemand over als je niet-vergunde “achterbouw” een stevig uit de kluiten gewassen verruiming van je woonhuis bleek. Dit maar om te zeggen dat België een tolerant land was, waar al eens wat “kon”.

Als we in onze kindertijd enkele dagen op bezoek gingen bij oma en opa in Duitsland, dan ging het er enigszins anders aan toe… Je had er de verplichte “Mittagsruhe” (http://de.wikipedia.org/wiki/Mittagsruhe), die maakte dat er tussen 13 en 15 uur geen lawaai gemaakt mocht worden. Concreet wilde dat zeggen dat wij, kinderen, NIET mochten spelen en ons gedurende 2 uren op mijn grootouders hun appartementje stil en rustig dienden bezig te houden, kwestie van geen aanklacht wegens geluidshinder tijdens de middagsrust in de wacht te slepen. En, als je buurman dan toch durfde om zijn boormachine op zondag te bezigen, dan stond binnen de 5 minuten een politieagent aan zijn deur om hem te wijzen op de gevolgen van zijn daden. Je mag het dus gerust vergelijken met de Joodse sjabbat die de onthouding van elke vorm van arbeid verbiedt, alleen is de middagsrust bij wet bepaald en staat ze los van religieuze overtuigingen.

Duitsland (en, jawel, ik heb het dan over het toenmalige WEST-Duitsland!) was dus een écht regeltjesland dat bewoond werd door kommaneukerige kleinburgerlijke regeltjesslaven, die elke letter naleefden, zich niet afvragend wat de (on)zin van bepaalde wetten was. België was op dat vlak voor mijn ouders een ware verademing. Ze genoten van de relaxte sfeer in ons belgenland en hadden het er naar hun zin.

Ondertussen zijn we dus bijna 40 jaar verder en zijn de Duitsers er stilaan aan het achter komen dat bepaalde regeltjes en wetten écht niet meer van deze tijd zijn en dat het ook geen zin heeft om regels op te leggen die tot enige doel hebben dat je er mensen mee ambèteert.

Terug naar België dan… Meer bepaald naar het rookverbod.

Ik herinner me een tijd dat je de trein of bus opstapte en er lustig gerookt werd. In ziekenhuizen had je als patiënt de keuze tussen “rokers-“ of “niet-rokerskamers” (zelfs op de kraamafdeling) en op restaurant werd tussen elke gang een propere asbak pal in het midden van de tafel geplant, langs de botervlootjes en de kraakverse broodjes. In menig woonkamer stond dan ook zo’n vreselijk lelijke gigantisch grote en lompe marmeren asbak en een aansteker, vervat in een kunstig geslepen brok van dezelfde steen en lag er een pakje sigaretten en enkele sigaartjes voor bezoekers op tafel, in die blinkend opgepoetste asbak, bij voorkeur geplaatst op een kanten tafeldoekje.

Er was een bepaalde tolerantie tussen de rokers en de niet rokende medemensen, ook al generaliseer ik hier. Als er een baby’tje in de buurt was en je werd vriendelijk verzocht niet in de buurt van het wiegje te roken (jaja, dat is de tijd dat “Kind & Gezin” van die leuke pancartes meegaf als je bevallen was om je rokende kraambezoekers erop te wijzen dat roken boven een slapende baby toch wel ongezond was) dan paste je je aan de vraag van de ouders aan. En, als er een astmatische kucher mee op restaurant ging dan blies je de rook wel even de andere kant uit, want respect dat moest er zijn! Cafés herkende je aan hun gelige glasgordijnen en aan de blauwe schijn op de vensters, maar niemand scheen zich daaraan te storen. Dat was gewoon zo, toen.

God ja, roken is ongezond, maar dat beetje rook zou ook niet veel uitmaken, gezien we Tsjernobyl ook al overleefd hadden. Tot de voorvechters van een gezonde levenswijze (hoe ik daarover denk staat in een eerder blogbericht: http://discoveringwhatyoubelieve.blogspot.com/2011/03/gezonde-voeding.html) vonden dat het toch wel beter zou zijn als de algemeen behoorlijk gerespecteerde en gehanteerde regels van gezond verstand en beleefdheid in wetten gegoten zouden worden. Want, niet elke roker springt altijd even verstandig om met zijn verslaving en bovendien was nu ook al bewezen dat je van passief roken evenzeer doodgaat. Dat laatste zou allicht een zegen betekenen voor het keren van de vergrijzing in de bevolking, waardoor men minder taksen zou moeten heffen gezien het wegnemen van de druk op de staatskas en men dus de sigaretten terug wat goedkoper kon maken, zodat er meer mensen zouden roken en er nog minder vergrijzing is… Nu ja, ik wijk af!

Wetten en regels dus die het samenleven tussen rokers en niet-rokers in goede en strikte banen zou leiden. Eén lijn, die duidelijk is voor iedereen en die vooral de extreme en niet-tolerante niet-rokers zou kunnen plezieren, gezien ze vanaf nu “iets in handen hadden” tegen de nietsontziende roker, die zich geen bal aantrekt van de beleefdheid en het gezond verstand.

Daar waar ik vroeger nog aan het loket van de bank waar ik werkte rookte, deden we dat nu “uit het zicht”. Er waren genoeg (ketting)rokers op het werk die de invoering van die wetten maar al te onnozel vonden en zich dus “een beetje” aanpasten, door in hun eigen bureel wel nog te roken, maar niet meer pal voor de neus van passagecliënteel. 9 jaar geleden verhuisden we echter, naar een groot kantoorgebouw, waar je dadelijk verwelkomd wordt door een bordje met daarop melding van het betreffende K.B. dat roken in openbare ruimten verbiedt. Toen ik er de eerste dag (na 15 weken bevallingsrust) kwam werken en enorm veel zin had in een sigaret stak ik me even weg in het archief om een sigaretje te roken, waar mijn baas (toen nog een kettingroker) me “betrapte”. *slik* Hij: “Wat doe je daarbinnen?” –Ik: “Euh… Sigaretje roken.” –Hij: “Doe niet onnozel en zet uw asbak terug op uw computer!”

Hier werd dus gewoon lustig verder gerookt… Tijdens meetings (met 4 rokers en 4 niet-rokers) maakte er niemand een punt van dat er gerookt werd, gezien dat al altijd zo geweest was. Maar, ondertussen (sinds 2 jaar) zijn 3 van de 4 rokers hier gestopt met roken… en schiet ik dus over. De asbak op de computer is langzaamaan terug naar het archief verhuisd, waar ik af en toe nog steeds “stiekem” een sigaretje opsteek. Niet omdat mijn collega’s er aanstoot aan nemen, maar gewoon omdat het niet mag. Nu ja, ik zit hier 90% van de tijd helemaal alleen, gezien ik geen collega’s in de zin van het woord heb. Klanten komen hier niet en vaak zie ik de ganse dag niemand hier. Ik stoor met mijn roken dus niemand en breng met mijn passieve rook geen gezonde longen in gevaar, die van mezelf buiten beschouwing gelaten, die 25 jaar na mijn 1ste sigaret nog steeds op 120% longinhoud van een niet-roker staan. Maar, het mág dus gewoon niet, is verboden…

Mijn ouders, die beiden roken, verkiezen het ondertussen om niet meer teveel “op verplaatsing” te gaan (dankzij de invoering van de verstrengde wet op roken in horecagelegenheden, van kracht binnen 6,5 weken) en gaan voor champagne en hapjes op hun eigen terras, de asbak in het midden van de tafel en mijmeren over een tijd dat in België nog veel mocht en alles kon…

Een samenvatting van de "regeltjes" mbt roken kan je nalezen op:
http://www.pro-safe.be/p/D4EB5E22EB773A96C12571E100323014

maandag 9 mei 2011

Marokkaanse koorts



Ik heb koorts…


Neen, niet het soort van koorts dat veroorzaakt wordt door één of andere infectieziekte, die je enkele dagen lang ijlend aan bed kluistert, maar eerder een vorm van “winner’s fever”.


Ik doe nogal eens mee aan “spelletjes” en prijsvragen op de radio, in de geschreven pers, op internet en waar ze ook maar mijn zicht kruisen, volgens de leuze “Wie niet waagt, niet wint”. En, om één of andere bizarre reden durf ik nogal eens bij “de gelukkigen” te zijn.


Een kleine greep uit de prijzenpot van de laatste 12 maanden: een weekend astronautenstage in het Eurospacecenter voor 4 personen (all-inclusive), een dagtrip Wenen (vluchten heen en terug) voor 2 personen, de prerelease van de luxe-CD-uitvoering “Wham remastered”, een fles champagne, een moederdagsboeket (incl. mooie glazen vaas) voor mijn mama, gratis bioscooptickets… en dan vergeet ik allicht links en rechts nog wat.

Neen, aan de Lotto doe ik niet mee, omwille van de simpele reden dat de mathematische kansberekening in mijn nadeel speelt en het op termijn teveel geld kost. De wedstrijden waar ik aan deelneem kosten me op en al 1 of 2 sms-jes en bieden me een reële winstkans. Inzet en prijzenpot moeten dus wel in verhouding de moeite zijn om er die 1 à 2 “dure” sms-jes aan te besteden, want, mijn “speelzucht” mag op geen enkele wijze een financieel nadeel betekenen. Dat zijn nu eenmaal de “regels” die ik mezelf heb opgelegd… En, daarenboven doe ik bijna uitsluitend mee aan zaken waarvoor je niks moet doen, moet kennen of kunnen… en waar ze je niet lastig vallen met van die idiote schiftingsvragen.

Ik denk dat het allemaal begonnen is toen ik een jaar of 12-13 was en ze op de lokale vrije radio geregeld ontbijtkorven weggaven. De vrije radio heeft me indertijd best wel veel opgebracht! Zo heb ik ooit voor 30.000 BEF aan prijzen gewonnen, in de vorm van bonnen bij lokale handelaars, waaronder bonnen voor een heus diner voor 2 personen en meer van dat leuks. Dat was in het pre-GSM-tijdperk toen het volstond om het telefoonnummer van de radiozender van buiten te kennen en een telefoon met druktoetsen ipv draaischijf te hebben, kwestie van er als eerste “binnen te geraken”. Ondertussen zijn de meeste wedstrijden sms- of mailwedstrijden, waarvan ik dacht dat dat in mijn nadeel zou spelen. Maar, niks is minder waar: ik blijf prijzen binnenrijven en blijf me ook de vraag stellen hoe dat komt? Misschien valt bij kleine wedstrijden mijn niet alledaagse naam wat meer op dan die van een ander of kiest de “spelcomputer” volgens één of ander wiskundig logaritme dat in mijn voordeel werkt? Ik weet het niet…

Hoedanook, ik heb dus koorts. Winnaarskoorts… Want, we (d.i. mijn vriend en ik) zitten in de finale van de Continental 4x4 Trophy 2011, een woestijnrally die ons 6 dagen door het Atlasgebergte en de Sahara in Marokko zou leiden. Ditmaal heb niet ik meegespeeld, maar heeft hij ons via de website ingeschreven en werden we uit alle deelnemers gepreselecteerd in de categorie “Motivatie”, waaruit ik kan afleiden dat mijn ventje écht wel enorm zijn best gedaan heeft om me deze reis te gunnen, gezien hij weet hoe ongelooflijk graag ik deze uitzonderlijke en unieke reiservaring eens zou willen meemaken. Dat we in deze finale zitten heeft dan ook niks te maken met mijn eventueel geluk in het spel...

De finale dus… Volgende week zaterdag. En, geheel volgens mijn “spelregels” hebben we een winstkans van 51,85%, gezien er van de 27 finalisten 14 naar Marokko mogen… volgende maand al. En, dat gedurende 6 dagen, 1000 kilometer in een Hummer H3 (een woestijnbeest van maar liefst 2,6 ton, dat 4,78 m lang is en net geen 2 meter breed), alle vluchten, maaltijden en overnachtingen in 4****-hotels inbegrepen. Een “once in a lifetime opportunity", die ik zooooooooo graag wil winnen. Ditmaal niet zozeer omwille van de “sport van het winnen”, maar écht wel omdat ik dat eens wil meemaken (voor alle duidelijkheid: vrijwillig en op eigen kosten zou ik nooit aan zulk een extreme expeditie deelnemen!) en omdat ik ervan overtuigd ben dat we een sterk team gaan zijn in dat woeste niemandsland. We zijn trouwens nog nooit onder ons 2-en op vakantie geweest, wat dus ook een nieuwe ervaring gaat zijn: de geroutineerde en relaxte Aziëreiziger die in totaal al zeker enkele maanden van zijn leven in Azië heeft doorgebracht op de meest bizarre plaatsen… en ik: de huismus en moeder van 4, die elke stap buiten de Grote Ring van Hasselt catalogiseert als “vakantie”.

Ik vind reizen nu eenmaal duur en zie er voor mezelf niet altijd de meerwaarde van in om weg te zijn, daar ik graag genoeg thuis zit en van mijn eigen huiselijke sfeer kan genieten op dagen dat werken niet aan de orde is. Hasselt is ook zo’n mooie en bruisende stad dat ik juist het gevoel heb iets te missen als ik te lang van huis weg ben. Voor mij is reizen dus zeker niet het doel van een jaar lang werken en hoeft dat voor mij allemaal niet echt…

De Conti Trophy is echter anders: omdat het enerzijds van A tot Z georganiseerd en gepland is voel ik me wel op mijn gemak, zonder echter het gevoel te hebben als toerist de reeds platgetreden paden te bewandelen, waar net voor mij en vlak na me nog 1000-den toeristen hun voetafdruk zetten. Zuid-Oost Marokko ziet er zo puur en onbezoedeld uit… Ik wil dat woestijnzand proeven en de niet-lichtvervuilde sterrenhemel boven de Sahara zien. Ik wil er ’s nachts koud hebben en overdag puffen. Ik wil er de zon zien opgaan vanuit mijn berbertent (1 nachtje zouden we in de woestijn doorbrengen), wil met een hoofddoek de gastvrij ingeschonken muntthee opslurpen en “Insh’Allah” mompelen als men me vraagt of ik ooit nog eens zal terugkeren.

Nog 5 dagen moet ik die koorts beheersen, nog 5 dagen kalmte bewaren, nog 5 dagen duimen en hopen, nog 5 dagen wachten… vooraleer ik weet dat ik mijn koffers mag gaan pakken en aan dit unieke avontuur mag deelnemen. 5 verdomd lange dagen met de climax nu zaterdag! Een ganse dag on-road en off-road proeven rijden, theorie en praktijk, motivatiegesprekken, enz. ... om dan tegen de avond eindelijk te weten of we erbij zijn.

Marokko, here I come?! … Insh’Allah.



Wil je je ook inschrijven voor de Conti 4x4 Trophy? Info op: http://www.contitrophy.be/nl/bekijk-de-prijs/

dinsdag 19 april 2011



Ik wou dat ik een rups was
Dan kon ik aan je blaadjes knabbelen
Helemaal door jou voldaan
Zou ik me in een cocon verpoppen

Alleen mijn hart zou nog kloppen
Terwijl ik slapend wacht
Op de transformatie
Die van mij een vlinder maakt.

(Cora, 2011)

woensdag 13 april 2011

PMS




PMS…


Tja, het moest er ooit wel eens van komen: het schrijven over PMS! En, heren, PMS staat dus NIET voor het “Pest de Mannen-syndroom”, ook al komt het soms akelig dicht in de buurt!

Eerst even wat cijfertjes:
Afhankelijk van de definitie lijden 10 % tot 90 % van de vrouwen met een ovulatoire cyclus aan het premenstrueel syndroom. (…) Bij 5% van de vrouwen vormt dit een echte "handicap". (…) Toch ondervindt 20 tot 40 % van de vrouwen zoveel hinder dat ze een arts raadplegen. Bij 3 tot 8% van de vrouwen treedt dit syndroom op onder een meer ernstige vorm, het zogenaamde dysforisch premenstrueel syndroom . Het dysforisch premenstrueel syndroom wordt gekarakteriseerd door uitgesproken emotionele symptomen zoals humeurstoornissen, neiging tot depressie, prikkelbaarheid, angst, vermoeidheid, concentratiestoornissen en slaapstoornissen, met soms fysieke symptomen zoals eetluststoornissen, hoofdpijn of spanning in de borsten.

(bron: http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=257)

Het “Premenstrueel Syndroom” dus! Eerlijkheidshalve moet ik dadelijk toegeven dat ik tot die 5% behoor die het als een ware “handicap” ervaren en zelfs tot de 3 tot 8% van de vrouwelijke vruchtbare bevolking die allicht last heeft van de dysforische versie.

“Eigenlijk zou er een soort van Huis van Bewaring moeten bestaan waar vrouwen worden behoed voor de schade die zij zichzelf en omgeving kunnen toebrengen tijdens dit maandelijkse Jeckle & Hyde syndroom. In 1980 en in 1981 werden twee moorden gepleegd door vrouwen in een vlaag van PMS-agressie.”
(http://www.cluelessdutchy.com/column03.htm)

De nagel op de kop! PMS zou een gegronde reden moeten worden om maandelijks een weekje gewettigde afwezigheid op het werk te verkrijgen, om je kinderen “elders te parkeren” (uit veiligheidsoverwegingen, uiteraard) en je geliefde te verzoeken “om tijdelijk even op te rotten” (kwestie van het relationele kader te vrijwaren).

Nu, jullie (en daarmee bedoel ik de mannelijke helft (?) van de bevolking) denken misschien dat wij PMS als handig excuus gebruiken om jullie maandelijks het leven zuur te maken, jullie af te blaffen en elke goedbedoelde intentie van jullie kant uit in de kiem te smoren. Helaas is het niet zo simpel. Als wij (de vrouwen dus) PMS hebben, dan worden wij geleefd… door onze hormonen meer bepaald. En, neen, dat zijn dan niet de hormonen die het man-vrouw-samenspel tot ongekende hoogtes verheffen, maar eerder hormonen van een soort die van ons onuitstaanbare monsters maken.

Je zou zeggen dat zelfkennis hierin aan de basis van (een positieve) verandering kan liggen. Zo werkt dat echter niet. Wij hebben “het” écht niet in de hand! Het neemt ons over, als een alien, die in onze huid kruipt (om je dat voor te stellen moet je Men in Black I gezien hebben ;-) ) en die het vleselijke omhulsel misbruikt om de vreselijkste dingen te zeggen en te doen.

Nu, wij menen dat niet! Echt niet… We zijn koud, afstandelijk, onuitstaanbaar en hoogexplosief (vergelijk het met een zwangere vrouw, die overmand wordt door hormonen, maar dan gedurende 1 week per maand en geen volcontinuë 9 maanden lang)… en wij weten dat ook, beseffen dat maar al te goed en zijn er zelf ook het slachtoffer van. Inderdaad ja, er zou een Huis van Bewaring moeten bestaan. Niet alleen om jullie te beschermen, maar ook om ons tegen onszelf te behoeden voor de schade die wij onszelf toebrengen.

Want, we durven niet alleen verbaal over de schreef gaan, maar zullen ook volkomen ontoerekeningsvatbare beslissingen nemen, in een vlaag van uitzinnig PMS. Hoeveel geliefden heb ik al niet de deur gewezen in een PMS-opwelling? Hoeveel ongelooflijk impulsieve doch ingrijpende beslissingen heb ik al genomen, gedreven door de onweerstaanbare PMS-opwelling… Ik heb echt op dat vlak al veel brokken gemaakt, neem dat van mij aan. In hormonaal-emotionele geladenheid en met een gevoel van algeheel onbegrip dat ons omringt, durven we echt definitieve strepen trekken, die we een week later eigenlijk zo helemaal niet bedoeld hebben.

Mars en Venus in extremis, hè. Wij hopen dat jullie begrijpen wat wij doorstaan (terwijl we goed genoeg beseffen dat jullie tot aan het eind van jullie dagen op dat vlak « clueless » zullen blijven)… en jullie gaan ervan uit dat we ons maar wat moeten “bij elkaar rapen”, omdat niets deze gedaantewissel rechtvaardigt. Perpetuum mobile!

Jullie kunnen dus écht maar één ding doen: leave us alone (althans zoveel mogelijk in die PMS-week), hou goedbedoelde “pogingen” voor jezelf en probeer jullie erbij neer te leggen dat we er gewoon niks aan kunnen doen en dat je binnen de week je teerbeminde terug in haar normale gedaante gepresenteerd krijgt. Hou ons zoveel mogelijk in die quarantaine, besef dat wij op dat moment toch niet voor rede vatbaar zijn en probeer gewoon te doen alsof jullie het begrijpen… ook al is dat niet zo.

“Knikken en goedbedoelde raad inslikken”… meer moet dat écht niet zijn. Écht niet, hè. Less is in die week more! En, als je dan toch iets zinvols voor ons wil doen: chocolade, een zak chips en een boeket bloemen doen wonderen, ook al zullen we dat in die week helaas niet laten blijken ;-)

Los van de samenwoonvraag zou dat misschien een nieuwe relationele vorm kunnen worden, met enige kans op slagen: de 3/4de relatie, vergelijkbaar met co-ouderschap, maar dan afgesteld op onze ovulaire cyclus! Of ben ik nu te revolutionair aan het denken?

maandag 11 april 2011

12 april 2005

(Foto: Anne Geddes)
Morgen…

Ja, morgen is het 6 jaar geleden dat mijn jongste zoon uit een rij van 4 geboren werd. Uiteraard – zoals het hoort voor een moeder – herinner ik me nog elk detail van die dag, net zoals ik me de geboorte van de andere 3 jongens glashelder herinner. In het geval van “Nummer 4”is dat glas echter niet helemaal helder en herinner ik me ook en vooral de troebele schijn op dat vuile glas…

Net 30 was ik, mama van 3 guitige kereltjes (toen 5, 2,5 en 1 jaar oud)… en alleen. De zwangerschap (het 2de deel althans) heb ik als in een vreselijke nachtmerrie beleefd. In een verlammende trance zat ik… en dat maandenlang. Van “gezond leven” was geen sprake. Ik OVERleefde… op cola light en sigaretten. Graatmager was ik, op die bolle buik na. Ook op het werk functioneerde ik met mijn voltijdse baan op automatische piloot. ’s Avonds (en ook ’s nachts) zorgde ik dan voor de kleintjes, mezelf volledig wegcijferend. Ik deed wat er van me verwacht werd en wat ik moest doen. De rest van mijn dagen en uren waren gevuld met leegte en verdriet.

11 april 2005. Ik ging zoals elke dag werken en leidde alvast mijn vervangster wat op, zodat zij binnen een 2-tal weken mijn job in haar eentje kon overnemen en zich gedurende mijn 15 weken durende afwezigheid kon behelpen. Gezien ik het niet gewend was van gezelschap te hebben op het werk, was zij toch wel een aangename verandering in mijn leven. Haar man kende ik nog van vroeger en zij was een heel erg fijne persoon, die me meer dan eens een figuurlijke schop heeft gegeven. Zij en haar man zijn er nog steeds voor me en hebben me meer dan eens praktisch uit de nood geholpen.

Die dag vond ze dat ik er niet al te best uitzag, wat eigenlijk al maanden zo was, sinds de papa van mijn jongens, mijn man, het geluk bij een 11 jaar jonger meisje gezocht had. Ja, ze was nog een meisje, amper 19 toen.

Toen ik ’s avonds op het werk vertrok om de jongens bij de onthaalmoeder en de naschoolse opvang bij elkaar te sprokkelen, zei mijn vervangster tegen haar gewoonte in niet: “Tot morgen!”, maar keek ze me vragen aan: “Zie ik je morgen?” Ik had op zich nog 3 weken zwangerschap voor de boeg, maar antwoordde voorzichtig: “Ik weet het niet… Misschien.” Want, ik voelde me eigenlijk echt wel nóg slechter dan de weken en maanden voordien.

Ik haalde de jongens op, maakte avondeten en kreeg onverwacht bezoek van mijn zusje haar schoonouders. Haar handige schoonpapa kwam als geroepen; ze had hem gebeld, omdat mijn keukenafvoer compleet verstopt zat en de vlotter van het toilet verkalkt was en het water bleef lopen. Zonder man in huis was dat een écht probleem, dat ik alleen niet opgelost kreeg. Haar schoonpa stak de handen uit de mouwen, demonteerde eerst de ingebouwde toiletspoelbak en ging daarna in de keuken mijn afvoer te lijf met een hogedrukreiniger. Tegen dat beide klussen geklaard waren en de jongens in bed lagen begon ik de natte vuile keukenvloer op te dweilen en de badkamer te poetsen, gezien de pas geklaarde klussen toch wel zichtbare sporen hadden nagelaten.

Moe en met rugpijn ben ik rond het avondjournaal gaan slapen. Ik lag op m’n zij en voelde mijn buik een beetje trekken. Telkens ik dat voelde, kwam er een schuldgevoel in me op… Omdat ik ervan overtuigd was dat ik – weliswaar tegen mijn eigen wil in – mijn zoon te kort had gedaan en als het ware prenataal vermoordde: ik at nauwelijks, leefde dus op cola light en sigaretten en mijn dagen waren gevuld met intens verdriet in plaats van vreugde. Zijn suikerboontjes had ik al huilend in doosjes gestoken. Zijn geboortekaartje had ik in tranen ontworpen. Dus, ja, telkens hij zich verroerde, maakte hij me attent op zijn aanwezigheid en kwam het schuldgevoel bovendrijven. Ik was geen goede moeder, maakte ik mezelf wijs. Ik zorgde niet goed voor hem!

Die avond voelde zijn kreet om aandacht echter anders… Weeën en urenlange arbeid kende ik niet, ook al had ik de afgelopen 5 jaar al 3 kinderen op de wereld gezet. Ik ben op dat vlak de ideale draagmoeder, zoals hun papa me altijd noemde, gezien ik zijn kinderen zonder teveel problemen binnen een zeer korte tijdsspanne gezond en ongeblutst op de wereld zette. Of dit “het” was, wist ik dus nog steeds niet…

Zoals ook bij de andere 3 wilde ik echter niet overdreven “paniekerig” overkomen en “voor niks” naar het ziekenhuis rijden. Ook al omdat me dat een hoop geregel kostte voor de andere 3 jongens die in hun bedje lagen te slapen… en omdat ik hun papa niet wilde storen op zijn tennisavond met zijn vriendin. Wat een dokter kan, kan ik na 3 kinderen ook wel! Het is dan ook mijn lichaam. Mijn gebrek aan vroedkundige ervaring liet me niet toe de ontsluiting in centimeters om te zetten, maar ik was er zeker van dat ik een hoofdje gevoeld had… en dat dat dus wilde zeggen dat het voor elk moment kon zijn, zo had eerdere ervaring op het vlak van “spoedbevallen” me geleerd.

Ik stond terug op en belde naar hun papa, die inderdaad behoorlijk geagiteerd reageerde en mijn telefoontje beschouwde als een inbreuk op zijn vrije avond. Nu ja, het was ook al iets na 23 u… “Met of zonder jou, hij zal vandaag geboren worden!”, snauwde ik. Ik nam een douche, kleedde me aan… Een uur later stond ook hij gedoucht bij me in de keuken, vergezeld door zijn broer, die in allerijl vanuit Grote-Brogel toegesneld was, om de andere 3 jongens thuis op te vangen.

“Zijn we weg?”, wilde hij weten. Ik wilde echter nog graag verder genieten van een sigaret en rookte rustig – geregeld onderbroken door een scheut lage rugpijn – in de keuken onder het toeziend oog van de 2 mannen. “Cool! Ik heb nog nooit een bevallende vrouw gezien”, voegde zijn wat speelse en hyperkinetische broer eraan toe. Goh, hij heeft zelf geen kinderen en bij hém moet ik nu mijn jongens laten?! Ze sliepen, dus dat zou wel loslopen… Ik had geen andere oplossing, zodat vertrouwen het enigste was wat ik kon doen…

We reden naar het vlakbij gelegen ziekenhuis. De vader van mijn kinderen voorzien van een souvenir van zijn vriendin: een joekel van een verse zoenvlek. Allicht om me te laten weten dat een 30-jarige barende vrouw het niet kan halen van een 19-jarige stoeipoes. Want, veel meer dan dat bleek ze later, na enkele maanden, ook niet geweest te zijn, toen hij bij me terugkwam.

In het ziekenhuis had ik de aanwezige vroedvrouw en verpleegster al even kort ingelicht over onze ietwat bizarre familiale situatie en dat ik hem allicht overmand door barenspijnen straks zou uitmaken voor alles wat vies en lelijk is (wat ik uiteindelijk ook deed!), maar dat ze zich dat maar niet moesten aantrekken. Ik vroeg hem een foto van me te maken. Achteraf gezien moet ik vaststellen dat ik er nooit eerder zo ongelukkig heb uitgezien, ook al had ik die twinkel in mijn ogen, die alleen wordende mama’s hebben.

Van een onderwaterbevalling was helaas geen sprake (bij de vorige 2 was dat net het leuke aan heel dat bevallingsgedoe), gezien men bang was dat hij omwille van zijn toch wat vroege geboorte ademhalingsproblemen zou vertonen en waarschijnlijk “te licht” zou uitvallen. Men schatte hem onder de 2,5 kilo… En, zelf vreesde ik eigenlijk dat hij zelfs dat niet zou halen… Een half uurtje na het inchecken is hij geboren: mijn zoon! Nog voordat ik hem kon zien werd hij in allerijl weggedragen. Er was paniek. Ik begreep niet wat er gebeurde én waarom en was nu wel helemaal overtuigd dat ik een graatmager, uitgemergeld gedrochtje op de wereld had gezet en dat dat allemaal de schuld was van mijn verdriet… en dus de schuld van zijn vader.

Enkele minuutjes later stond zijn papa, die met het verplegend personeel meegegaan was en onze zoon volgde, naast me met op de display van het fototoestel het geboortegewicht: 2,690 kilogram. Helaas zag ik mijn baby niet op de foto. Hij had alleen de weegschaal gefotografeerd! Ik geloofde hem dan ook niet, dacht dat hij me wilde sussen en dat mijn babytje in het kamertje erlangs dood lag. Toen brachten ze hem eindelijk, in een verwarmd bedje, opdrogend onder glas. Hij opende zijn oogjes en ik nam zijn kleine handje in de mijne. Hij was zo perfect! Hij leek zo sterk op zijn broers en zag er zo mooi en knap uit.

Zijn papa vond dat hij verder niets meer kon doen en zei dat hij “moe” was en dus maar naar huis ging slapen. En ik dan? Ik was al maanden moe, had al weken amper geslapen, had net een kind gebaard… Hij vertrok uit het verloskwartier en zou daags erop wel terug komen.

Met mijn sporttas op het voeteinde van het ziekenhuisbed en mijn kersverse baby’tje in een plastic doorschijnend bedje werd ik naar mijn kamer gebracht, waar ik me in mijn eentje ben gaan douchen, alleen de tas uitgeladen heb en zijn/mijn kleertjes in de kast opborg. Hier lag ik nu, alleen met mijn zoon. De eerste foto’s van hem en mij heb ik zelf gemaakt, die nacht, met gestrekte arm, hem heel dicht tegen me aangeduwd, omdat we anders niet op één foto pasten samen… en omdat ik dat kleine blonde wurmpje gewoon niet meer wilde loslaten. Ik probeerde zelfs te lachen op de foto’s en deed enorm mijn best om er gelukkig uit te zien… Ik heb me in heel mijn leven nog nooit zo alleen, moe, leeg en verdrietig gevoeld als in de 4 maanden die zijn geboorte vooraf gingen en in de 3 maanden die erop volgden. Maar, hij en zijn broers waren en zijn mijn lichtpuntjes, degenen die me recht hielden en houden.


Morgen wordt mijn/ons kereltje dus 6 jaar. Ondertussen hebben zijn papa en ik nog enkele jaren aan ons huwelijk en ons gezin gewerkt om sinds 3 jaar een gelukkig gezin op 2 adressen te vormen. We zijn een hecht ouderteam, dat – met nieuwe partners – instaat voor de zorg voor onze 4 aapjes. We zijn tevreden dat we elkaar als ouders voor onze kinderen gekozen hebben en hebben heel die moeilijke tijd achter ons gelaten, om als goede vrienden én geweldige ouders er alsnog samen te staan en er dag na dag samen voor te gaan. We praten er niet meer over, het doet er ook niet meer toe. En, onze jongens herinneren er zich niks meer van, wat ook beter is zo.

Maar, één keer per jaar, op 12 april, denk ik er toch nog even aan terug en voel ik niet alleen dat “moedergevoel”, maar ook het verdriet van toen weer. En, ja, ook de fierheid die ik heb, omdat ik erin geslaagd ben deze moeilijke tijd alleen door te komen en ervoor te zorgen dat mijn kinderen en ons gezin-op-2-adressen zo goed in orde gekomen is…


Gelukkige verjaardag, Jens xxx

donderdag 7 april 2011



… zo eindigen ze, de sprookjes. Zonder uitzondering, voor zover ik me kan herinneren.


Maar, is dat wel zo? Of verkiezen we het gewoon de sprookjes te laten eindigen als Prince Charming zijn dartele Prinses eindelijk uit de greep van het Kwade bevrijd heeft, omdat we gewoon niet wíllen weten wat er daarna volgt? Verkiezen we de honingzoete romantiek boven de realiteit van het “wat daarna”?


Want, laat ons eerlijk zijn, in sprookjes geloven we sinds onze puberteit niet meer, na de eerste Grote Liefde die ons geblutst en gebuild heeft achtergelaten. En, hoe meer Grote Liefdes we zagen komen en gaan, hoe meer we ervan overtuigd geraken dat “happily ever after” een uitvinding is om vanaf de 19de eeuw (de tijd van de Duitse Gebroeders Grimm) de mensheid te overtuigen van hoofse monogamie. Want, zeg nu zelf, ondertussen weten we maar al te goed hoe het er in de koningshuizen toen én vandaag aan toe ging. Minnaars en minnaressen gaven elkaar de paleisklink in de hand, de Prins en Prinses hadden gescheiden vertrekken en het was er als het ware een vogeltil, waarbij het geheime fonds voor koninklijke “bastaardkinderen” zijn handen meer dan vol had.


Maar, ook u en ik, wij, het volkse gepeupel, ontsnappen niet aan de vloek die op “ze leefden nog lang en gelukkig" rust… Want, eigenlijk is het vooral een “happily BEFORE”! Als dartele singles spelen we het spel van verleiden en verleid worden, de prinses die zich hunkerend in het bos voor haar bronstige prins verstopt en hem heimelijke blikken toewerpt, als broodkruimels voor een hongerige mus in de winter. We worden gevangen door magnetiserende ogen(blikken), geven zo nu en dan eens toe aan passionele wensen en verlangens, eender hoe casual van aard. Maar, dat nu en dan eens spelen verplicht ons – gewoontedieren – om te verlangen naar continuïteit en regelmaat. We willen dus méér, véél meer… We willen de happily ever after, een lang en gelukkig leven samen, samen oud worden, een relationele binding met die ene, The One…


Het sprookje, dat is wat we willen: de galante prins en zijn wondermooie prinses, die hij op handen draagt, die hij redt van het Kwade… en die ver weg staan van de realiteit. Wat gebeurt er daarna? Hij zal zijn witte paard op stal mogen zetten, zoveel is duidelijk. Zij zal hem enkele kinderen baren, de was en de plas doen en hij zal moeten zien dat er brood op de plank komt. Voor je het weet wordt de ooit zo sensuele en speelse prinses een kwaaie verslonsde heks en verandert de jeugdig frisse prins in een vadsige luiaard, die het zich allemaal laat welgevallen en op zijn royale lauweren rust. Of alleszins iets in die aard.


De sprookjesachtige Passie die ooit de reden van hun samen-zijn was werd door de 7 dwergen (Sleur, olijke Gewoonte en tweelingsbroertje Gewenning, Routine, Verveling, Regelmaat, Samen-Zijn en Zekerheid) langs de achterdeur ontvoerd en geblinddoekt naar buiten gedragen tijdens een ogenblik van onoplettendheid of echtelijke twist ten huize Fairytale.


Wijselijk laten we dan ook dat deel van het sprookje vallen en stoppen we waar de realiteit begint… We blijven dus in die mooie sprookjes geloven, zijn blind voor hetgeen er volgt. Niet uit onwetendheid, maar net omdat het geloof in het sprookje het allemaal de moeite waard maakt, inclusief de blutsen en de builen. Het sprookje is onze drijfveer om ervoor te blijven gaan…


Ondanks mijn kritische kijk rest er me dan ook niks anders dan me een prinses te wanen... en te blijven geloven in "happily ever after"! ;-)