donderdag 24 maart 2016

Ik geloof...

24-03-2016

Er is goed en kwaad, liefde en haat… Ik weet dat ondertussen, ben niet naïef. Of ja, misschien toch wel een beetje. Want, ondanks het hier en nu en de dingen die gebeuren, die gebeurd zijn en die zullen gebeuren, weiger ik om mijn geloof naast me neer te leggen.

Ik geloof! Neen, niet in een god, maar in Liefde, in het Goede en in de Mens. Toegegeven, dat geloof is al vaker op de proef gesteld. Maar, ik neem aan dat dat in elk geloof zo is, dat de beproevingen die je hebt doorstaan net dat geloof versterken en het verankeren in je zijn. Niet?

Ik hou niet van het stigmatiseren en generaliseren. Tja, als 50% Duitse, 50% Oostenrijkse heb ik ook al mogen ervaren wat het is om met de vinger gewezen en nagefluisterd te worden. Als niet-katholieke, die naar een staatsschool buiten het dorp ging en er zedenleer volgde en geen communie deed. Als dorpsbewoner die zijn wortels elders had en geen familie in dit land had (familiefeesten, dat kende ik niet), behalve mijn ouders en zusje. Als anderstalige die er vreemde buitenlandse folkloristische gebruiken en rare culinaire gewoonten op nahield. 

Jawel, ik had een mooie en gelukkige jeugd. Maar, in een tijd dat in de Vlaamse velden de meer “zichtbare buitenlander” - zeg maar de Noord-Afrikaanse moslim - nog niet zo dik gezaaid was, waren wij de “exoten” in het dorp. Ja, als kind heb ik daar ooit om gehuild, want ik wilde niet anders zijn en voelde me vaak alleen. Maar, ik had ook vrienden… goede mensen: Vlaamse, Nederlandse, Franse, Duitse, Oostenrijkse, Amerikaanse, joden, moslims, katholieken, protestanten en atheïsten, homo’s, hetero’s en lesbiennes. Er waren er bleke, minder bleke, licht getaande, bruine, zwarte, rode en gele. O.K., de laatste paar dat is allicht een beetje overdreven. Maar, het had zeker gekund. Zonder probleem. 

Het waren stuk voor stuk goede mensen. Zo nu en dan zat er ook wel eens uitzonderlijk een slechte tussen, maar vooral goede! Lieve, hartelijke, open, behulpzame, grappige, leuke en toffe mensen. De ene wil geen koolhydraten, de ander eet geen (varkens)vlees, ikzelf lust geen spinazie. Er waren er met rode rokjes, met blauwe broeken, met geruite hemden of opwollende truien. Ja, er waren er zelfs met kilts en dirndls… Sommigen drinken alcohol, sommigen zelfs veel, andere weinig en nog andere niet. Er zijn er die dansen, zingen, dichten, schilderen, tekenen, schrijven, een instrument bespelen of die net zoals ik niks van dat alles kunnen. Ik ken er met bril en zonder, met lenzen en zonder. Kale, met kort haar en met lang haar, met krullen, met sluik haar, met baard, met snor of niet. Met grote voeten, gemiddelde voeten en kleine voeten. En, ja, met tattoos en zonder.

Gelukkig moest ik als buitenlander zelf nooit kleur bekennen: ik moest niet gaan stemmen en deed het ook niet. Niet in Oostenrijk, een land waar ik niet thuis was, noch in België, een land waar ik geen wortels had. Ik bekende me alleen openlijk als niet-rechts, dat wel. Want, daar heb ik nooit aan meegedaan. Ondertussen ben ik Belg. Geïntegreerd dus. En, nog steeds niet-rechts, ondanks de dingen die rondom mij gebeuren.

Ja, er zijn idioten op de wereld. Deze week waren het er 3 die nogal wat schade aangericht hebben. Allicht zijn er nog meer zoals zij, idioten. Er zijn echter ook mensen die het omgekeerde zijn: niet-idioten, zeg maar. Mensen die geen schade aangericht hebben en ook die intentie niet hebben. Sta me toe – zonder enig cijfermatig of wetenschappelijk bewijs – te mogen stellen dat dit er meer zijn dan 3… of 30… of 300… of 3.000… of zelfs 30.000 of 3.000.000 zijn, die goede mensen. Een deel daarvan ken ik persoonlijk en ik ben blij hen te mogen kennen, blij dat zij me aanvaarden voor wie/wat ik ben, net zoals ik dat met hen doe.


Ik doe niet mee aan stigmatiseren. Ik doe niet aan rechts of links. Ik doe ook niet aan goed of kwaad. Sta me toe alleen aan Goed te doen (en niet aan kwaad), aan Liefde (en niet aan haat) en aan geloof in de Mens… Want, dat geloof daar heb ik recht op!


vrijdag 15 januari 2016

Sollicitatie-update



Laat ons eerlijk zijn… Neen, ik loop heus niet zo gigantisch hoog met mezelf op en vind mezelf ook niet zoooo fantastisch dat ik mijn achterzijde een nul-meridiaan-transit waardig acht. Ik ben eerder een down-to-earth-meid met een gezonde portie zelfspot en relativeringszin als het mezelf aanbelangt. Maar, als het op solliciteren aankomt, dan heb ik best wel een meer dan gemiddeld aantrekkelijk en veelzijdig pakket in de aanbieding en ben ik me ook wel vrij bewust van de professionele kwaliteiten, die ik bezit.

Dankzij maandenlange intensieve begeleiding heeft mijn professioneel zelfbeeld op dat vlak trouwens – nadat het ontslag me een ferme deuk gaf – ook een nieuwe boost gekregen en besef ik dat ik met mijn 40+-leeftijd écht nog niet afgeschreven ben en heus nog wel kan mikken op een job die bij me past. Die positieve vibes vertaalden zich vooral in heel erg doelgerichte sollicitaties, niet zomaar lukraak in het blinde weg, maar heel concreet afgelijnd. Dat heeft niet zozeer te maken met het feit dat ik “kieskeurig” ben of mezelf te goed voel voor bepaalde functies, maar “zomaar een job”, daar wil ik niet voor tekenen. Een job met inhoud, zo eentje waarbij de feel-good factor hoog ligt, je het gevoel hebt iets betekend te hebben die dag en dat bij voorkeur in een sfeer van positieve energie. Samen de schouders ergens onder zetten en gaan voor het groter geheel!

In de praktijk vertaalde zich dat naar een 14-tal schriftelijke kandidatuurstellingen voor jobs waarvan ik het gevoel had dat ze grotendeels in de lijn van mijn verwachtingspatroon én interessesfeer lagen. Jobs die ik stuk voor stuk zag zitten en die me allemaal een goed gevoel gaven. Van die 14 brieven ben ik in totaal 3x uitgenodigd voor een gesprek: bij een eerste sollicitatie eindigde ik als 2de van ca. 200 kandidaten. De teleurstelling en de tranen van het gevoel “gefaald” te hebben en op de eindmeet geklopt te worden waren heel erg bitter en brandden nog dagen na, vooraleer ik me opnieuw bij elkaar raapte en met herwonnen optimisme aan het solliciteren ging. Een heel erg lang gesprek op een andere plaats gaf me opnieuw hoop, ook al was de job niet helemaal mijn ding, doch ik vernam zopas dat ze er – ondanks het enthousiasme van hun kant – de voorkeur aan gaven om een heel jong meisje aan te nemen onder I.B.O.-contract. Op zich niet zo erg, gezien ik toch wel enkele bedenkingen had…

Dat brengt ons naar het laatste gesprek, een gesprek dat ik eerder deze week had. De vacature voor deze baan kwam eigenlijk eerder toevallig bij me binnen: dankzij een alerte kennis, die op de hoogte was van het feit dat ik “zoekende” ben. Hij had op zijn beurt uit zijn netwerk de vraag gekregen of hij geen “witte raaf” wist voor een bepaalde functie als administratief verantwoordelijke en dacht daarbij spontaan aan mij. De functieomschrijving werd naar me doorgestuurd en toen ik ze las kon ik perfect alle eisen afpunten: “kan ik, wil ik, heb ik al gedaan én wil ik graag doen”. Samenvattend waren er op het eerste zicht dus geen negatieve punten of bedenkingen van mijn kant. Ik schreef mijn motivatiebrief, die vlotjes over mijn scherm stroomde en die ikzelf toch wel “het betere werk” vond (na 13 brieven kon ik al wat vergelijken en merkte ik zelf vorderingen in mijn sollicitatiebrieven-schrijven), voegde mijn toch wel knap gelayout c.v. toe en stuurde alles door. Enkele dagen later de vraag of ik schriftelijke testen wilde komen doen, nog voordat er een kennismakingsgesprek geweest was.

Afgelopen week kreeg ik dan ook, 37,5 uur voordat ik verwacht werd voor de schriftelijke proef, een mailtje met daarin hetgeen we konden verwachten: een concreet af te handelen offertevraag en nacalculatie van een project en dan nog een deel dat we vooraf thuis mochten voorbereiden. Ik zag het helemaal zitten! Gezien we een laptop mochten meebrengen had ik een leuke presentatie gemaakt – niet té flashy, niet te straks of gewoontjes – om mijn “case” te verdedigen. Het was een heel leuk werkje en iets wat me écht wel ligt.

De dag van de schriftelijke proeven kwam ik serieus gehavend toe – nadat ik daags voordien zwaar ten val was gekomen op mijn huidige werk en met een aantal kneuzingen zat, die me enorme pijn bezorgden – doch bruisend van de energie. Als eerste aangekomen zag ik dat het een proef in groep was, tesamen met de andere kandidaten. Ik vroeg hoeveel “anderen” er waren. 40 Kandidaten, waarvan er een 7-tal vandaag zouden komen, gezien er vooraf al enkelen hadden afgehaakt na het lezen van de mail over de schriftelijke opdrachten. In de praktijk bleken het er dus 4 à 5 “tegenkandidaten” te worden, zo precies weet ik het niet meer omdat ik vol gefocused was op de proef. Wel herinner ik me dat één van de kandidates 20 minuten te laat toekwam. De proeven waren best wel complex en niet zo evident zonder enige achtergrondinfo of technische kennis, maar ik was vastberaden er het beste van te maken en geheel in de lijn van mijn natuur kalm en rustig om te gaan met de toch wel uitdagende vragen en analytisch te werd te gaan.

Vrij snel haakte een 1ste kandidate af (“Geen spek voor mijn bek”) en volgende iets later een tweede (“Te hoog gegrepen”) en een 3de (“Te moeilijk, niet echt haar ding”). Met z’n 2-en bleven we doelgericht en strak gefocused verder werken aan onze taken: calculeren, nacalculeren, offerte maken, alles opnieuw doornemen . Met nog slechts een korte vraag vooraleer af te geven, riep ik de gedelegeerd bestuurster bij me – zij nam de proeven persoonlijk af – en was het tijd om mijn case te verdedigen. Behoorlijk overtuigd van het feit dat ik me zeer goed had voorbereid, begon ik eraan. Ik denk dat ik slechts enkele minuten bezig was, toen de laatste overblijvende kandidate opstond, ons benaderde en meedeelde dat ze er de brui aan gaf: “Nu ik Mevrouw hier zo hoor praten, besef ik dat zij dit zoveel beter kan en hou ook ik het hier voor bekeken”. Ik zweer het: een onbeschrijflijke adrenalinestoot én tegelijk ook wel een écht bizarre situatie. Je schiet daar gewoon als laatste over, omdat al de rest zichzelf naar huis heeft gespeeld en opgaf. Gebrek aan motivatie? Gebrek aan doorzettingsvermogen? Faalangst? Ik weet het niet. Ht leek me alleszins (voor hen) bijzonder spijtig dat ze niet toch de moeite gedaan hebben om te proberen of te argumenteren of op z’n minst zichzelf voor te stellen.

Ik daarentegen heb na het verdedigen van mijn case nog een heel fijne lange kennismakingsbabbel gehad met wat normaalgezien mijn nieuwe bazin gaat worden.



Het enige wat er nog ontbreekt is de handtekening en die hoop ik volgende week te kunnen gaan zetten. Het is dan ook misschien een heel klein beetje voorbarig, maar ik wil nu alvast mijn man bedanken voor zijn immer aanwezige steun en nooit aflatende rust en vertrouwen (dankzij hem ben ik steeds de beste versie van mezelf). Verder een woord van dank voor Nadia en voor mijn zusje voor het telkens weer duimen, mailen, bellen, navraag doen. Dank ook aan collega’s, vriendinnen en vrienden die meedachten in mijn queeste en dan vooral aan Alec en Kristel voor de “gouden tip” (blij dat ik de “witte raaf” mag zijn). Mijn papa ben ik dankbaar voor de 21 jaar waarin hij mee zorgde voor mijn opvoeding en opleiding en zo voor een deel verantwoordelijk is voor de persoon die ik nu ben. Dankjewel ook Ina voor de steeds zo leerrijke sessies, de hulp, steun, beschikbaarheid en realistische kijk op een snel veranderend professioneel klimaat. De positieve energie van jou en de groep was telkens iets om naar uit te kijken. Ik ga jullie missen… En, na 4 maanden ben ik eindelijk zo ver dat ik kan zeggen: dankjewel vorige werkgever voor de 4 jaar samen en om me vrij te geven voor een baan die zoveel beter bij me past. Aan mijn huidige collega’s: ik zal jullie missen…










donderdag 24 december 2015

Tips voor een echtscheidingsboekhouding


Echtscheidingsboekhouding. Ja, ik moet toegeven… Ondanks het feit dat ik in het eerste jaar van mijn managementopleiding grandioos gezakt ben voor boekhouden en er tijdens de herexamens niet veel meer van bakte, blijk ik nu – zo’n 20 jaar later – een échte cijferfreak te zijn. “Excelletjes” zijn helemaal mijn ding! Mijn hele leven – zowel werk als privé – is doordrongen van excelletjes…
Luidop hoor ik de lezer nu denken wat dat in godsnaam te maken kan hebben met MIES, Mens in een Scheiding.
Wel, heel erg veel eigenlijk… Ondanks het grote aantal echtscheidingen met onderlinge toestemming (kortweg EOT’s genaamd) word ik zo nu en dan in de privésfeer wel eens geconfronteerd met een iets minder peisvolle vechtscheiding, met een zeer prominente nadruk op de “V”. Menig scheidend medemens heeft me dan ook al het nut van een gerechtelijke echtscheidingsprocedure met advocaten uitgebreid willen toelichten. Je kent ze wel: hij een advocaat onder de arm, zij een advocaat onder de arm en beiden willen zoveel mogelijk hun gelijk halen en doen daar vaak jaaaaaaaaren over, zonder echter ook maar één stap vooruit te geraken.
Als kanttekening even vermelden dat ik me bewust ben van het feit dat niet elke scheiding rozengeur en maneschijn is en dat er vaak ook wel bezwarende zaken zijn, die een vlotte scheiding in de weg kunnen staan. Laat ik daarom even zeer simplistisch en ongenuanceerd stellen dat bijna alle gerechtelijke scheidingsissues ofwel om hoederecht ofwel om financiën gaan. Over dat eerste wil ik me hier niet uitspreken omdat dat zeer complex is en ik wil het dus enkel hebben over de financiële kant van een scheiding met kinderen waarbij co-ouderschap wordt nagestreefd. Scheidingsverhalen waarbij de advocatenkosten per scheidend persoon oplopen tot een afgeronde 100 euro per maand voor het opstellen van brieven, het indienen van weet-ik-veel-wat allemaal! Uiteraard formuleert de advocaat van de “tegenpartij” op elk van die brieven of verzoeken netjes een antwoord, de belangen van zijn/haar cliënt verdedigend. Ook die tegenpartij krijgt aldus maandelijks een afrekening van de advocaat van dezelfde omvang als die van de ander. Laat ons dus even stellen dat we het dan over 200 euro per maand hebben (gemiddeld en afgerond en uiteraard bij benadering, gezien ik zeker niet pretendeer een expert te zijn op dat vlak). Op jaarbasis maakt dat dan 2400 euro, als we even buiten beschouwing laten dat ook advocaten al eens op vakantie gaan en je dus misschien niet elke maand zo’n factuur in de bus krijgt.
Ik ken een (ex-)koppel dat nu al zo’n 10 jaar ruziet over (in mijn ogen) onbenullige dingen zoals bijvoorbeeld wie de winterjassen of de schoenen moet betalen, wie de sportkampen betaalt of naar wie de factuur voor de bijlessen wiskunde moet worden gestuurd. A rato van 2400€ per jaar maakt dat bij benadering een 24.000€ in die 10 jaar tijd! Dat is toch een hallucinant bedrag, waar je best wel wat leukers mee kan doen, niet?! Stel nog dat ik me hier ergens schromelijk misrekend heb. Stel nog dat de maandelijkse advocatenfacturen slechts 50 euro per (ex-)partner bedragen, stel nog dat ze slechts om de andere maand factureren, dan nog blijven het bedragen om over na te denken! Ook niet onbelangrijk om mee te nemen in deze fictieve denkoefening is dat beide advocaten er alle baat bij hebben om – geheel in hun eigen belang – hun cliënt(e) te blijven aansporen om het geschil lang genoeg te laten aanslepen. Want, zolang het geschil niet is opgelost kunnen zij blijven factureren. En, zolang jij dus met je ex blijft ruziemaken over wie de vakantie van de kinderen moet betalen ben je dus eigenlijk de volgende ski- en zonnereis van je beider advocaat aan het bekostigen!
Wat heeft dat nu in godsnaam met excel te maken?
Wel, dan nu de oplossing voor scheidende koppels die bovenstaande denkoefening begrijpen en inzien dat ze die 1.200 euro per kop per jaar beter in zichzelf en hun kinderen kunnen investeren, zodat er ondanks de onderlinge scheidingsperikelen wat extra overblijft om elk met je kroost op vakantie te kunnen gaan in de plaats van je advocaat nog maar eens op reis te sturen! (Voor alle duidelijkheid: ik heb niks tegen advocaten.)
Maak een boekhoudkundig excelletje, een kasboek als het ware, en noteer daarin de kinderinkomsten (kindergeld en bepaalde premies) en –uitgaven en wie deze betaald of ontvangen heeft. Maandelijks of jaarlijks maak je de balans op en zal je zien wat het verschil is en kan je dat eventueel onderling verrekenen. Boekhouding dus tussen 2 ex-partners die het ouderschap over de kroost delen en aldus ook de kosten.
In mijn persoonlijk geval betaalt mijn ex-man al jaren de naschoolse opvangfacturen van de kinderen en ik betaal de schoolfacturen. Ik zorg dat de kapper de 4 jongens hun haren knipt en hij zorgt ervoor dat ze elk seizoen nieuwe schoenen krijgen. Jassen doen we hoe het uitkomt en voor wat de kampen betreft: ik schrijf de kinderen in en betaal het voorschot, hij het saldo. Dus: als één van onze 4 kinderen iets nodig heeft, dan regelt één van ons beiden dat en wordt dat gewoon genoteerd. Nu, nadat we dit zo’n 7-tal jaren hebben gedaan, ben ik er ondertussen mee gestopt. De reden is heel simpel: aan het einde van elk kalenderjaar kwam de balans op ongeveer 50% elk uit en bleek er amper enig verschil op te zitten… en dat helemaal zonder enige ruzie of echtscheidingsadvocaat. Blijkbaar zorgen we beiden instinctief en evenredig ervoor dat onze kinderen niks te kort komen.
Als er dus nog enig vertrouwen en dialoog is, raad ik uit persoonlijke ervaring aan om het op die manier onderling geregeld te krijgen. Is die dialoog en het vertrouwen er niet meer, probeer dan een bemiddelaar, die er wel baat bij heeft om alle partijen zoveel mogelijk verzoend te krijgen en het vertrouwen te herstellen. Voor je het weet vier je terug communiefeesten/lentefeesten samen aan één grote (gescheiden) familietafel en typ je na afloop netjes in je excelletje wat het feestje gekost heeft en hoeveel gasten er familie van jou waren en hoeveel van je ex.  Zo zie je maar waarvoor die lessen wiskunde en boekhouden op school goed zijn!
Veel succes!
PS. Wil je een voorbeeld excel ontvangen van Cora’s echtscheidingsboekhouding, laat het even weten!